Alleen Kamer krijgt Dijsselbloem en Wiebes achter tralies

Minister Dijsselbloem en staatssecretaris Wiebes verdwijnen alleen achter tralies als de Tweede Kamer dat wil. Of als de regering, waar ze zelf deel van uitmaken, er werk van maakt. Met andere woorden: ze zijn zo goed als immuun voor vervolging.

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën en minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën. Beeld anp
Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën en minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën.Beeld anp

De president van het Hof Arnhem Leeuwarden, Fred van der Winkel, heeft aangifte gedaan tegen het ministerie van Financiën. 'Medewerkers of hulppersonen' zoals de landsadvocaat, zouden twee ambtenaren hebben geïnstrueerd te zwijgen voor de rechter en dat mag niet. 'Ik moet nog maar zien wie de verdachte is', zegt de president, 'mijn aangifte is niet gericht op de bewindslieden.'

De twee ambtenaren wilden niet zeggen wie de tipgever is die in 2009 toenmalig staatssecretaris Jan Kees de Jager een lijst met 300 namen van zwartspaarders heeft gegeven. Eerder oordeelde de rechter dat de ambtenaren de naam moesten prijsgeven, ook al werd die tipgever bedreigd. Maar de twee zwegen. Op instructie van hogerhand, zegt Van der Winkel.

Hij beschouwt die opdracht tot zwijgen als een ambtsmisdrijf, dus een wetsovertreding van iemand van (of rond) Financiën uit hoofde van zijn functie. Vandaar zijn aangifte 'zonder precedent' zegt hij zelf.

De president van het Hof weet niet wie de ambtenaren heeft geïnstrueerd en dus het ambtsmisdrijf heeft gepleegd. Maar als Van der Winkel uitkomt bij de politieke leiding van Financiën, dan gaat zijn unieke aangifte als een nachtkaars uit.

De twee ambtenaren wilden niet zeggen wie de tipgever is die in 2009 toenmalig staatssecretaris Jan Kees de Jager een lijst met 300 namen van zwartspaarders heeft gegeven. Beeld anp
De twee ambtenaren wilden niet zeggen wie de tipgever is die in 2009 toenmalig staatssecretaris Jan Kees de Jager een lijst met 300 namen van zwartspaarders heeft gegeven.Beeld anp

Grondwet

Daar zorgt artikel 119 van de Grondwet voor. Dat regelt praktisch gezien dat Kamerleden, ministers en staatssecretarissen, als ze omwille van hun werk een misdrijf plegen, alleen voor de rechter kunnen worden gesleept door zichzelf. Want 'de opdracht tot vervolging wordt gegeven bij koninklijk besluit' dus door de regering (kabinet plus Koning) 'of bij een besluit van de Tweede Kamer'.

In de Wet ministeriële verantwoordelijkheid van 1855 staat dat de Hoge Raad de ministers moet berechten. 'De Hoofden der Ministeriële Departementen staan ter vervolging (...) te regt voor den Hoogen Raad.'

De procureur-generaal van de Hoge Raad gaat alleen over tot vervolging van al dan niet afgetreden bewindslieden als een meerderheid van de Tweede Kamer of de regering daartoe opdracht heeft gegeven.

Eer

De politiek moet feitelijk gaan rechtspreken over de politiek. Vandaar, zegt de Nijmeegse staatsrechtgeleerde Paul Bovend'Eert, dat het nog nooit zo ver is gekomen dat een minister of staatssecretaris wegens een ambtsmisdrijf voor de hoogste rechter heeft gestaan. 'Dat zou trouwens een enorme eer zijn, want je staat dan voor liefst tien raadsheren in hermelijnen mantel.'

In 2007 liep de poging tot vervolging wegens 'dood door schuld' van ministers Donner en Dekker in verband met de Schipholbrand van 2005 spaak. Het Openbaar Ministerie stuurde de zaak door naar de Hoge Raad, die echter van Kamer noch regering opdracht tot vervolging kreeg.

Bovend'Eert noemt artikel 119 van de Grondwet 'een dode letter' en hij is niet de enige. Bij de laatste grote grondwetswijziging in 1983 waren Eerste en Tweede Kamer het erover eens om het niet werkende artikel te schrappen. Maar het kabinet zei nee.

Eén keer, op 9 januari 1868, is '119' gebruikt. De Hoge Raad veroordeelde minister van Marine, Pels Rijcken, tot een boete van tien gulden of een dag gevangenisstraf. De bewindsman had zijn hond los laten lopen in een gebied waar dat wegens de veetyfus was verboden.

Meer over