'Alleen het ijzeren repertoire is te horen'

De muzikale vrijheid in Rusland na 1992 heeft te weinig opgeleverd. Nieuwe componisten worden alleen in het buitenland uitgevoerd, zegt componist Vladimir Tarnopolski, die vanavond in Amsterdam is te horen....

'Het probleem,' zegt componist Vladimir Tarnopolski, 'is dat de Russen achteruit kijken in plaats van vooruit. Het klimaat voor nieuwe muziek is slechter dan ooit.'

Tarnopolski (49) is een paar dagen gen in Amsterdam, Schrg waar het Ensemble vanavond zijn nieuwste compositie De Slinger van Foucault in premi brengt. Het is tekenend voor de situatie in Moskou dat Tarnopolski's werk vrijwel uitsluitend in het buitenland gespeeld wordt. De honoraria voor dergelijke compositie-opdrachten zijn een welkome aanvulling op zijn schamele salaris als leraar aan het Moskouse conservatorium. Toch peinst hij er niet over om zoals zo veel van zijn collega's het land te verlaten.

'Er zijn in Rusland nauwelijks nog componisten van betekenis,' licht hij toe. 'Ze zijn bijna allemaal naar het westen vertrokken. Onder de jongere componisten zijn nog wel een paar interessante talenten, maar ook daar is de leegloop groot. De situatie lijkt erg veel op die in Duitsland in de jaren dertig, toen alle componisten van betekenis wegvluchten.'

Het zag er zo mooi uit uit in 1989. Na de val van de Sovjet-Unie was het gedaan met de van hogerhand opgelegde normen en konden componisten eindelijk hun gang gaan. Maar voor die vrijheid was blijkbaar weinig voedingsbodem. 'De regering heeft wel de mond vol van patriottisme, maar doet niets om de nieuwe muziek te stimuleren,' constateert Tarnopolski. 'Alleen al in Moskou zijn er wel zestig orkesten, maar ze spelen allemaal hetzelfde handjevol meesterwerken uit het ijzeren repertoire. En de jongere generatie luisteraars laat het afweten. Geen wonder. Als je een bij alleen maar suiker voert, houdt hij op met honing zoeken in bloemen. En daarmee komt ook de bestuiving van die bloemen in gevaar. Op die manier wordt het hele ecosysteem aangetast.'

Zelf heeft Tarnopolski zich de afgelopen tien jaar niet onbetuigd gelaten als pleitbezorger voor het eigentijdse repertoire. Zo richtte hij een eigen ensemble op, de Studio voor Nieuwe Muziek, en organiseerde hij vanaf 1994 het jaarlijkse festival Moskou Forum, dat combinaties bood van Russisch en westers repertoire. Een van de eerste afleveringen was gewijd aan Nederlandse muziek. Andere thema's waren de verbinding tussen techno-en ethno-muziek, of Ondergang van een imperium, om parallellen tussen het Duitsland van 1920 en het Rusland van nu aan te tonen.

'Ik ben niet bang dat de globalisatie een negatief effect zal hebben op de muziek', vindt Tarnopolski. 'Als je alleen al kijkt naar het gigantische verschil dat er bestaat tussen de Duitse en de Franse muziek dat is groter dan een eeuw geleden.' Zelf doet hij er zijn voordeel mee: 'Ik laat me graag beloeden, hoe meer hoe liever zelfs. Mijn individualiteit blijft toch wel overeind.'

De Slinger van Foucault is illustratief voor Tarnopolski's benadering: harde cesuren ontbreken, de muziek evolueert voortdurend. Hoewel de titel verwijst naar het gelijknamige boek van Umberto Eco, een werk dat Tarnopolski fascineert door zijn gelaagdheid, is het zeker geen verklanking daarvan: 'Het uitgangspunt is het contrast tussen een vrije, ademende en een mechanische beweging, maar die wil ik ook met elkaar in verbinding brengen. Vandaar ook mijn keuze voor de solo-instrumenten: het cimbalom, met zijn scherpe attaque, en een bayan en een accordeon, die te beschouwen zijn als kunstmatige longen. En dan is er een metronoom, die op twee plaatsen wordt aangezet. Dat is natuurlijk een slinger, maar ik beschouw dat ook als symbool van het leven dat langzaam en onvermijdelijk wegtikt.'

Meer over