Alleen een pilletje lost niks op

Patiënten die voor elk hoestje naar de dokter gaan. Of alleen vriendelijk glimlachen en geen Nederlands spreken. Joep Avezaat en Marijke Lutjenhuis, sinds twintig jaar huisarts in de Haagse Schilderswijk, krijgen dagelijks te maken met de specifieke gezondheidsproblemen van migranten: 'Als zij een abortus wil, krijgt zij die....

Huisarts Marijke Lutjenhuis komt uit haar praktijkkamer om in het kleine kamertje van haar assistente even haar collega te raadplegen. 'Ik heb hier een patiënte die zich heeft laten steriliseren. Ze zegt dat ze van de specialist nu nog zes maanden de pil moet slikken. Is dit geen communicatiefoutje? Het is toch zes weken?'

Lutjenhuis is samen met haar partner Joep Avezaat ruim twintig jaar huisarts in de Haagse Schilderswijk. Op deze vrijdag, de ochtend van het tolkenspreekuur, rent de Turkse tolk van de ene spreekkamer naar de andere.

'Snap jij het dat er artsen zijn die zonder tolk werken', vraagt Lutjenhuis tussen de bedrijven door. 'Dan kun je toch geen hulp verlenen.' Soms ontkomen ook Lutjenhuis en Avezaat er niet aan de kinderen van een patiënt als tolk te gebruiken. 'Maar bij een ingewikkeld geval kun je een kind van tien jaar die verantwoordelijkheid niet geven.'

Avezaat had na zijn artsenstudie eigenlijk naar de tropen gewild. 'Best,' had Lutjenhuis gezegd, 'maar ik ga niet mee.' Ze was bang dan nooit meer naar Nederland terug te willen. 'Zo'n fanatieke juffrouw als ik.'

De twee besloten niet naar het buitenland te gaan. 'Oké, zeiden we toen, maar dan willen we wel werken aan de onderkant van de samenleving. Dat het vervolgens de Schilderswijk werd, was puur toeval.'

Op de eerste dag openden ze hun praktijk zonder één enkele patiënt in hun bestand. Snel meldden zich de eersten. Na twee maanden merkten ze dat het buitenland naar hen was toegekomen. 'We hadden nauwelijks Nederlandse patiënten', vertelt Avezaat. 'Alleen maar Turken, Marokkanen en Surinamers. Toen zijn we bij onszelf te rade gegaan. Willen we dit? Zo ja, dan moeten we ons gaan specialiseren. Ons verdiepen in hun taal en cultuur.'

Avezaat herinnert zich dat in de beginjaren vooral de culturele verschillen opvielen. 'Maar als je daaraan gewend bent geraakt, zie je dezelfde problemen als bij Nederlanders in een vergelijkbare belabberde sociaal-economische situatie.'

Lutjenhuis valt hem bij. 'Ze hebben allebei slecht grip op hun gezondheid. Ze ontberen inzicht in hun functioneren, hebben geen overzicht over hun situatie. Toch vind ik de taal een extra probleem.'

Avezaat vraagt zich dat af. 'Met Nederlanders uit dit soort wijken spreek je ook niet dezelfde taal. Een Nederlandse analfabeet begrijpt je ook niet. Die komt ook naar ons toe om te vragen wat de specialist heeft bedoeld.'

Sommige culturele verschillen hebben de twee in de loop der jaren zien verdwijnen. 'Als vroeger een meisje op het spreekuur kwam met slechte ogen, vroeg ik altijd of ze van haar vader een bril mocht dragen', vertelt Avezaat. 'Als dat toch niet mocht, had het weinig zin haar naar de specialist te sturen. Nu komt dat bijna niet meer voor.'

Toch zijn er nog steeds verschillen. Lutjenhuis: 'Bij een Nederlands stel bespreek je anticonceptie altijd met man en vrouw samen. Bij een migrantenstel niet. Hij zit op de gang, zij regelt het. Soms is dat weleens moeilijk, bijvoorbeeld als zij geen kinderen meer wil en hij wel. Ik kies dan altijd voor de vrouw. Als zij een abortus wil, dan krijgt ze die. Daar hoeft de man niks van te merken.'

Lutjenhuis pakt het dossier van een patiënte erbij. 'Moet je hier eens kijken. Ik heb van deze vrouw een lijstje met recente klachten gemaakt.' Buikpijn staat er; hoofdpijn, duizeligheid, stress. 'Het is overduidelijk dat dit soort klachten wordt veroorzaakt door de sociale omstandigheden, door relatieproblemen. Als daar niks aan verandert, zal ze altijd buikpijn blijven houden.'

Maar door jaren ervaring weet Lutjenhuis dat het veel tijd zal kosten om deze vrouw duidelijk te maken dat een pilletje de oplossing niet is. 'In onze cultuur moet alles snel, effectief en degelijk. Marokkanen of Turken hebben veel meer tijd nodig om in te zien wat er moet gebeuren.

'Dat zie je ook in onze praktijk. Het duurt soms heel lang voordat je iemand zover hebt dat hij naar het Riagg gaat. In het begin liepen we daar wel op stuk. Nu zijn we er aan gewend dat het soms jarenlang tuttelen is.'

Avezaat krijgt een jongetje op het spreekuur. Het kind komt in zijn eentje. De schoolarts heeft bij hem een hartruisje ontdekt. 'Het verhaal gaat dat zijn moeder gaatjes in de kachel heeft gemaakt', vertelt Avezaat. 'Misschien omdat ze denkt dat er dan meer warmte in de kamer komt. Er kan dus sprake zijn van koolmonoxidevergiftiging.'

In de assistentenkamer laat hij een boekje zien: De Thuisdokter. 'Dat hebben we gemaakt met vertalingen in het Turks en het Arabisch.' Er staat in wat te doen bij hoesten, als een kind vlekjes heeft of koorts. Heel eenvoudig beschreven. Het is een poging om veelvuldig doktersbezoek terug te dringen. Uit onderzoek blijkt dat Turken en Marokkanen bijna twee keer zo vaak naar de dokter gaan als Nederlanders en Surinamers.

'We hadden gehoopt dat ze dit konden lezen. Sommigen komen al naar de dokter na één hoestje of één dagje koorts. Dat hoeft natuurlijk niet. Maar we merken dat zo'n boekje voor sommigen toch nog een stap te ver is. Mensen moeten hun klacht herkennen, besluiten daarover te gaan lezen en ook nog conclusies te trekken.'

'Toch vraag ik me telkens af of het onvermogen is of onwil', reageert Lutjenhuis. Ze moet erkennen dat ze soms het laatste denkt, maar dat dan later blijkt dat het onvermogen is. 'Soms is iemand al tien jaar patiënt en pas dan merk je: shit, dit is een zwakbegaafd iemand. Ook kan het lang duren voordat je door hebt dat iemand dement is. De eerste generatie is nu ouder en ik merk dat dat een probleem begint te worden. Maar ja, als iemand altijd vriendelijk lacht en geen Nederlands spreekt!'

'Vertrouwen winnen is heel belangrijk', weet Lutjenhuis. 'Ik kom er soms pas na tien jaar achter dat er een groot familiegeheim is. Een weggelopen dochter of een ondergeschoven kind. Dan pas snap je waar sommige klachten vandaan komen.'

De tolk schiet weer de spreekkamer van Lutjenhuis in. Een jonge vrouw met een kind vol vlekjes op het gezicht zit al binnen. 'Illegalen', zegt Lutjenhuis. De opvang van illegalen is een van de vele zaken die Lutjenhuis en Avezaat op zich hebben genomen. Ze geven ook scholing en voorlichting, bijvoorbeeld op scholen, en overleggen op landelijk niveau over gezondheidszorg aan migranten. 'Dat is allemaal begonnen omdat we ons machteloos voelden. Alleen medicijnen voorschrijven helpt niet', zegt Lutjenhuis. 'Maar ik zou wel willen weten of een arts in het Statenkwartier er ook zoveel naast doet.'

'Toch vind ik het een leuke praktijk', zegt Avezaat. Het is niet doorsnee. Maar je loopt natuurlijk geen drie vergaderingen per dag af omdat je het leuk vindt. En je zit er ook niet altijd om te springen voorlichting te geven in een Turks buurthuis. Maar dan word je gebeld, zucht je eens, ga je toch en kom je met een bos bloemen thuis.'

De twee huisartsen noemen de agressie in hun praktijk erger dan in andere. Volgens Lutjenshuis komt dat doordat de patiënten minder verbaal begaafd zijn. 'Maar in een andere praktijk kan een patiënt je ook behoorlijk onder druk zetten als hij zijn zin niet krijgt. Dan zegt hij heel arrogant dat hij naar een andere arts gaat.' 'Maar hij schreeuwt geen kankertrut tegen je', meent Lutjenhuis.

Aan het einde van de ochtend wordt het rustig op de voormalige schoolgang, die nu wordt gebruikt als wachtkamer. 'Maar je moet het hier soms zien', verzucht Avezaat. 'Dan krioelt het hier door elkaar. Zit er ergens een kind te krijsen. Eigenlijk is dat niet goed voor de sfeer. Door al die onrust dreigt het soms verkeerd te gaan. Ik zou willen dat we de mensen niet in zo'n zootje hoefden te ontvangen.'

De huisvesting blijkt een groot probleem. Na jaren onderhandelen met de gemeente is een oplossing nog niet in zicht. Wat de gemeente wil, is te duur. 'Mijn grote frustratie is dat de gemeente ernstig meeknikt, maar vervolgens niks doet.'

'Maar we worden niet meer zo in de steek gelaten als vroeger', probeert Avezaat. 'Als de gemeente gezondheidszorg in de achterstandswijken zo hoog in het vaandel heeft, moeten we daar ook samen de verantwoording en kosten voor dragen.'

Meer over