Alleen een beetje moed

Plotseling verandert het uitzicht. In een zuidelijke vallei van het Zwarte Woud, bij het dorpje Utzenfeld, staat een levensgrote, sprookjesachtige suikertaart. Duizenden ijspegels hangen van een puntige bergrots naar beneden. Een kunstwerk is het. Een verdwaalde ijsberg tussen rotsen en sparren. Aan een boomtak bungelen drie rugzakken. Eronder liggen stijgijzers, ijsbijlen, helmen, karabijnhaken, klimgordels en trossen touw in de sneeuw.


'Je hoeft geen ervaring te hebben, alleen een beetje moed', zegt instructeur Viktor Asal. 'Herbert houdt vanaf de grond je touw vast, ik klim met je mee naar boven.'


De ijsrots Im Höll bij Utzenfeld is een steile wand van zo'n 25 meter hoog. Sommige pegels zijn groter dan de alpinisten die erlangs omhoog klimmen. 'IJsklimmers zijn vergroeid met het ijs', zegt Viktor. 'Je moet het ijs door en door kennen. Nieuw ijs is broos en gevaarlijk, oud ijs is het stevigst.'


Hier is alle ijs nieuw. De klimvereniging Kletterfreunde Todtnau heeft deze ijsberg kunstmatig aangelegd. Met een sprinklerinstallatie is het water uit de naastgelegen beek gedurende negen vorstdagen als regen over de rotswand gesproeid, waarna een betoverend mozaïek van ijspegels verrees. Dankzij de ijstaart zijn de klimvrienden niet meer afhankelijk van de bevroren watervallen van Todtnau en Fahl, een paar kilometer verderop, maar kunnen ze in moeilijkheidsgraad variëren.


IJsklimmen kan in verschillende gradaties, waarbij elk land zijn eigen schaal hanteert. De meeste Alpenlanden kennen de zogeheten UIAA-schaal (van de Union Internationale des Associations d'Alpinisme), met moeilijkheidsaanduidingen van I tot en met IV+. De Fransen hanteren criteria als TC (très difficile) terwijl de Duitsers klimmen van E tot ZS (einfach tot ziemlich schwierig). De moeilijkheid wordt bepaald door de lengte van de route, het hellingspercentage van de wand, de overzichtelijkheid van de berg, de steilste passage, de mogelijkheid jezelf te zekeren en de conditie van het ijs.


Im Höll is een 'babyberg', einfach. 'Je moet niet met je armen klimmen', zegt Viktor. 'Alle kracht komt uit je benen. Duw jezelf omhoog.' Hij helpt bij het aantrekken van een klimgordel, reikt stijgijzers aan en overhandigt een vertrouwenwekkende helm waarop Luckystaat. Hij laat zijn gast eerst lopen op de stijgijzers, oefenen, voetje voor voetje, over massief ijs. Op één been staan. Springen. De voorpunten beuken in het ijs. Hij waarschuwt dat ijsklimmers hun benen ver uit elkaar moeten houden stijgijzers kunnen je onderbenen lelijk verwonden als het ijs onder een voet afbreekt.


Ondanks - of misschien wel dankzij - de gevaren is ijsklimmen 'in'. 'Er is ineens veel meer belangstelling voor, zegt Herbert Eckhard, die voor ons uit omhoogklimt om ons aan een spar op de top te zekeren. Bij de Nederlandse bergsportvereniging NKBV is het aantal ijsklimcursussen in de Alpen sinds 2009 toegenomen van 1 naar 3. Deze winter werden voor het eerst workshops en wedstrijden georganiseerd op een kunstmatig aangelegde ijswand in Bodegraven.


Het beklimmen van bevroren watervallen, gletsjers en crevasses is ontstaan uit het alpinisme, door bergklimmers die boven de sneeuwgrens niet alleen rots maar ook ijs moeten trotseren. Daarvoor werd speciaal klimmateriaal zoals ijsbijlen ontworpen, waardoor sommige klimmers zich helemaal op het ijsklimmen gingen toeleggen. Voor beginners zijn er 'zelfgemaakte' ijswanden, zoals de klimwand in Outdoorcentrum The Globe in Den Haag en deze suikertaart bij Utzenfeld.


Nadat Viktor ook zichzelf van een klimgordel, stijgijzers en een helm heeft voorzien, klimt hij mee omhoog, terwijl hij aanwijzingen geeft. 'Harder slaan!', gebiedt hij. 'Sla die houwelen dieper in het ijs!'


Stijgijzers worden met kracht in het ijs gebeukt, ijsbijlen worden voorzichtig achter glazen orgelpijpen gestoken. Af en toe breekt een ijspegel af, die vervolgens meters lager rinkelend kapot slaat, als een glas dat aan diggelen valt. 'Blijven kijken!', roept Viktor. 'Pas op het laatste moment mag je vallend ijs ontwijken. Niet te snel je hoofd intrekken, dan word je zéker geraakt!'. Ongelukken onder ijsklimmers komen zelden voor, voegt hij toe. En als het gebeurt, zijn meestal 'omgevingsfactoren' de oorzaak, als lawines, vallend ijs of steenslag.


Halverwege de berg glijdt een voet van de wand. Beneden rukt Herbert aan het klimtouw. Hij lijkt heel klein en ver weg. Boven, op de top, houden roofvogels in de bomen de bezoekers van hun berg nauwlettend in de gaten.Het ijs is koud, nat, glad, broos en breekbaar, maar wij zijn het de baas. Dit is de kick waarover de instructeurs het hadden, we komen steeds hoger. Na drie kwartier suist de wind over de top. Het uitzicht over de vallei is indrukwekkend. De roofvogels worden bang en vliegen klapwiekend weg.


'We zijn er nog niet', zegt Viktor onheilspellend na de euforie. 'We moeten ook weer naar beneden.' Hij gaat achterover aan het dunne touw hangen, totdat zijn rug haaks op de steile bergwand staat. 'Vertrouw op Herbert beneden', roept hij. Lachend: 'En anders moet je maar zo denken: Ik heb een ganz tollenletzten Tag gehad.'


Meer over