Alleen de verliezers spinnen na afloop van het debat

Elke verslaggever mag natuurlijk zelf bepalen wie het televisiedebat heeft gewonnen. Maar de campagneteams denken graag even mee...

Raoul Du Pré en Philippe Remarque

Debat gemist gisteravond? Geeft niets. Bij lijsttrekkersdebatten op televisie gaat het tenslotte niet om wat er daadwerkelijk wordt gezegd. Doorslaggevend voor de verkiezingsuitslag is de interpretatie. Wie heeft gewonnen? Die vraag wordt beantwoord door de journalisten die het debat samenvatten op televisie, radio en in de kranten, om te beginnen in de commentaren meteen na het debat. Misschien was Marijnissen bij het RTL-debat van januari 2003 de ster. Maar gastcommentator Jan Tromp riep Wouter Bos uit tot de grote revelatie van de campagne. De kijkers volgden braaf. Vanaf dat moment kreeg Bos er elke dag een paar zetels bij.

Campagneteams kennen deze natuurwetten. Daarom doen ze er alles aan om de interpretatie van de verslaggevers te beïnvloeden. To spin (een draai aan iets geven), noemen ze dat in de Amerikaanse bakermat van de mediademocratie. In het Nederlands is nog geen beter woord verzonnen.

Het spinnen lukt natuurlijk het beste als de kandidaat zelf optreedt als spin doctor en met de journalisten spreekt. Dus na afloop van het eerste lijsttrekkersdebat, afgelopen zondag op Radio 1 , hingen Bos, Rutte en de anderen nog lang rond in café Dudok om de journalisten te vertellen hoe ze zelf vonden dat ze het hadden gedaan. En vooral natuurlijk hoe onjuist/onbeholpen/laag bij de grond het optreden van de opponent in het debat was geweest.

Het is wel een vak, spin doctor. Voor je het weet, kom je zo gretig over dat je toehoorders concluderen: er zal tijdens het debat wel iets mis zijn gegaan. Ook niet spinnen is daarom een boodschap. In zijn beroemde boek over de Clinton-campagne, Primary Colors, laat Joe Klein de kandidaat na een gewonnen debat uitsluitend met een triomferende glimlach door de zaal vol verslaggevers paraderen. Immers: ‘Losers spin, winners grin’ .

Zo bezien sprak de nazit van het radiodebat boekdelen: Balkenende was snel verdwenen, terwijl Bos bleef praten tot in het zaaltje de stoelen op tafel gingen.

Deze week, in de aanloop naar het allesbepalende televisiedebat tussen Balkenende en Bos, deed zich een nieuw verschijnsel voor: de spin vooraf. De strategen van Wouter Bos trommelden een zaaltje verslaggevers op om uit te leggen hoe goed Balkenende eigenlijk is in zo’n debat.

‘De premier-bonus betaalt zich altijd uit in tv-debatten.’

‘Balkenende heeft alle verkiezingen als lijsttrekker gewonnen.’

‘Balkenende is nog nooit onderuitgegaan. Na elk debat ging hij in de peilingen vooruit.’

En zo hemelden de PvdA’ers hun tegenstander nog een tijdje op.

In het CDA-kamp deden ze precies hetzelfde: ‘Bos is natuurlijk de betere debater van de twee.’ Het deed denken aan voetbaltrainers die zijn tegenstander al voor de wedstrijd bijna onverslaanbaar noemt. ‘Wij zijn natuurlijk de underdog.’

Hoe pervers ook, er zit logica in. Het oordeel over het debat hangt mede af van de verwachtingen. Bos deed het in 2003 ook zo goed, omdat hij nieuw was en niemand veel verwachtte. Nu geldt hij als een groot communicator en kan hij alleen maar tegenvallen.

Meer over