Alleen de dorpsgek is leuk in platte musical

Martin Guerre, tekst Alain Boublil en Edward Hardy, muziek Claude-Michel Schönberg, regie Declan Donnellan, choreografie Bob Avian. Prince Edward Theatre Londen....

PATRICK VAN DEN HANENBERG

Het Franse musicalduo Boublil en Schönberg heeft een uitgesproken voorkeur voor liefdesperikelen in de lagere maatschappelijke regionen. In hun eerste hit Les Misérables hebben Franse revolutionairen het minstens zo zwaar met de hormonen als met de overheid.

In Miss Saigon proberen een Vietnamese dame van plezier en een Amerikaanse soldaat het onmogelijke. En in de musical Martin Guerre, die deze week in Londen in première is gegaan, schudt de liefde het Zuidfranse boerengehucht Artigat hardhandig en dodelijk door elkaar.

In het dorpje wordt het huwelijk gearrangeerd tussen Martin Guerre en Bertrande. De boerenzoon kan de verantwoordelijkheid niet aan en knijpt er tussenuit. Na zeven jaar komt een man in Artigat die zich uitgeeft voor Martin Guerre. Bertrande speelt het spel mee, om uit handen te blijven van een jaloerse minnaar. Als de echte Martin Guerre weer opduikt, is de brand in het dorp niet meer te blussen.

Boublil en Schönberg grijpen in hun derde grote musical terug op een waar gebeurd verhaal uit het midden van de zestiende eeuw. Het verslag van de rechtszaak in Toulouse is in de loop der eeuwen op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd in gedichten, romans, toneelstukken, een opera en een film.

De makers van de musical hebben het verhaal heel slim naar het eind van de zestiende eeuw verschoven. Zo kan de godsdienstoorlog dienst doen als conflictversterkend decor.

Maar dit extraatje levert niet veel meer op dan een paar dooddoeners, net zoals de hele musical een tamelijk platte indruk maakt. Na de pauze krijgen de belangrijkste rollen wel wat meer vlees, maar de interessante speurtocht naar de redenen waarom mensen liegen en bedriegen, die wél de basis vormt voor de film met Gerard Depardieu, ontbreekt totaal.

Het drietal, Bertrande (Juliette Caton), Martin Guerre (Matt Rawle) en de plaatsvervanger Arnaud (Iain Glen), dobbert maar een beetje rond. De bleke muziek van Schönberg, met slechts een sporadische opleving, maakt het verteringsproces ook niet makkelijker. Iedereen zingt fraai zijn of haar partij, maar er wordt geen enkele stevige emotionele dreun uitgedeeld.

Alleen de dorpsidioot komt tot leven en wordt zo de echte hoofdrolspeler. Maar die heeft een makkelijke voorsprong, want hij stottert, loopt mank en gaat aandoenlijk om met de vogelverschrikker op het land.

Geen meeslepende, romantische liederen, nauwelijks catchy tunes, en vrijwel geen humor. Of het moet onbedoeld zijn. Want het is nogal lachwekkend dat het dorp weer vrolijk aan het werk gaat, onder het zingen van 'grow, pray, love, weep, live' (Ramses Shaffy kan zijn royalty's ophalen), nadat men elkaar kort daarvoor nog met de bijbel in de hand de hersens heeft ingeslagen. Het Engelse publiek, met Noord-Ierland om de hoek, weet wel beter.

Na twee grote successen zijn Boublil en Schönberg behoorlijk in de fout gegaan. De show wordt nog enigszins gered door de choreografie en de techniek.

Bob Avian heeft een paar schitterende variaties op de klompendans bedacht, en de computergestuurde houten decortorens glijden als gracieuze ballerina's over het podium. Jammer dat er ook nog een paar realistische bomen bijgeplaatst worden.

Toch hoeven de spelers niet voor hun werkgelegenheid te vrezen. De handige, mediagerichte producer Cameron Mackintosh zal het volk wel naar de kassa lokken.

Patrick van den Hanenberg

Meer over