ALLEBEI EEN BEETJE

HET WAS een mooi voorbeeld van wat Samuel Huntington 'the clash of civilizations' heeft genoemd. Al Gore benutte een voordracht aan de vooravond van de top van de APEC (Asia-Pacific Economic Cooperation) om zijn Maleisische gastheren in krachtige taal te wijzen op het belang van democratie en individuele vrijheid....

De reacties in Kuala Lumpur waren furieus. Zo sprak de Maleisische minister van Handel van een misselijk makende toespraak. De Amerikaanse vice-president zou niet het recht hebben zich te bemoeien met interne aangelegenheden en zijn waarden op te dringen aan andere landen.

Niet alleen Maleisië koestert bedenkingen tegen mensenrechtenmissies van westerlingen. In allerlei internationale fora hebben met name vertegenwoordigers van Aziatische landen betoogd dat westerse mensenrechtenconcepties, waarin het individu centraal staat, slecht passen bij Aziatische samenlevingen, die sociale harmonie en algemeen belang voorop zouden stellen. De collectivistische Asian values zouden beschermd moeten worden tegen het westerse individualisme, dat alleen maar zou uitmonden in egoïsme en criminaliteit.

Het cultureel relativisme waartoe (sommige) Aziaten oproepen, ondermijnt de pretenties van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, wier vijftigste verjaardag we volgende week vieren. In zijn Jaarboek 1998 waarschuwt Amnesty dan ook dat de universaliteit van de mensenrechten gevaar loopt.

Steeds vaker zou de gedachte dat bepaalde rechten overal ter wereld behoren te gelden, worden aangevochten door regeringen, organisaties en personen die de lokale cultuur en traditie voorrang willen verlenen. Dit is een betrekkelijk nieuw en zorgwekkend verschijnsel, stelde Amnesty.

De Adviesraad Internationale Vraagstukken, die afgelopen zomer een advies uitbracht over de universaliteit van de rechten van de mens en culturele verscheidenheid, ziet het een stuk minder somber. Het is juist opvallend dat mondiaal de universaliteit van de mensenrechtennormen vrij zelden wordt betwist, meent de raad.

Een beroep op de culturele eigenheid als een argument voor een inperking van mensenrechten zou bijna altijd worden gedaan door machthebbers die hun eigen positie proberen te versterken en zich willen afschermen tegen kritiek. Met een serieuze kritiek op de universaliteitsgedachte zou het gedrag van dictatoriale regimes niets te maken hebben.

Wie heeft nou gelijk, het pessimistische Amnesty of de optimistische Adviesraad? Allebei een beetje, denk ik. Inderdaad zijn er tekenen die wijzen op een groeiende consensus inzake het universele karakter van (bepaalde) mensenrechten. Voorts is er terecht op gewezen dat de Aziatische klachten over de westerse inslag van de mensenrechtenverklaringen meestal komen van regeringen en niet van non-gouvernementele organisaties of particulieren.

Daar komt bij dat in het Westen de acceptatie is gegroeid van collectieve rechten, waar ontwikkelingslanden in de regel sterk aan hechten. De Adviesraad Internationale Vraagstukken spreekt daarom over een verheugende combinatie van een toenemende belangstelling van niet-westerse actoren voor individuele rechten met een toenemende erkenning van een aantal collectieve rechten door westerse landen.

Toch stapt de raad wel erg gemakkelijk over het probleem van culturele diversiteit heen. Vaak, zo heeft Vaclav Havel gezegd, zijn tegenstellingen in het mensenrechtendebat terug te voeren op boosaardige voorwendsels van autocraten die zich onrecht trachten te legitimeren door op het anders-zijn van hun cultuur te wijzen. Maar soms, voegde Havel eraan toe, is er wel degelijk sprake van een echte discrepantie en worden de door de westerse wereld ontwikkelde standaarden in alle oprechtheid gezien als vreemde bedenksels die men wel kan respecteren, maar niet innig omarmen.

Een bewijs voor deze stelling is dat ook op non-gouvernementeel niveau cultureel bepaalde verschillen van meningen bestaan. Binnen Amnesty heeft bijvoorbeeld een discussie gewoed over de vraag of de organisatie zich moet inzetten voor de vrijlating van gevangenen die vanwege een homoseksuele geaardheid zijn opgesloten. In veel Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse afdelingen werd die vraag met neen beantwoord. Homoseksualiteit zou een afwijking zijn die niets te maken heeft met mensenrechten. Hier botsen beschavingen.

Een ander voorbeeld staat in het pas verschenen boek Grondrecht en wisselgeld, waarin een spraakmakend interview is opgenomen met Lee Kuan Yew. Onze waarden en normen hangen af van onze cultuur, betoogt de invloedrijke oud-premier van Singapore, en de forse verschillen tussen Oost en West kunnen zeker niet worden overbrugd door Amerikanen die er in hun eigen land een zootje van maken. Het is een (te) relativerende opmerking, die Al Gore hopelijk niet uit het veld slaat. Maar zij doet wel beseffen dat verdedigers van de Universele Verklaring nog een hoop politieke en culturele obstakels te overwinnen hebben.

Meer over