Alle mannen houden van bloemkool

Mannen met een grote bek vallen bij het hoofdgerecht door de mand. Vrouwen zijn leuker, maar onbetrouwbaarder. Hoe spannend is een 'blind date' voor mee-eters?...

Mensen kun je verdragen zo gauw je zeker weet dat je ze toch nooit meer ziet. François Mauriac

'De tonijn is vers uit Oman aangevlogen, het etiketje met de vangstdatum er nog op.'

De tafel zoemt van genoegen. Zalig! Dat blijkt het juiste woord op de juiste plaats.

De Sauvignon Blanc klokt in de glazen, het tafelzilver ligt uitnodigend te glimmen en het gezelschap doet weldra wat elk gezelschap in die situatie doet: de gastvrouw loven. Haar hors d'oeuvre van gehakte tonijn met eigengemaakte mayonaise mag zelfs onovertroffen heten. 'Het is heel simpel hoor', zegt de gastvrouw, zoals gastvrouwen dan zeggen. 'De profeet geeft het zijn eigen volgelingen', reageert mijn overbuurman droog.

'Kook jij ook wel eens?' vraagt een vrouw aan de volkomen onbekende man naast haar.

'Ja, van woede', klinkt het van de overkant, waar 's mans echtgenote zetelt. (Partners mogen niet te dicht bij elkaar in de buurt zitten, daar is de gastvrouw heel streng in). In de aftastende fase van de kennismaking is geen enkel type small talk een beletsel. Samen eten is immers de olie van de vriendschap, betoogde Felix Timmermans al. 'Felix Timmermans, het nieuw geheime wapen van Louis van Gaal, bedoel je?' De stemming zit er in. En dat is altijd nog even afwachten, bij een blind date. Op een enkele uitzondering na hebben de tafelgenoten elkaar doorgaans nooit eerder ontmoet.

De term blind date verdient in dit verband verheldering. Men zit hier niet bij elkaar aan de dis om in de kleine uurtjes na afloop a priori met een onbekende in het ledikant te eindigen - ofschoon er bij het digestif wel eens wat moois is opgebloeid. Men komt hier vanwege het social event. Voor de gedachtenwisseling. Voor feestelijk eten met een goed gesprek. Voor de party. Om de oude heer G. Löwenthal (oh, die!) te logenstraffen die ooit beweerde: 'Een party is een samenzijn van mensen die elkaar niets te zeggen hebben, en dat dan ook uitvoerig doen.'

De sessies van Mieke Schoorl genieten op bescheiden schaal in Amsterdam-Zuid even grote faam als het kerstgala van klaviervirtuoos Wibi Soerjadi bij hongerenden naar zoete romantiek.

Pedagoge Mieke Schoorl (kort haar, brilletje) heeft vele honderden namen in haar kaartenbak. Namen van kennissen, vrienden, passanten uit het café. Twee keer per maand nodigt ze een aantal gasten uit. De samenstelling geschiedt zorgvuldig. Het moeten bij voorkeur personen zijn die elkaar niet allemaal kennen. Mensen die elkaar wat te vertellen hebben, dát is het criterium.

'Dat kan gaan van politiek tot hoe lang ze over de marathon hebben gedaan. Ik kies in principe mensen bij elkaar van wie ik denk: dat zal wel klikken. En over het algemeen komt dat vrij aardig uit. Iedereen heeft toch wel iets te vertellen? Men moet zich vrij voelen om een boek uit de kast te pakken, als dat zo te pas komt.

'Ik had een ideaal om een soort salon te beginnen, waarin ik mensen zou ontvangen die in de wereld om hen heen geïnteresseerd zijn. We hebben hier ook wel eens Homerus voorgedragen.'

Ze komt uit Staphorst, Mieke. Bakte in haar vroege jeugd al veel pannenkoeken. Veel verder dan koekjes en cake ('ik heb een paar duizend cakes gebakken') kwam ze niet. In Amsterdam ontmoette ze haar man Evert en bij hem thuis ging een wereld voor haar open, in 1960. 'Thuis kregen we in het weekend anderhalf pond riblappen en soms gehakt. Maar bij de ouders van Evert kwam een enorm stuk vlees op tafel. Ik wist niet wat me overkwam van de weelde, terwijl het absoluut geen weelde was. Ik schafte me het kookboekje Student te gast aan, en vanaf dat moment ben ik mensen gaan uitnodigen.'

Dineren als tegenwicht voor de wereld van het werk waar je in zit. Zo luidt ongeveer Schoorls definitie. 'Ik doe dit minstens twintig keer per jaar. Wat ik met zo'n tafel wil, is dat er heel weinig over werk gesproken wordt. Dat is toch zo obligaat! Alleen vrouwen blijken er toch nogal eens behoefte aan te hebben. En bijna altijd wordt er uitgebreid over kinderen gesproken.' Mieke Schoorl haast zich te zeggen dat verder iedere link met haar werk als pedagoge in dit culinaire netwerk ontbreekt.

'Nee hoor, ik selecteer geen gast uit een bepaalde sociale laag. Alleen op die manier krijg je een breed beeld van de wereld. Sommige mensen ken ik al heel lang. Dan vliegen ze uit, je ziet ze soms in jaren niet. Als ik de behoefte heb ze weer te zien, dan nodig ik ze uit. En dan koppel ik ze aan mensen die ik tegenkom. Op het werk, in het café (ik ben een heel erge café-ganger), of bij een ander thuis. Dat is de basis. En verder komen hier geen mensen zo maar thuis. Daarvoor leiden Evert en ik allebei een veel te druk leven. Ik ben tegen vrije inloop.'

Een tijdrovende hobby. Prijzig vooral. 'Valt wel mee', wimpelt de gastvrouw af. Recepten vergaren, een dagje koken. Geen aardbeien kopen buiten het seizoen. En geen tonijn als die vijftig gulden per kilo doet. 'Zo'n culi-freak ben ik niet. Als de meloenen twaalf gulden per stuk kosten, dan verwerk ik geen meloen. En ik koop al helemaal geen balsamico-azijn van 385 gulden per fles. Het idee! Zo'n fanaat ben ik niet. Het is best aardig eten wat je bij mij krijgt. Maar het is absoluut niet professioneel zoals ik kook. Ik heb mezelf ontwikkeld. Misschien zou ik nog een kookcursusje hier of daar moeten volgen.'

Het geheim van een goede gastvrouw is: absoluut niet inviteren naar status of importantie. Mieke Schoorl maakt ze elders wel mee: de stijgers op de maatschappelijke ladder die in gezelschap over haar schouder kijken of ze niet iemand ontwaren die belangrijker is dan de gesprekspartner van het moment. En als dan in Huize Schoorl toch onverhoopt een gast van dat type zich als zodanig blijkt te ontpoppen, dan is dat puur toeval. 'Ik kick absoluut niet op belangrijkheid.'

Niet helemaal op de punt van de stoel, maar bij de kennismaking wordt toch nog een tikje onwennig ge-aperitiefd in de zithoek. De drive-in-woning dateert uit de jaren zeventig. De inrichting is een beetje dito, een beetje Amsterdamse School. Er zijn rode kaarsen in kandelaars van beeldhouwer Peer Veneman. De tafel is al gedekt; de gastvrouw stelt zich ten doel zelf zoveel mogelijk zichtbaar te zijn. 'De meeste vrouwen maken de fout door zich met een rood hoofd in de keuken te verstoppen. Maar je gasten moeten niet denken dat je de keukenmeid bent.'

Er is veel Afrikaanse kunst, afkomstig van een eveneens genode galeriehoudster die vroeger balletdanseres was en er ook zo uitziet. De gasten variëren verder van manager, schrijver, bibliothecaresse, een op Glenn Miller lijkende geschiedenisleraar (tevens jazz-drummer) tot televisie-presentatrice. Vijf vrouwen, vijf mannen, niet meer zo heel erg piep. Niemand is onder de vijftig jaar.

Gastheer Evert, afgestudeerd historicus en nu econoom, is uit Groningen overgekomen. Een weekendhuwelijk; de kinderen zijn de deur uit. Hij krijgt een boek van de schrijver cadeau. Het is diens derde. Kakelverse sleutelroman over de universiteitswereld. Die zal nog het nodige stof doen opwaaien!

De gastheer vertelt hoe hij een vroeger medelid van het corps tegenkwam die nu een handeltje in tweedehands kleding. 'Hoe is het mogelijk dat jullie marginalen in het corps hadden', zegt de schrijver. 'Ach, mijn jasje is ook tweedehands, hoor', zegt de gastheer, terwijl hij het koksdiploma van zijn zoon laat circuleren. Er staan hoge cijfers op. Alleen voor het vak 'versieren' een zesje. 'Dat weet hij in het echte leven ruimschoots te compenseren', verklapt de geschiedenisleraar, die een huisvriend is.

Aan tafel blijkt gastvrouw Mieke zich in haar eet-sessies te hebben laten inspireren door galeriehoudster Mia, met wie ze sinds 1970 bevriend is. Mia heeft een spits gezicht, het haar in de knot, rood gelakte nagels en een knots van een ring. Het tafelen in commune komt bij haar mede voort uit de ervaring 'dat je bij vriendinnen zo vies eet'. Haar adagium: laat je nooit gek maken door het idee dat een gast een duur restaurant frequenteert. 'Daar kan ik toch nooit tegenop en daar gaat het niet om. Want wat onthouden mensen van een etentje? Niet zozeer wat ze gegeten hebben, als wel naast wie ze gezeten hebben. Dat is het wonderlijke.'

Neem stamppot boerenkool. Razend moeilijk hoor, goeie boerenkool. Mia heeft haar eigen recept, maar dat ontstond per ongeluk. In haar vroegere kookjaren was ze zo nerveus, dat ze puree had opgediend en iedereen al aan tafel zat toen ze dacht: jeetje, de boerenkool vergeten. 'Dus heb ik de boerenkool zo rauw door de puree gemieterd. En wat denk je? De mensen hadden nog nooit zulke lekkere boerenkool gegeten. Sindsdien doe ik het altijd zo.'

Gastheer Evert: 'Mieke heeft wel Mia's formule geadopteerd, maar wat heel bijzonder is van Mieke is dat ze niet op een paar succesrecepten drijft. Mieke wil iedere keer weer iets anders koken.'

'Dat noemen wij pas serendipity', zegt de geschiedenisleraar.

'Ik geef altijd een kerstavond-diner', zegt Mia, een muizenhapje tonijn nemend. 'Dat kost wel veel geld, maar het is een keuze die je maakt. Dan koop ik dat mantelpak maar niet, of nog een derde winterjas. Niet dat ik zelf eet, ik eet al jáááren van alles maar de helft, en dan blijf je op hetzelfde gewicht. Maar het geeft zo'n voldoening, hè. En ik denk bij het uitnodigen van mensen heus niet: o god, als je die en die bij elkaar zet, dan wordt het een dooie boel. Daar ben ik niet streng in hoor. Ik neem meer risico's met mensen.'

Gastvrouw Mieke: 'Nou, bij mij is het wat socialer. Dat komt, ik ben sociaal gesproken verschrikkelijk veel meer op mezelf dan Mia. Ik wil altijd een absolute scheiding tussen werk en privé-leven. Als ik mensen heb ontmoet die ik graag nog wil zien, dan nodig ik ze uit. Je moet zorgen dat je meer dan zes mensen hebt. Zes is een slecht getal. Dan hebben ze het gevoel dat ze elkaar moeten bezighouden. Dan voel je een spanning en ontstaat er een sociale druk. Bij vier heb je dat nooit, dan ken je elkaar goed.

De geschiedenisleraar: 'Hoe sta je tegenover vijf?'

De gastheer: 'Ik huldig de stelling: pick any six van deze tafel en het is ook leuk.'

De geschiedenisleraar: 'Het is geen Coca-Cola.'

De gastheer: 'Je hebt mensen die zeggen: wat een leuk idee. Die gaan Mieke nadoen. Maar dan nodigen ze precies dezelfde mensen uit'

De gastvrouw: 'Soms nodig je mensen uit en die bellen later op dat ze verhinderd zijn. Die willen dat je een nieuwe datum prikt. Maar dat doe ik niet. Dan gaat de formule schuiven. Trouwens: ik koppel ook.'

De gastheer: 'Jan dinges met dat Raad van Toezicht-lid. Je had ook nog een Leidse hoogleraar in de aanbieding, hè Mieke? Er zijn trouwens meer leuke loslopende vrouwen dan loslopende mannen. Maar die zijn weer lastiger uit te nodigen.'

De gastvrouw: 'Van de negen vrouwen zeggen er altijd wel een of twee af. Dat vind ik zo gek. Ik denk dat alleenstaanden niet gewend zijn om rekening met een ander te houden. Ze kunnen natuurlijk onder de tram komen, maar twee uur van tevoren melden dat je ziek bent, dat wil er bij mij niet in.'

De schrijver: 'Tenzij zo'n vrouw in de tram een allochtone controleur is tegengekomen met wie ze is gaan eten in de Tweede Weteringdwarsstraat.'

De gastvrouw: 'Het gebeurt altijd dat vrouwen afzeggen. Schandelijk vind ik dat. Er zijn wel mensen die zich niet zo lekker voelen, maar ze komen toch op de eetafspraak.'

De geschiedenisleraar: 'Omdat ze op de brancard worden binnengebracht, is het niet?'

Niet dat het aanbod zo exclusief is als pakweg de gemarineerde toncillen van de Bradypus tridactylus (drieteenluiaard) op een bedje van paardenbloem-stelen. 'Of een kopje mokka met zo'n ijskouwe asperge d'r in', zegt de schrijver. 'Dat kregen we laatst in Kaatje bij de Sluis. Die vent is helemaal doorgeslagen.' En grote hoeveelheden vervullen Mieke weer met walging. De meeste vrouwen doen aan de lijn, dus je moet altijd met een licht voorgerecht beginnen. Daarna kun je wel met een romig soepje komen of een pasta. Als je maar geen aardappels of puree geeft.'

Ze was pas voor haar werk in San Francisco ('terwijl ik bij de Febo een kroketje stond te trekken', zegt Evert) en heeft daar het recept voor sudder-eend meegenomen; na de pasta het pièce de resistance van vanavond. Als er maar gelachen wordt. En er niemand in slaap valt.

Ooit ruzie geweest onder de gasten? Bij Mia wel, zegt Mieke. 'Omdat ik chaotischer ben', zegt Mia. Mieke: 'Ik had wel eens iemand die vals zei: o, jullie houden van moderne kunst maar niet van hedendaagse kunst zie ik. Ja, we hebben wel eens rare gevallen aan tafel.'

'Zouden huisartsen nou ook zulke gesprekken hebben?', informeert de bibliothecaresse.

'In mijn werk ontmoet je mannen met een grote bek die in dit soort gezelschappen helemaal door de mand vallen', zegt Mieke. 'Die hier niks in te brengen hebben. Hun vrouwen blijken vaak veel meer te vertellen te hebben. Aan tafel komt het beste van de mensen naar boven.'

Mia vertelt dat haar zoon Bart zijn naam ontleent aan een vroegere tv-serie waarin de held Bartje het verdomde te bidd'n veur bruune boon'n. Ze is trouwens 'krankzinnig goed in het bewaren van etensresten'. 'O, ik gooi nog geen halve beschimmelde boterham weg', zegt Mieke. 'Schat, ik ben een soepenfreak', zegt de broodmagere Mia. 'Met drie aardappels en vijf sperzieboontjes doe ik al wonderen, want ik heb altijd verse bouillon. Het enige wat bij mij één op één gaat, zijn de wijnflessen.'

De tv-presentatrice: 'Ik ben altijd bang dat ik te weinig heb. Als het recept voor vier personen is en we zijn met z'n vieren, dan doe ik voor de zekerheid de dubbele hoeveelheid.'

De gastvrouw: 'Dan ben je hartstikke gek.'

'Ach het is altijd wat', zegt de galeriehoudster. 'Ik vergeet altijd het toetje.'

'Ik begín altijd met het toetje', zegt de gastvrouw, onder applaus haar chocoladetaart-met-grappa naar binnen dragend. Een kunststuk. Voor de kokende pedagoge gaat niet op wat Robert Frost ooit zei: 'Er is maar één ding vreselijker dan een vrouw die kan koken en het niet wil, en dat is een vrouw die niet kan koken en het toch doet.'

Mia snoept een theelepeltje taart van haar tafelheer en zegt peinzend: 'Ik ben niet zo'n vreselijke uitgaander. Ik heb graag mensen om me heen. Je doet het toch voor jezelf, dat koken? Je verlengt je leven, dat is de enige reden voor mij. Ik heb nog nooit iets gezegd waarover de wereld spreekt. Maar met mijn soepen zeg ik wat. Misschien dat later ooit iemand zegt: kon je je nog herinneren wie er waren, bij Mia, of bij Mieke? Dat is voor mij onsterfelijkheid.'

De gastvrouw: 'Er zijn hier aan tafel contacten gemaakt waar gasten hartstikke veel geld aan verdiend hebben. En dan hoor je nooit meer iets van ze.'

De galeriehoudster: 'Soms heb ik een potentiële klant in mijn galerie waar ik nog niet zo goed raad mee weet. Zo iemand nodig ik dan bij mij thuis uit voor een etentje. In gezelschap van mensen waar ik dol op ben. Als hij zich in dat gezelschap niet handhaaft en door de mand valt, dan denk ik: dat wordt geen goeie klant. Die wil ik niet als klant.'

De gastheer: 'Dat is het grote verschil met Mieke. Zij heeft haar mensen tevoren gezeefd.'

'O.S.M.', grapt de geschiedenisleraar. Ons soort Mensen.'

De conversatie gaat vervolgens dan ook over 'de fantastische nieuwe Voskuil', het boek Het Bureau dat door de helft van het gezelschap is gelezen. 'Zoals die man zijn vrouw Nicolien beschrijft. Dodelijk! 'Het valt me mee dat ze niet onmiddellijk van hem is gaan scheiden', zegt de bibliothecaresse.

'O jee,' zegt Mia. 'Gerard is 73 geworden, ik moet hem even bellen.' Stilte.

'Eh, Gerard Reve natuurlijk', zegt Mia. 'De schat. Matroos Vos logeert een keer per week bij me.'

Ver na middernacht kan de gastvrouw bij dessertwijn en zelfgebakken cantucuni terugzien op een geslaagde avond. Ze geeft er het cijfer negen voor. Geen wanklank vernomen,

ook al heeft de tv-presentatrice haar vinger verwond aan de scherpe ring van de galeriehoudster.

Vrouwen luisteren meer naar elkaar, weet Mieke. Vrouwen zijn interessanter dan mannen. 'Ik heb mannen gehad van nationale faam die hier niks in te brengen hadden. Trouwens, mijn ervaring is: alle mannen houden van bloemkool. Ach, de kick die ik krijg als zo'n avond goed is verlopen! Op die manier denk ik dat ik een heel breed beeld van de wereld krijg.'

Het is wel anders als haar kinderen komen eten. 'Een van m'n zoons kan echt koken en van hem krijg ik altijd hartstikke veel kritiek.'

Epicurus zei het al: 'Men moet niet zo zeer letten op wat men eet, maar met wie men eet.'

Ben Haveman

Meer over