Alle macht aan de leraren

Afgaand op alle frontberichten is het niet pluis in het onderwijs. Het 'nieuwe leren', de laatste beleidsmode, richt er, naar verluidt, ravages aan....

Uit het onderzoek komt een beeld naar voren dat nauw aansluit bijeerdere schetsen van de Nederlandse leerling. Een vlot type, niet op z'nmondje gevallen, meester van de zelfpresentatie, maar met weinig inhoud.Het Nederlandse onderwijs produceerde al een uiterst sociabelpersoonlijkheidstype, maar het studiehuis doet er nog een schepje bovenop.

Dat roept de vraag op welk probleem het studiehuis precies moestoplossen. Een soepeler overgang van havo/vwo naar het hoger onderwijs? Danheeft het averechts gewerkt: het kennistekort van de eerstejaars maakt diealleen maar stroever.

Mopperen op onderwijs en onderwijsvernieuwing is een nationaalgezelschapsspel. Het is niet goed of het deugt niet. Voor veel mopperaarsbegon 'de vernieling' in 1968 met de Mammoetwet. Zij zijn vergeten datindertijd de helft van de Nederlandse beroepsbevolking alleen lageronderwijs had genoten. Onderwijs, ook het voortgezet onderwijs, wasstandsonderwijs. De Mammoetwet maakte een eind aan die archaïsche toestanden gaf hele volksstammen de kans op behoorlijk vervolgonderwijs.

Zulke spectaculaire successen, zoals eerder ook bewerkstelligd door deWet op het middelbaar onderwijs van Thorbecke, zijn nu nauwelijks meer tebehalen. In zekere zin staan oude successen nieuwe in de weg. Het is éénding om standsonderwijs af te schaffen, iets heel anders om, zoals desamenleving tegenwoordig eist, alle jonge mensen, ook de minst begaafde enmeest weerspannige, tot omstreeks hun 18de op school betekenisvolleervaringen te bieden.

Wie toch halsstarrig wil blijven vernieuwen, moet het opnemen tegen de'wet van de afnemende meeropbrengst'. Nieuw beleid, hoe ingrijpend en duurook, heeft steeds minder waarneembare invloed op de uitkomsten van hetonderwijs. Op andere beleidsterreinen is het niet anders. Geen ingreep diede volksgezondheid zo sterk heeft verbeterd als de aanleg van waterleidingen riolering. Honderd jaar Woningwet maakte van ons de ruimst behuisdeEuropeanen. Welke nieuwe wet of maatregel kan daar tegenop? Praktisch alleswat beleidsmakers nog toevoegen, verbleekt daarnaast tot gepruts in demarge.

Maar hoop doet leven. De politiek en haar ambtelijke apparaat zijnverslaafd aan nieuw beleid. Hoe meer ambtenaren, des te meer beleid enregels. Beleid genereert bovendien beleid. Het besef dat het betere devijand is van het goede, leeft zo langzamerhand wel, maar hetpolitiek-ambtelijke vlees is zwak. Wie minder beleid wil, zal eerst hetaantal ambtenaren drastisch moeten terugbrengen. Marleen Barth, de nieuwevoorzitter van de Onderwijsbond CNV, verkondigt nu dat het vak moet wordenteruggegeven aan de leraren.

Zij is niet de eerste die dat betoogt. De auteurs van de dit jaarverschenen bundel Beroepszeer wilden ook al de professionals bevrijden vande managers en deskundigen die in hun nek hijgen. Zulke uitingen kunnengezien worden als een 'populistische' reactie op de almacht van een elitevan beleidsmakers en deskundigen. Laat het onderwijs of de zorg over aanhet gezonde verstand van autonome vakmensen, en alles zal goed komen.

Het zijn sympathieke, maar ook naïeve geluiden. De intense externebemoeienis met het onderwijs stamt uit de jaren zestig en zeventig. Toenvond de activistische, 'constructieve onderwijspolitiek' ingang, die viahet onderwijs gelijke kansen moest bevorderen. Gewone onderwijsgevendenkwamen onder voogdij te staan van bureaucraten en instellingen uit de'verzorgingsstructuur'. Feitelijk was dat een machtsgreep: een nieuweklasse van jonge academici, tevens politieke entrepreneurs, slaagde er meteen beroep op haar superieure expertise in zeggenschap over de praktizijnste verwerven.

Hun macht - om de werkelijkheid der onderwijsgevenden te definiëren,te bepalen wat wel of niet een probleem is en welke oplossingen daarvoorgeschikt zijn - is vooralsnog ongebroken. De onderwijsbureaucraten zullenook over het veld blijven heersen zolang het paradigma van de constructieveonderwijspolitiek niet wordt verlaten. Na ruim dertig jaar is daar de glansweliswaar wat van af, maar een breed aanvaard alternatief voor onderwijsgericht op kansengelijkheid, heeft zich nog niet aangediend.

Daarom zal het machtige bondgenootschap van politiek en deskundigenonderwijsbeleid blijven produceren. Om de problemen met het studiehuis 'opte lossen', om de uitval in vmbo en mbo tegen te gaan, om de deelname aanhet hoger onderwijs te verhogen - te veel om op te noemen. Wie die machtwil breken en de leraar wil emanciperen, moet bereid zijn tot een lang enhard gevecht: heersers geven hun macht niet zomaar op. Bovendien zal hetnooit lukken zonder een krachtige nieuwe idee over de functie van hetonderwijs. 'Cultuuroverdracht' wordt wel als kandidaat naar vorengeschoven. Geen slecht idee, maar voorlopig geen partij voor hetonverminderd sterke gelijkheidsideaal van de constructieveonderwijspolitiek.

Meer over