Alle ideeën zijn hier bespreekbaar

Neemt Cuba definitief afscheid van zijn communistische verleden? Op het partijcongres in Havana wordt het dit weekend besloten. Vijf stripboeken blikken terug op de revolutie van Che en Castro - pro en contra.

Vijftig jaar geleden, in de nacht van 16 op 17 april 1961, zette een vloot van kleine bootjes koers naar de noordkust van Cuba. Ze hadden luidsprekers aan boord die het lawaai van een invasie nabootsten om de troepen van Fidel Castro te misleiden. Aan de zuidkant van het eiland, in de Varkensbaai, werd tegelijkertijd een echte poging ondernomen om het communistische regime ten val te brengen.

De CIA had het plan bedacht, Cubaanse ballingen zorgden voor de uitvoering. Al snel bleek dat men de vechtlust en het wapenarsenaal van Castro en zijn volk had onderschat en de Amerikanen leden een smadelijke nederlaag. Later dat jaar stuurde Che Guevara een briefje naar John F. Kennedy: 'Dank voor de Varkensbaai. Vóór de invasie was de revolutie zwak. Nu is ze sterker dan ooit.'

Vandaag vindt in Havana, niet toevallig, het 6de partijcongres van de Cubaanse Communistische Partij plaats en gaat Raúl Castro een andere weg inslaan dan El Jefe (De Chef), zijn grote broer. 'Alle ideeën om het land uit de huidige malaise te halen zijn bespreekbaar', heeft Raúl gezegd. De bijeenkomst moet 'fundamentele beslissingen nemen over de modernisering van het Cubaanse economisch model en de weg bepalen voor het economisch en sociaal beleid van de partij en de revolutie'.

Die aanstaande modernisering wordt voorafgegaan door een stroom van stripboeken die Cuba, Che en Castro vanuit verschillende invalshoeken belichten. Eentje is pro, andere zijn contra, één houdt zich afzijdig: een afspiegeling van de caleidoscopische manier waarop tegen het tropisch communisme wordt aangekeken.

Ouderwets, in onze westerse ogen, is Fidel van de Argentijnen Néster Kohan en Nahuel Scherma. De eerste is een schrijver van marxistische snit, de tweede is filmmaker en gelegenheidstekenaar. In 2010 verscheen hun boek in een Engelse vertaling bij Seven Stories Press in New York, die het op de achterflap aanduidt als 'graphic novel'.

Een commerciële keuze en dus pijnlijke misser in het geval van deze marxistisch geïnspireerde hagiografie, want Fidel is in het geheel geen strip- roman. In korte hoofdstukjes beschrijft Kohan de successen van de Cubaanse revolutie, het charisma van Castro en de arrogantie van de Verenigde Staten ('die woeste reus in het noorden'), Scherma maakt er tekeningetjes bij die nogal infantiel ogen of van foto's zijn nagetekend. Het boekje is een pamflet dat zich grotendeels concentreert op de heroïsche jaren zestig, toen Guevara nog zijn bijdrage aan de revolutionaire romantiek kon leveren, en negeert de onvrijheid van het volk en de economische ellende.

Van een heel ander niveau is Che, een eveneens Argentijnse strip die al in 1968 verscheen, maar verboden werd door de junta die de regering van Péron in 1974 omverwierp. De Nederlandse vertaling is pas dit jaar verkrijgbaar. Schrijver Héctor Oesterheld en tekenaars Alberto (vader) en Enrique (zoon) Breccia schiepen een politieke geschiedenis rond Ernesto Guevara, een jonge arts die is geschokt door de armoede op het Latijns-Amerikaanse continent en naar wegen zoekt om iets aan dat onrecht te doen. Cuba is een van de landen waar hij zich kan doen gelden, later is hij ook in Bolivia actief. Liefst zou hij alle landen helpen die tussen de VS en de USSR in de verdrukking zitten en Che brengt in beeld hoe de held gesprekken voert met Nehru, Nasser en Mao.

Maar van een wereldrevolutie is het nooit gekomen, Guevara sneuvelde in 1967 tijdens een van zijn guerrilla-acties. Wat deze striproman wrang maakt, is de wetenschap dat ook scenarist Oesterheld is vermoord. In 1977 werd hij samen met zijn vier dochters ontvoerd omdat ze lid waren van verzetsgroep Los Montoneros. Ze zijn nooit meer teruggezien en Oesterhelds weduwe was een van de Dwaze Moeders die jarenlang hebben gedemonstreerd op de Plaza de Mayo in Buenos Aires.

Het script van Oesterheld is geschreven in staccato zinnetjes en wil in 80 bladzijden zoveel mogelijk informatie kwijt. Zo is de beroemde motorrit die Guevara maakte met medestudent Alberto Granada, waaraan Walter Salles in 2004 zijn speelfilm The Motorcycle Diaries wijdde, goed voor één enkele bladzij. De Breccia's tekenen om beurten een hoofdstuk: vader de biografische passages, zoon de gevechtsscènes, beiden met gebruik van foto's, kopieerapparaten, veel zwarte inkt en close-ups die het beeld abstraheren. Dit boek is een politiek statement, geen amusement.

Oesterheld en de Breccia's keken optimistisch tegen de revolutie aan, zoals veel intellectuelen uit het buitenland, Sartre en Mulisch voorop. Daarom is het interessant om te zien hoe een Cubaanse die de verwording van Castro's communisme van nabij heeft meegemaakt, daar verslag van doet. Cuba, My Revolution van Inverna Lockpez (met tekenwerk van de Amerikaan Dean Haspiel) is de autobiografie van een twijfelaar die opgroeit met revolutionaire propaganda, droomt van een loopbaan als beeldend kunstenaar, maar arts wordt om het volk te dienen.

Het verhaal - en haar levensloop - kantelt als de Varkensbaai wordt aangevallen, 'Playa Girón' zoals ze op Cuba zeggen. De revolutionairen nemen een soldaat met een zware schouderwond gevangen. Hij gilt, maar mag niet worden verzorgd. Lockpez wil de man toch morfine toedienen en wordt er vervolgens van verdacht met de CIA te heulen.

Dertien bladzijden lang krijgen we te zien hoe deze toegewijde aanhangster van Castro naakt in een cel wordt gegooid en beurtelings met koud en heet water wordt bespoten. Toch blijft ze trouw aan de idealen van de revolutie, totdat het regime haar ten slotte de doodsteek geeft: haar modernistische schilderijen worden geconfisqueerd omdat alleen socialistisch-realisme nog is toegestaan.

Lockpez emigreert naar de States en heeft een paar decennia nodig om haar verhaal te kunnen vertellen aan een bevriende striptekenaar, Dean Haspiel dus. Hij begrijpt dat het haar zwaar valt over de martelingen te moeten praten en geeft de beul daarom het uiterlijk van zichzelf. Aan integriteit ontbreekt het Haspiel niet, maar het is jammer dat hij tekent in een oppervlakkige comics-stijl die verkeerde, al te Amerikaanse associaties oproept. Mooi is wel zijn gedoseerde gebruik van rozerood in een verder grauwzwart boek. Bloed, bloemen, een jurk, een vlag: alleen hier worden kleur en symboliek toegevoegd.

De snor van Nietzsche, de lok van Hitler en het pagekopje van Cleopatra: haar is belangrijk in de iconografie van historische figuren. Ook de gezichtsbeharing van Che en Castro behoort tot de clichés en Castro zou zelfs gezegd hebben dat de baard het symbool is van de revolutie. Maar met een maagdelijke kin begint hij aan zijn avontuur in de biografie Castro van Reinhard Kleist, de Duitse tekenaar die eerder het leven van Johnny Cash verstripte. Hij vertelt het verhaal via de figuur van Karl Mertens, een Duitse fotojournalist die zo gecharmeerd raakt van het revolutionaire elan dat hij besluit te blijven, tot het bittere einde, ook nadat zijn vrouw naar Florida is gevlucht.

Alle inmiddels vertrouwde taferelen passeren de revue, maar onvermijdelijk is ook hier weer de toon van teleurstelling, van vermoeidheid door decennialange rantsoenering, al wordt aan het gevoel verraden te zijn nooit helemaal toegegeven, omdat Fidels revolutie ook zijn goede, antikapitalistische kanten heeft. Kleist heeft zich bij het tekenen laten adviseren door Volker Skierka, beroemd Castro-biograaf, die in het voorwoord schrijft dat 'de vertelstijl van een strip ruimte biedt aan fictieve waarheden en gevolgtrekkingen die in non-fictie niet zijn toegestaan'.

Een van die fictieve waarheden is de sympathie die de bejaarde Máximo Lider voelt voor Obama, kind, tenslotte, van generaties verdrukte Amerikanen. In Kleists epiloog staat de vergrijsde Castro in een Adidas-trainingspak door het raam te staren. Het is een illusie om te denken dat je de wereld kunt veranderen, peinst hij, maar als ik het over kon doen zou ik hetzelfde doen.

In de echte wereld is Castro's sympathie voor Obama al flink aan het eroderen. Op zijn blog Reflexiones, waar hij scheldt op de 'fascistische oorlog' van de NAVO in Libië, constateert hij verbitterd dat Obama maar om één reden belangstelling heeft voor Latijns-Amerika: het is een groeimarkt.

Een halve eeuw Cuba in beeld brengen en de politiek omzeilen, dat kan ook. Javier Mariscal, Spanje's bekendste striptekenaar, heeft met Fernando Trueba het verhaal Chico & Rita vormgegeven, eerst als tekenfilm met een hoofdprijs op het Holland Animation Film Festival, nu als grafische roman.

De openingsscène speelt zich af in het Havana van 2008 en een arme schoenpoetser loopt door een steeg naar huis. Uit een radio klinkt: 'Wij, de enige ware revolutionairen... Dagelijks vechten wij tegen de problemen die ze ons geluk noemen...' Tot zover de politiek, de rest van het boek is een ode aan de Cubaanse muziek. Titelheld Chico is een fictief karakter, samengesteld uit de niet-fictieve pianist Rubén Gonzalez en Ibrahim Ferrer, zanger en schoenpoetser, beiden bekend van de Buena Vista Social Club die sinds 1998 acht miljoen platen heeft verkocht.

Zangeres Rita lijkt gemodelleerd naar Omara Portuondo, die in 1930 in Havana geboren werd en eveneens late wereldroem verwierf met de Social Club. In het boek wordt het verhaal verteld van twee zwarte Cubaanse musici die op elkaar verliefd zijn en allebei naar New York vertrekken om het te gaan 'maken'. Ze zijn succesvol, maar niet in de liefde. Of toch wel? Chico & Rita bevat een wat obligate romantiek die je als lezer kunt oppeppen door er de bijbehorende cubajazz bij te spelen.

Na de politieke turbulentie van de vier stripboeken die eerder aan de orde kwamen, mist het escapistische Chico & Rita één belangrijk ingrediënt: de strijdbaarheid van Fidel Alejandro Castro Ruz.

Nestor Kohan: Fidel, A Graphic Novel - Life of Fidel Castro.

Seven Stories Press; € 12,70. ISBN 978 1 58322 782 4.

Alberto Breccia, Enrique Breccia, Hector Oesterheld: Che.

Uit het Spaans vertaald door Arend Jan van Oudheusden.

Uitgeverij Silvester; € 19,95,

ISBN 978 90 5885 448 3.

Inverna Lockpez & Dean Haspel: Cuba - My Revolution.

DC Comics/Vertigo; € 25,-.

ISBN 978 1 40122 217 8.

Reinhard Kleist: Castro.

Uit het Spaans vertaald door Arend Jan van Oudheusden.

Silvester; € 19,95 ISBN 978 90 5885 581 7.

Javier Mariscal en Fernando Trueba: Chico & Rita.

Uit het Spaans vertaald door Luc de Rooy.

Oog & Blik; € 29,90. ISBN 978 90 5492 310 7.

Zie voor Castro's recente blog over o.a. Obama:

http://cuba.cu/gobierno/reflexiones/ reflexiones.html

undefined

Meer over