Reportage

Alle Duitse partijen gaan voor beter onderwijs voor iedereen

Venetia Harontzas organiseert een dagelijkse huiswerkklas ‘voor kinderen die niemand wil hebben’. Beeld Daniel Rosenthal
Venetia Harontzas organiseert een dagelijkse huiswerkklas ‘voor kinderen die niemand wil hebben’.Beeld Daniel Rosenthal

Onderwijs staat hoog aangeschreven in Duitsland. Het was dus schrikken toen uit Europese vergelijkende studies bleek dat het schoolsysteem er zorgt voor ‘ondergemiddelde prestaties’. In de aanloop van de verkiezingen willen alle Duitse partijen meer geld, maar ook meer gelijke kansen voor iedereen.

Ze willen politieagent worden of kapper, dierenarts, ‘gewone arts’, ‘iets waarbij je moet organiseren’. Of danseres. Ze zitten op het gymnasium zoals Layan (11), op het speciaal onderwijs zoals Wiktoria (16), of op de havo, zoals Eleni (12). Ze wonen allemaal in de Duitse stad Gelsenkirchen, maar hun voorouders kwamen uit andere delen van de wereld.

De grootste overeenkomst tussen de vijf meisjes in verschillende stadia van puberteit: elke middag maken ze huiswerk in Lalok Libre, een voormalige bruine kroeg waar de limonade in bierglazen wordt geschonken. Behalve huiswerk maken de meisjes ook vlechtjes in elkaars haar, buigen ze zich samenzweerderig over telefoonschermen en werpen vermoeide blikken naar de kleine jongens rond de voetbaltafel.

En ze schieten allemaal overeind, als stokstaartjes, wanneer Venetia Harontzas hen tot de orde roept. ‘Ik had toch gezegd: ruimen jullie de vieze borden nog op? En Sara-Maria, jij moest toch huiswerk maken?’

Venezia Harontzas (64) is een imposante vrouw op versleten crocs, wier Griekse voorouders een halve eeuw geleden naar het destijds florerende Ruhrgebied trokken om te werken in de mijnen. Toen die sloten, en Gelsenkirchen een sociaal-economisch verdomhoekje werd, de stad met het laagste gemiddelde inkomen en de hoogste kinderarmoede van Duitsland, begon Harontzas met een groep vrijwilligers, ‘een plek voor kinderen die niemand wil hebben’ in een leegstaand ‘Laden-lokal’, vandaar ‘Lalok.’

Een veilige plek

Haar doel: deze kinderen een veilige plek te bieden én zorgen dat ze zover mogelijk komen op school. Want van school gaan met een diploma op zak is in Gelsenkirchen geen vanzelfsprekendheid.

In de campagne voor de Bondsdagsverkiezingen van 26 september is onderwijs een belangrijk onderwerp, al bestaat er tussen de partijen weinig strijd over. Allemaal willen ze meer miljarden voor scholen, meer leraren, moderner, en digitaler onderwijs. En onderwijs waarin iedereen gelijke kansen heeft.

Weinig landen gaan zo prat op hun onderwijstraditie als Duitsland, waar professors- en doctorstitels worden gedragen als sieraden. Maar Duitse scholen hebben doorgaans weinig te bieden aan mensen die toch al op de onderste sporten van de ladder der sociale ongelijkheid staan.

En dat weten de Duitsers zelf al heel lang, sinds 2001 om precies te zijn. De eerste internationaal vergelijkende Pisa-studie van de Oeso constateerde in Duitsland ‘ondergemiddelde prestaties’, en vooral ‘een bovengemiddelde onderwijsongelijkheid’. In dat opzicht eindigden onze buren zelfs op de laatste plaats van de toen 31 deelnemende geïndustrialiseerde landen. Sindsdien is kansenongelijkheid, een spook dat alle politieke partijen proberen te verjagen.

Zonder succes. Bij de laatste Pisa-studie in 2018, eindigden de Duitsers op het punt kansenongelijkheid op plaats 33 van de 36 deelnemende landen. Vorige week presenteerde de bekende onderwijskundige Klaus Klemm van de universiteit Duisburg-Essen een onderzoek in opdracht van vakbondskoepel DGB, waaruit blijkt dat de voorspellende waarde van het diploma van ouders voor de onderwijskansen van hun kinderen sinds 2001 nog groter is geworden.

Gesegregeerde scholen

Wat maakt dat het Duitse faalt als emancipatiemachine? De onderzoeken die na de ‘Pisa-schok’ zijn gedaan, brachten verschillende lekken boven. Net als in Nederland gaan Duitse kinderen in het algemeen naar openbare scholen die (nagenoeg) gratis zijn, maar wel vaak gesegregeerd langs sociaal-economische lijnen. Ook problematisch is het vroege selectiemoment voor het voortgezet onderwijs: in de meeste deelstaten op 10-jarige leeftijd, na vier jaar basisschool.

De cultureel diep ingebakken eerbied voor het gymnasium (in Duitsland een categoraal vwo met of zonder klassieke talen) leidt ertoe dat de Duitse varianten op havo en vmbo-t lang ondergeschoven kinderen zijn geweest als het aankwam op financiering.

‘Het Duitse onderwijssysteem reproduceert nog steeds de bestaande sociale verhoudingen’, zegt Achim Elvert, rector van de Gesamtschule Ückendorf, een middelbare school in Gelsenkirchen die hoger opgeleide ouders tot voor kort meden als de pest. Vanwege de slechte examenresultaten, maar ook door het hoge percentage leerlingen met een migratie-achtergrond, zo’n 95 procent, vermoedt de rijzige schoolleider.

null Beeld

Wie door de gangen van Elverts school loopt ziet dat er een streng regime heerst. Tussen het ‘hufterproof’ meubilair patrouilleren conciërges aan wie leerlingen een sleutel moeten vragen om naar de wc te kunnen. Spijbelaars worden achter hun broek aan gezeten. Met resultaat, want de eindexamenresultaten zijn zoveel beter geworden dat de school nu populair is.

Elke deelstaat weer anders

Een onderwijssysteem verbeteren is nergens makkelijk, maar in Duitsland maakt het federalisme het extra gecompliceerd. Niet Berlijn, maar de 16 deelstaatregeringen zijn verantwoordelijk voor de scholen. En dus heeft elke deelstaat z’n eigen schoolsysteem met eigen eindexamens. Hoewel geen enkele politieke partij het federalisme als principe durft aan te vallen – het werd na de Tweede Wereldoorlog bedacht om Duitsland voor een nieuw totalitair regime te behoeden – wordt in het onderwijs wel gemopperd op de omslachtigheid ervan.

Vooral toen de deelstaten het na de verkiezingen in 2017 niet eens werden over een verdeelsleutel voor de miljarden uit Berlijn voor de digitalisering, hard nodig in het land waar digiborden nog steeds als exoten gelden.

Midden in het gesteggel deed het coronavirus zijn intrede en gaf het Duitse onderwijs iets wat verdacht veel op een genadeklap leek: online lessen bleken op veel scholen een ramp door gebrek aan materiaal en kennis. Een reden voor de Groenen, de SPD en de liberale FDP om in hun verkiezingsprogramma’s te pleiten voor meer invloed van de federale regering in Berlijn.

Kinderen van de radar

Het resultaat van de lockdowns in steden zoals Gelsenkirchen: duizenden kinderen die van de radar verdwenen. Ja, zegt Elvers, ook op zijn school is dat gebeurd. ‘Ik vrees dat we de gevolgen van corona hier nog jaren merken.’

Lalok Libre werd voor de vijf pubermeisjes tijdens de pandemie een reddingsboei: aan de cafétafels konden ze ontsnappen aan de verantwoordelijkheid voor kleine broertjes en zusjes, met goed internet en volwassenen die konden helpen bij het inloggen, of gewoon met rekensommen. Bovendien kregen ze elke middag een warme maaltijd, wat thuis niet altijd vanzelfsprekend is.

Sommige kinderen presteerden op school zelfs beter tijdens de lockdown, zegt Venetia Harontzas, vanwege de beschutte sfeer en persoonlijke aandacht. Ze houdt haar hart vast nu ze weer zijn losgelaten op de grote middelbare scholen ‘waar leraren vaak veel te weinig tijd hebben om zich in de persoonlijke situatie van hun leerlingen te verdiepen’.

Verwijt ze de politiek de hoge mate van kansenongelijkheid? Harontzas zucht. Wat is rechtvaardigheid? Ze wijst naar de groep Roma-mannen die aan de overkant staat te roken en vraagt, retorisch: is het rechtvaardig dat zij een Duitse uitkering krijgen voor het niks doen? En wat is goed onderwijs? Dat iedereen op het gymnasium zit? ‘Ik zeg altijd: ‘je moet niet, je kunt. Maar als je ook wilt, moet je je ambities wel naleven.’

In een leegstaande bedrijfsruimte, of zoals hier in een leeg café, is goed internet en er zijn volwassenen die kunnen helpen bij het inloggen, of gewoon met rekensommen.  Beeld Daniel Rosenthal
In een leegstaande bedrijfsruimte, of zoals hier in een leeg café, is goed internet en er zijn volwassenen die kunnen helpen bij het inloggen, of gewoon met rekensommen.Beeld Daniel Rosenthal

Zoals het een mijnwerkersdochter betaamt, is Harontzas al haar leven lang lid van de SPD, de partij die nu verrassend aan kop ligt in de peilingen. De vorige regering, de Grote Coalitie van CDU en SPD, heeft ‘echt veel geld vrijgemaakt voor onderwijs’.

Het probleem zit volgens Harontzas vooral in de bureaucratische procedures die ver weg staan van de realiteit op plekken als Gelsenkirchen: ‘voor de schooltablets die tijdens de pandemie beschikbaar kwamen, moeten ouders wel 10 formulieren invullen en borg betalen. Hier kunnen veel ouders dat niet. Ze vroegen ons om hulp, met het papierwerk, maar soms ook met het aanvragen van een krediet. Maar eigenlijk besteed ik zelf mijn tijd liever aan mensen dan aan papier.’

De 12-jarige Layan heeft ondertussen andere zorgen. Op haar school mogen ze in de pauzes op het schoolplein nu hun mondkapje afzetten, vertelt ze aan haar vriendinnen. ‘Ik was het hele vorige jaar verliefd op een jongen die er met mondkapje heel knap uitzag, door zijn mooie ogen. Helaas was de rest van zijn gezicht een beetje teleurstellend.’

Meer over