Allah moet wel heel boos zijn geweest

In het Pakistaanse Balakot probeert iedereen enkele weken na de helse aardbeving verder te leven. Maar hoe doe je dat, als er niets over is dan puin en dode lichamen?...

tekst rolf bos . fotografie jean-pierre jans

Om kwart over vier 's ochtends slaat Hami Shafa de tentdoek opzij. Het is koud, Hami voelt dat de winter in aantocht is. Hij wast zijn handen in een plastic teiltje, maakt zijn gezicht vochtig en knoopt zijn bruine vest dicht. Vervolgens knielt hij naar het westen voor het ochtendgebed.

In het kamp zijn meer mensen wakker geworden, ook zij prevelen hun gebeden. Uit de witte tenten klinken kinderstemmen, baby's huilen, vrouwenstemmen sussen.

Het was weer een onrustige nacht, de aarde had opnieuw geschud. Hami was wakker geworden, maar hij wist zich veilig in zijn tent. Hij had Allah om vergiffenis gevraagd en was ingedommeld.

Hami kijkt in de richting van zijn dorp, Hassa, waar zijn huisje staat. Zijn woning werd drie weken geleden gespaard, maar hij durft er met zijn vrouw toch niet meer te slapen. De muren vertonen grote scheuren, het dak is half weggezakt.

Nee, dan maar liever in de veilige tent, die een Noorse hulporganisatie een week na de ramp uitdeelde. Samen met zijn jongste zoon heeft hij er uren voor in de rij gestaan.

Hami eet een stukje chapati en drinkt wat water. Dan begint hij te lopen, in de richting van Balakot.

_____

3 Kilometer verder, aan de andere kant van de rivier, is ook Abid Khan wakker geworden. Ook hij heeft vannacht de trillingen gevoeld in zijn tent, waarin hij met medestudenten slaapt. Ze hebben samen gebeden gepreveld, maar het bleek vals alarm.

Abid wrijft in zijn ogen en kijkt rond in het modderige kampement dat hij al drie weken zijn thuis mag noemen. Abid voelt zich vies, maar voor wassen is geen tijd, dan moet hij de bergen in, naar een stroom met schoon water. Eens in de twee dagen maakt hij die tocht, maar vandaag heeft hij het te druk. Abid zegt zijn gebeden op de matten die in het midden van het kampement liggen, daarna gaat hij aan het werk.

Zes tenten om te slapen hebben de studenten neergezet, de hulpgoederen die ze hebben meegenomen liggen er opgestapeld naast. Dekens, matten, allerhande medicijnen, grote kartonnen dozen met biscuits, pakken met houdbare melk, witte zakken meel, gele blikken olie.

Dagelijks stoppen Abid en zijn vrienden de hulpgoederen in zwarte plastic zakken om ze uit te delen onder de lokale bevolking. Het is nog vroeg, maar er staan al honderden mensen te wachten voor het met kleden afgeschermde kampement - de mannen rechts in een dicht bijeengepakte rij, de vrouwen links gehurkt, hun hoofden bedekt.

In twee weken hebben ze 3342 families geholpen, Abids vriend Ali registreert het trouw in een boek. Ze zijn al aan het derde boek toe. Abid verwacht er nog veel meer te moeten gebruiken. Nog dagelijks komen nieuwe families aan, uit de verder gelegen bergen rond de Kaghan-vallei. En allemaal behoeven ze hulp - veel hulp.

Abid loopt langs de stapel witte lakens die links na de ingang op hoge stapels liggen, hij telt of er nog genoeg zijn. We kunnen nog even voort, denkt Abid, maar morgen zal hij bellen voor een nieuwe voorraad. De gesteven doeken zijn lijkwaden. Elke familie die hulpgoederen komt halen, neemt er wel een aantal mee. Allah heeft niemand in de vallei gespaard.

_____

Ook majoor Tariq heeft deze ochtend zijn gebeden gezegd, de eerste van een dag die opnieuw lang zal zijn. Hij heeft zijn soldaten geïnspecteerd tijdens het appèl om 04.15 uur, waarna ze wat hebben gegeten. De majoor bewaakt een tentenkamp aan de rand van de stad; dagelijks groeit zijn kampement. Elke dag worden nieuwe families geregistreerd.

Een dag na de ramp kwam de majoor met zijn soldaten in Balakot aan, volgens de Pakistaanse media té laat. De majoor haalt zijn schouders op. Alsof de burgers een dergelijke ramp zonder het leger aankunnen. Op de dag dat hij arriveerde leek het wel de grote markt van Karachi. Honderden auto's die het gebied 'n wilden, met mensen die op zoek gingen naar vermiste familieleden, en duizenden mensen die het gebied juist u't wilden. Verderop was de weg half geblokkeerd door steenlawines, het leger was dagen bezig het puin te ruimen.

Nu moet majoor Tariq de orde handhaven, het verkeer regelen, de kwetsbare vrouwen en kinderen beschermen. Ook graven zijn mannen latrines, zien ze toe op de vaccinaties van kinderen en zorgen ze dat de vele hulpgoederen op een ordentelijke wijze worden verspreid. Soms moeten zijn soldaten met lange stokken de hongerige meute in bedwang houden.

De mensen mogen getraumatiseerd zijn, orde is van levensbelang in deze chaos.

_____

Hami Shafa loopt de route die hij de afgelopen veertig jaar dagelijks heeft gelopen. Van Hassa naar het centrum van de stad, naar zijn winkel, duizenden keren liep hij die 3 kilometer. Hami heeft nooit een hekel aan de wandeling gehad, alleen 's winters neemt hij soms een minibusje. Hami houdt van zijn land, met rechts de kolkende Kunhar, en voor hem de diepgroene Kaghan-vallei en daar achter de besneeuwde Kashmir-toppen.

Na twintig minuten loopt Hami de Kaghan-road in. Balakot was misschien geen pittoresk stadje, het was wel zïjn stad. Nu oogt het als de hel op aarde, vol ingeklapte huizen. Kiosken die door de grond verzwolgen zijn, roestige staketsels uit gescheurde betonnen palen die boven de chaos uitsteken.

Overal kleren, die meteen na de ramp door de overheid van vrachtwagens werden gegooid. Maar wat moet je, met de strenge winter op komst, met zomerbloesjes? Alleen de zigeuners komen ze rapen.

Nee, denkt Hami, de regering heeft het goed laten afweten, na de ramp. Het is dat het buitenland tenten, rijst en meel komt brengen, anders was het leed nog groter geweest.

Hij loopt langs het politiebureau, of wat daarvan over is. Politiewagens zijn bedolven. Links stond een school, voor het basketbalveld waar nu de Saudi's een noodhospitaal hebben ingericht.

Vijfhonderd leerlingen waren er op de zaterdag van de ramp binnen, geen kind kwam eruit. De oudste dochter van zijn vriend Ali gaf er les, ook zij is niet teruggevonden. Hami Shafa krijgt weer tranen in zijn ogen.

Rechts was een fotograaf gevestigd, Khawaja Photos & Color Lab, maar van de zaak waar Hami soms zijn pasfoto's liet maken, is niets meer over. De kapper links overleefde de ramp, hij heeft zijn werk weer opgepakt. Op het ingezakte dak van zijn winkel knipt en scheert hij klanten, punt hij de met henna gekleurde baarden bij.

Meteen daarachter zijn soldaten een gat in een betonnen dak aan het boren. Met schoppen halen ze de grond weg. Ze zijn op zoek naar doden.

Hami loopt verder, uitwijkend voor de fel beschilderde vrachtauto's en witte toeterende minibusjes, met opschriften als 'Oh, my God!' en 'No Tension'. Bijna iedereen loopt hier met een maskertje voor de mond, tegen het agressieve stof, tegen de penetrante lucht van de doden.

Rechts van de weg ligt het witte Kohi-Toor Hotel & Restaurant. Hier verbleven vaak rugzakkers, die op weg waren naar de vele mooie hiking-trails, verderop in de vallei nabij Naran. De bovenste verdieping van het Kohi-Toor heeft de eerste verdieping in de grond gedrukt.

Achter de mast van benzinestation Caltex ('24 hours'), ligt een moskee, de vier minaretten geknakt op de grond. Balakot telde zeven moskeeën; allemaal zijn ze ingestort.

Ja, denkt Hami, Allah moet goed boos geweest zijn op de bewoners van Balakot.

_____

Drie weken geleden studeerde Abid Khan nog gewoon aan de universiteit van Peshawar, totdat de apocalyptische zaterdag aanbrak waarop de aarde ontwaakte en zich uitstrekte. Abid, lid van de islamitische studentenorganisatie Jamiat Talabi, reed meteen na de beving met negentig andere studenten uit Lahore, Islamabad en Peshawar met bussen en vrachtwagens naar het rampgebied. Ze hadden duizenden kilo's hulpgoederen meegenomen, want het Pakistaanse volk had gul gegeven - zo werkt dat binnen de islam. Nog steeds stromen de giften binnen, al kunnen ze niet per vrachtwagen over de Kunhar. De brug ligt er nog, maar is door de aardbeving een meter naar links geschoven. Auto's kunnen eroverheen, maar voor vrachtwagens is het te gevaarlijk.

Abid kijkt naar beneden, naar de stad, die hij nooit rechtop gekend heeft, hij was hier nooit eerder. Het boven de rivier gelegen Pine Park Hotel, drie verdiepingen hoog, is volledig door de aarde verzwolgen. Slechts de dakplaat steekt boven de aarde uit.

Abid weet dat hij op een massagraf staat. Waar zijn tent staat, stonden een maand geleden huizen, in de straatjes speelden kinderen. Hij huivert, er moeten duizenden mensen onder zijn voeten liggen. Het geeft hem vooral 's nachts op zijn slaapmatje, als het hele dal in het donker gehuld is, een ongemakkelijk gevoel.

De lucht is zoet, weeïg van geur. Abid ziet hoe op de helling onder hem, op nog geen 10 meter, het lijk van een jonge vrouw in witte doeken wordt gewikkeld. Mannen spuiten een desinfecterende spray over de stoffelijke resten, daarna gaat het lichaam in een ruwhouten kist.

De jonge vrijwilligers hebben al vele honderden lichamen geborgen, maar ze blijven op een respectvolle wijze werken. Ze laden de kist voorzichtig op een jeep.

_____

Majoor Tariq zit onder een plastic afdakje, de telefoon binnen handbereik. Zijn soldaten zijn verderop bezig met de uitgifte van goederen aan slachtoffers. Hij maakt zich zorgen over sommigen van zijn mannen. Het is ramadan en hoewel het niet verplicht is, kiezen velen er toch voor om te vasten. Dat valt zwaar, een dag hard werken zonder eten en drinken.

Ze trainen er in de bergen normaal ook op - een dag lopen zonder water en voedsel - als ze patrouilleren langs de omstreden grens met India. Maar daar is het overdag meestal niet zo heet als hier. Gisteren zijn weer een paar van zijn soldaten bijna flauwgevallen. Majoor Tariq zal zijn koks opdracht geven het eten vanavond extra kruidig te maken, zodat zijn mannen na het vallen van de duisternis, na het breken van het vasten, een aantrekkelijke maaltijd krijgen opgediend.

Gisteren is majoor Tariq bij medeofficieren rond gegaan om geld op te halen voor een van zijn manschappen die bij de aardbeving is omgekomen. Soldaat Adamkhan was op verlof, in het verderop gelegen Battal. Samen met zijn vrouw stierf hij toen zijn huis instortte. Adamkhan had vier dochters, die de ramp overleefden. De majoor zal erop toezien dat het de meisjes in de toekomst aan niets zal ontbreken, dat het pensioen van hun vader goed terechtkomt. Hij moet er niet aan denken dat de jonge meisjes als huisslaafje of prostituee in Karachi eindigen.

_____

Hami Shafa heeft de scheefgeslagen brug over de Kunhar bereikt. Hij loopt zijn straatje in, of wat ervan over is en gaat op het dak zitten van de ingestorte winkel, hij loopt er soepel tegenop, en vouwt zijn krant uit.

De beving was drie weken geleden, maar nog elke dag gaat Hami zitten op de resten van zijn winkel, waar hij aan herders en boeren medicijnen voor hun vee verkocht. Hij verdiende niet veel, maar hij was tevreden.

Werk is er niet meer, Hami blijft toch de hele dag hier, hij gaat tussendoor slechts een paar keer naar de resten van de moskee om te bidden. De moskee was nieuw, gebouwd na de grote overstroming van 1992, die ook veel mensen het leven kostte.

Hami zag het gebouw drie weken geleden, op zaterdag 8 oktober om 08.55 uur, als een kaartenhuis instorten. Hij was in zijn winkel, de Rustan Bazaar, met zijn twee knechten, toen de grond begon te golven. Hij viel zijn winkel uit, de pui klapte naar voren. De voorkant rustte nog even op een stenen paal, en dat gaf hem tijd om te ontsnappen, hij is er Allah nog steeds dankbaar voor.

De grond kwam omhoog, golfde van links naar rechts, eerst heel snel, en toen, als in slow-motion, zakte Balakot in. 15, Misschien 20 seconden duurde het, toen steeg er een grote stofwolk op. Even was het stil, toen begon het wenen en krijsen.

Hami denkt aan zijn buurman, die niet zo gelukkig was. Hij ligt onder het puin, links van de plek waar hij nu zijn krantje leest. Achter hem staan de resten van het restaurantje van zijn vriend Mohammed Sultan, dat in de grond is weggezakt. Een zoon van Mohammed en een ober kwamen om het leven. Mohammed komt hier soms bij hem zitten op het gescheurde dak, maar erg veel praten doen ze niet.

_____

Abid Khan bidt voor de geïmplodeerde moskee achter de mast van benzinestation Caltex. Een zwart geklede mullah leidt de dienst; zijn stem klinkt versterkt door de luidsprekers, die ooit in de minaretten hingen, maar die nu in een boom zijn geplaatst. Allah heeft de burgers van Balakot gestraft, omdat zij zondaars waren, roept de geestelijke dreigend. Zij begingen zonden in hun huizen: seks, overspel, alcohol, westerse films - kortom, sléchte dingen.

Abid hoort het aan op de gebedsmatten die op de grond zijn uitgespreid. Achter hem bidden mannen op de daken van de vernielde huizen, ook zij luisteren naar de mullah. Vrouwen zijn er niet te zien, die mogen in Pakistan niet naar de moskee.

De zondaars zorgden ervoor dat drie weken terug ook de onschuldigen stierven - ook baby's en kinderen, roept de geestelijke, gezeten in zijn stoel.

Abid buigt en knielt, hij twijfelt niet. De mullah zegt wijze woorden. 30 Meter verderop tillen soldaten een kleine menselijke vorm uit het stof.

_____

Majoor Tariq heeft zijn vermoeide mannen opdracht gegeven in het kamp een stuk land te egaliseren. Met houten planken zitten de soldaten in het bruinrode stof om de grond vlak te maken.

Op deze plaats, vlakbij de weg, wil majoor Tariq een moskeetent plaatsen. Die moskee is hard nodig. Het witte tentenkamp waar majoor Tariq de leiding heeft werd ingericht door christelijke organisaties uit Europa, die hun charitatieve werk op borden langs de weg verkondigen.

Ze doen prima werk, die christenen, maar Pakistan blijft een islamitisch land - laat dat duidelijk zijn. Voor dubbele agenda's is hier geen plaats.

_____

Het is het einde van weer een dag in Balakot. Hami Shafa vouwt zijn krant dicht. Hij kijkt uit over de rivier waarboven een witte VN-helikopter vliegt. Rechts liggen de hangbrug en de ingezakte moskee, links staat de half weggegleden autobrug, voor hem ziet hij de puinhopen aan de andere kant van de rivier. Het wordt, denkt hij, een onmogelijke klus deze stad ooit weer op te bouwen.

Hij zucht, het is tijd om terug te wandelen naar zijn tent. Misschien dat hij op de terugweg nog ergens in de rij kan gaan staan voor een zak voedsel.

Hami kijkt naar de lucht. Nog drie, hoogstens vier weken, dan zal het sneeuwen, en zal de hel van Balakot in wit zijn gehuld.

Meer over