Algerije blijft zwarte bladzij

Franse leraren hoeven niet langer hun leerlingen de positieve kant van het kolonialisme te laten zien. Na de rellen in de voorsteden in november was de wetsbepaling die daartoe verplicht onder vuur gekomen van zowel de oppositie als demonstranten in overzees Frankrijk....

‘Het is een tekst die de Fransen verdeelt. Hij moet dus worden herschreven’, luidt nu de conclusie van president Chirac.

Afgevaardigden van zijn eigen partij, de UMP, hadden juist een jaar geleden bedacht dat het voor jongeren in de voorsteden goed zou zijn eens iets gunstigs over het kolonialisme te horen. Als zij alleen maar van de martelpraktijken van het leger in Algerije vernemen, is het logisch dat zij geen goede Fransen willen worden, zo luidde hun redenering. Dus zouden leraren ook eens moeten vertellen van de zegeningen destijds van het Franse onderwijssysteem voor Algerijnen.

Na de rellen werd de wetsbepaling plotseling politiek onhoudbaar na een aanval erop door de Parti Socialiste (PS). Die actie sloeg over naar de Franse Antillen, waar demonstraties tegen de opgewekte kijk op het Franse verleden werden georganiseerd. In reactie daarop zag de minister van Binnenlandse Zaken, Nicolas Sarkozy, af van een bezoek aan de Antillen. Premier De Villepin poogde de gemoederen te kalmeren met de uitspraak dat het ‘niet aan het parlement is om de geschiedenis te schrijven’.

Prompt stelde een groep van negentien historici dat dan ook alle overige wetten die een visie op de geschiedenis verraden, moeten worden afgeschaft. Met name zou het verbod op de ontkenning van de holocaust moeten komen te vervallen.

Eenmaal beland op dit mijnenveld van ‘de wet, de geschiedenis en de plicht tot herinnering’ riep de regering de hulp van een specialist in. Sarkozy heeft de advocaat Arno Klarsfeld om een rapport gevraagd. Deze zoon van een beroemd echtpaar van nazi-jagers heeft inmiddels De Villepin al tegengesproken met de stelling dat het wel degelijk aan de wetgever is om ‘morele grenzen’ aan te geven.

Meer over