Interview

Alexandra van Huffelen: ‘Er zijn momenten dat ik denk: o wow, hoe gaan we dit oplossen?’

‘Ik ben blij met wat we hebben bereikt. We staan er heel anders voor dan toen ik in januari 2020 begon.’ Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
‘Ik ben blij met wat we hebben bereikt. We staan er heel anders voor dan toen ik in januari 2020 begon.’Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

De demissionaire staatssecretaris van Toeslagen probeert het overzicht te bewaren terwijl de problemen om haar heen toenemen. De toeslagenouders, Raad van State, Tweede Kamer – iedereen vindt dat het te lang duurt. Hoe bewaart Alexandra van Huffelen haar geduld? ‘Niemand heeft er wat aan als ik omval.’

Yvonne Hofs

De staatssecretaris van Toeslagen is tijdens het interview van top tot teen in diepzwart gekleed. Zegt dat misschien iets over haar algehele gemoedstoestand? Of over de stand van zaken in haar hoofdpijnportefeuille, het dossier van de kinderopvangtoeslag?

Alexandra van Huffelen (53) reageert verbaasd. ‘O, nee hoor, dat is echt toeval.’

De afspraak met de fotograaf staat een dag later gepland. Ze heeft nog niet bedacht wat ze voor de foto zal aantrekken, zegt ze desgevraagd. Iets stemmigs om de ernst van de toeslagenaffaire te benadrukken, of iets fleurigs dat optimisme uitstraalt? ‘Ik weet het niet, wat raad jij me aan?’ Ze bedenkt zelf een passende mengvorm. Overwegend somber zwart, maar gecontrasteerd met een felgroene blouse: de kleur van de hoop.

Zou Van Huffelen momenteel een voorkeur hebben voor zwarte outfits, dan valt dat goed te begrijpen. Toen de afspraak voor het interview werd gemaakt, ongeveer een maand geleden, was de permanente storm boven het toeslagendossier net even gaan liggen. Maar de laatste weken is het weer bal en regent het boze brandbrieven en vernietigende onderzoeksrapporten die de ­Belastingdienst, de hersteloperatie voor de ouders en daarmee indirect ook de staatssecretaris in een slecht daglicht stellen. Daags voor het interview heeft ze in de Tweede Kamer nog een debat bij­gewoond over het hoge aantal uithuisplaatsingen van kinderen van toeslagenouders.

De staatssecretaris zet zich aan een ronde vergadertafel en neemt een slok water met verse muntblaadjes. Het avondlicht buiten haar werkkamer op het ministerie van Financiën sterft vroeg weg.

Hoe vindt u zelf dat het gaat met uw herstel­operatie?

‘Ik ben blij met wat we hebben bereikt. We staan er heel anders voor dan toen ik in januari 2020 begon. We hebben de dertigduizendeuroregeling, een schuldenaanpak en we hebben nu ook regelingen voorgesteld voor kinderen, ex-partners en gedupeerden van andere toeslagen dan de kinderopvangtoeslag.

‘Tegelijkertijd zie ik dat er dingen moeten veranderen, omdat we gewoon erg veel tijd nodig hebben voor de uitgebreide beoordeling van alle dossiers. Als er niets verandert aan die aanpak, zullen we daar nog heel lang mee bezig zijn. Dat vinden veel ouders niet fijn.’

De Tweede Kamer vindt dat ook niet fijn.

‘Nee, daarom moeten we bekijken wat we daar nog in kunnen verbeteren. We hebben geen gouden oplossing. Veel ouders vinden het prettig om samen met ons rustig en stap voor stap het herstelproces te doorlopen. Ze willen dat we de tijd voor hen nemen.

‘Maar ze hebben ook behoefte aan transparantie en ­regie: dat ze weten wanneer ze aan de beurt zijn en wanneer welke stappen worden gezet in de behandeling van hun dossier. Dat zijn dingen waaraan we moeten werken.’

Kunt u uitleggen waarom het zo lang moet duren, gemiddeld vijftig uur, om één ouderdossier af te handelen?

‘Het is veel werk om precies te achterhalen wat er nou is gebeurd bij ouders wier kinderopvangtoeslag is teruggevorderd. Dat gaat vaak over meerdere jaren van lang geleden, vanaf 2007, 2008. We moeten uitzoeken in welk jaar deze ouders gebruikmaakten van kinderopvang, hoeveel er toen aan toeslag is uitgekeerd, hoeveel ze moesten terugbetalen.

‘En dat niet alleen, we moeten ook nagaan hoe we het geld hebben teruggevorderd. In eerste instantie vroegen we ­ouders gewoon te betalen en dat probeerden ze soms. Vaak konden ze dat niet lang volhouden, omdat die terugvorderingsbedragen zo hoog waren. In dat geval verrekende de Belastingdienst de terugvordering met de andere toeslagen. Dus ineens kregen ze geen huur- of zorgtoeslag meer uitgekeerd, want de Belastingdienst hield dat geld in om de kinderopvangtoeslagschuld in te lossen.

‘Sommige ouders kregen loonbeslagen. De Belastingdienst legde beslag op auto’s, die door ons werden verkocht om de toeslagenschuld te voldoen. En dat gebeurde allemaal vaak meerdere jaren achter elkaar of door elkaar heen, want die invorderingen bleven vaak heel lang bestaan.

‘Ondertussen werd zo’n ouder dan ook nog als fraudeur geregistreerd in de systemen van de Belastingdienst, wat ook weer nare gevolgen kon hebben. Ook die moeten we meewegen bij het ­bepalen van de compensatie.’

Beschrijft u nou een gemiddelde casus of een schrijnend geval?

‘Dit is ongeveer een gemiddelde casus. Om voor alle ouders goed uit te zoeken hoe het allemaal in elkaar steekt, kost veel tijd. En dit gaat alleen nog over de ­financiële kant van de zaak: wat is er ­betaald, wat is er teruggevorderd en hoe is dat gelopen?

‘Daarnaast is er vaak vervolgschade. Een ouder is door alle problemen bijvoorbeeld werkloos geraakt of heeft een opleiding moeten afbreken. Of er is een relatie kapotgegaan, dus er moeten dingen worden uitgezocht met een ex-partner: hoe het zit met de verdeling van gezamenlijke schulden? Sommige ouders hebben een bewindvoerder. Dan moeten we ook met diegene in overleg. Ouders hebben vragen aan gemeenten over uitkeringen en begeleiding naar werk of zitten met een huisvestingsprobleem.’

Dat de afhandeling zo veel tijd kost, krijgt u de Tweede Kamer niet uitgelegd. Die hamert er constant op dat het sneller moet.

‘Ik ben heel blij dat we sinds december 2020 de Catshuisregeling hebben, want die heeft ervoor gezorgd dat we veel mensen eerder hebben kunnen helpen. In eerste instantie met die 30 duizend euro. Vervolgens hebben we ook hun schulden gepauzeerd en die worden nu door ons afgelost.’

Die dertigduizendeuroregeling was natuurlijk wel ­bedoeld om de boel te versnellen.

‘Ja, dat was een van de doelen.’

Maar dat heeft toch niet gewerkt? Toen de Catshuisregeling werd ingesteld lagen er 9.000 compensatieaanvragen, nu zijn het er 50 duizend. De regeling heeft blijkbaar een aanzuigende werking gehad. De extra toestroom heeft de behandelachterstand juist vergroot.

‘Die nieuwe aanvragen zijn niet allemaal onterecht, hè? Veel van die mensen komen in aanmerking, dus gelukkig hebben die mensen zich dankzij de regeling alsnog ­gemeld. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als een heleboel ouders zouden zeggen: ik ben hiermee voldoende geholpen en daarmee is het klaar. Maar er zijn nu eenmaal veel mensen die denken dat ze recht hebben op meer, of die ­willen begrijpen wat er in hun geval is misgegaan.

‘Is het doel van de regeling dus bereikt? Ja en nee. Ouders worden sneller erkend als gedupeerde en krijgen sneller geld uitgekeerd. Maar ouders hebben inderdaad niet op grote schaal gezegd: wij zien af van verdere beoordeling.’

Ouders kunnen na de integrale beoordeling nog naar een onafhankelijke bezwaarcommissie stappen. Die kan het werk nu al niet aan. Daarna kunnen ouders ook nog naar de rechter. Met dat in het achterhoofd gaat het toch jaren duren voordat al die zaken helemaal zijn afgehandeld?

‘Veel mensen die geraakt zijn door deze toeslagenproblematiek hebben nog een hoop andere problemen. Dus ik begrijp dat ouders willen dat we heel zorgvuldig naar hun dossier kijken. Als dat tijd kost, moeten we die tijd ook nemen. Daarnaast moeten we bekijken of we onderdelen van het proces kunnen versnellen. Of dat we bezwaarcommissies moeten uitbreiden, zodat die meer zaken kunnen ­behandelen. Maar het is van belang dat de gedupeerden aan het eind van de rit het gevoel hebben dat hun recht is gedaan. Het zal echt nog een tijdje duren om dat voor elkaar te krijgen.’

Bent u eigenlijk niet gewoon de controle kwijt over deze operatie?

‘Het overzicht is er, het is alleen een enorme klus. Maar het team dat eraan werkt, doet dat met hart en ziel en helpt stap voor stap een heleboel ouders. En daar gaan we ook mee door.’

De Raad van State vindt niet dat er overzicht is. Die spreekt van een ‘wirwar van regelingen’.

‘Dat is hun conclusie. Het is helder dat de Tweede Kamer, maar ook de Raad van State heeft gezegd: je moet dat juridisch beter en strakker doen. Natuurlijk zien zij ook dat we enerzijds zorgvuldig willen zijn en anderzijds tempo willen maken om mensen te helpen. Die balans zoeken we steeds en daarop snap ik ook de kritiek…’

Heeft u weleens de neiging om iemand met de kop tegen de muur te slaan?

‘Nee. Ik ben tot op het bot gemotiveerd om mensen te helpen. Daarom heb ik deze baan ook gekozen. Ik heb zelf mijn vinger opgestoken om te vragen of ik deze klus mocht doen. Ik vind het heel eervol werk. Natuurlijk zou ik het liefste zien dat iedereen het super met mij eens is over de gekozen aanpak, maar tegelijkertijd hecht ik eraan om stappen vooruit te zetten.’

U heeft uit eigen beweging D66-fractievoorzitter Rob Jetten gebeld toen hij een nieuwe staatssecretaris van Toeslagen zocht?

‘Ja. Ik zat toen in de Eerste Kamer, daar was ik woordvoerder Fiscaliteit. Toen mijn voorganger Menno Snel moest vertrekken, heb ik Rob gebeld en gezegd dat ik wel zou willen helpen.’

Had u uw vinger ook opgestoken als u toen had geweten wat u nu weet? Dat de groep gedupeerden maar blijft uitdijen? Dat er allerlei problemen zijn die u destijds niet voorzag, maar die u wel moet oplossen? U bent een enorm moeras ingelopen.

‘Ik doe het nog steeds met volle overtuiging.’

Dat is geen antwoord op mijn vraag.

‘Ik wist toen niet hoe groot het probleem was, maar ik denk dat ik het nog steeds had gedaan, ja.’

Toen had u als horizon: in anderhalf jaar tijd moet ik dit kunnen afronden. Het beeld is nu totaal anders.

‘Zeker, het is veel groter geworden dan we toen konden voorzien. Ja.’

Zit u ’s avonds weleens vol wanhoop op de bank?

‘Eigenlijk niet, nee. Als dat zo zou zijn, zou ik ermee moeten ophouden.’

Heeft u dan nooit een inzinking?

‘Natuurlijk zijn er momenten dat ik denk: o wow, hoe gaan we dit oplossen? Maar ik ben niet zo wanhopig dat ik denk dat het niet op te lossen ís.’

Noemt u eens zo’n moment.

‘Bijvoorbeeld… De weken voordat we met de Catshuisregeling kwamen, dacht ik wel: we moeten nu echt iets anders verzinnen, want het gaat zo niet goed.’

Waarom dacht u dat toen?

‘Omdat we toen al zagen dat het aantal aanmeldingen van ouders aan het toenemen was. We zagen dat mensen echt in grote problemen zaten en dat we iets moesten doen om ervoor te zorgen dat hun eerste problemen zouden worden opgelost.’

Qua profiel staat u ver van de doorsneetoeslagen­ouder af. U bent bewust kinderloos en een hoogopgeleide carrièrevrouw. U woont in een monumentaal pand in het centrum van Utrecht. Waren al die ontmoetingen met gedupeerde ouders niet een enorme cultuurschok voor u?

‘Ik ben wethouder geweest in Rotterdam, een stad die ook veel inwoners heeft die geen hoge inkomens hebben, die problemen hebben met de opvoeding van hun kinderen, taalproblemen hebben of moeite om werk te vinden. Dus in die zin was ik er eerder mee in aanraking gekomen, maar nu is het wel heel intensief en heel indringend.’

Heeft dit werk u de ogen geopend?

‘Dit dossier legt veel sociale problemen in Nederland bloot. Of dat nou over armoede gaat, of over andere dingen. In die zin heeft het mijn ogen geopend, hoewel die niet helemaal dichtzaten. Ik zie nu beter dat de vangnetregelingen die wij als overheid voor sommige mensen hebben gemaakt, zoals die toeslagen, gewoon veel te complex zijn. Als je een wat ­lager inkomen én kinderen hebt, krijg je vier toeslagen: kinderopvang-, huur- en zorgtoeslag en kindgebonden budget. Die zitten allemaal net weer anders in elkaar, dat is voor veel mensen gewoon te complex.

‘Ik zie nu ook wat armoede met mensen doet. Mensen proberen dan – dat hebben ze mij ook uitgelegd – het ene gat met het andere te vullen. Uiteindelijk maakt dat het alleen maar erger, want de ene maand betaal je de huur, de andere maand de energierekening en uiteindelijk loop je dan toch vast. De problemen overweldigen mensen. De ­armoede, de schaamte, het schuldgevoel ten opzichte van je kinderen. Dat is wat ouders mij vertellen. Dat zie ik nu veel beter dan ik ooit heb gezien.’

Wat is u het meest bijgebleven van honderden gesprekken met gedupeerde ouders?

‘Het gevoel van tekortkomen ten opzichte van hun kinderen. Wat ze soms hebben gedaan om nog de eindjes aan ­elkaar te knopen. Wat dat vervolgens weer met hén heeft ­gedaan, de psychische problematiek die daardoor is ontstaan. Het is een optelsom van dingen die mij enorm raken. De gesprekken die ik voer met ouders vallen nooit mee.

‘Het thema schaamte ook, waardoor je er niet over vertelt. Veel mensen vragen mij: hoe kan het nou dat het zo lang geduurd heeft voordat dit schandaal naar boven kwam? Dat kwam dus doordat de slachtoffers er niet over durfden te praten. Als ze dat wel deden, was de reactie meestal: als je gedoe hebt met de Belastingdienst, zal het wel aan jou liggen. En bij de Belastingdienst zelf werden ze ook niet gehoord.’

U wordt dagelijks geconfronteerd met leed van vele mensen. Kunt u zonder schuldgevoel op vakantie?

‘Ik ben ook maar een mens en heb het af en toe wel nodig om over iets anders na te denken, over iets anders te praten. Ik ga graag naar klassieke concerten, en dat is muziek die inspirerend kan zijn. Afstand nemen is niet alleen maar uitrusten, maar ook nadenken over wat ik heb gehoord en gezien, en bedenken wat ik daarmee moet doen. Ik vind het wel belangrijk om te ontspannen. Niemand heeft er iets aan als ik omval.’

Hoe houdt u die balans in de gaten? Er zijn al een hoop kabinetsleden overspannen geraakt.

‘Door naar een concert of museum te gaan of met vrienden te praten. Rustig een avondje aan tafel te zitten… Een goede vriend van mij is pianist. Met hem heb ik het niet de hele tijd over de toeslagen. We hebben het ook over andere dingen, dat is af en toe wel fijn.’

Zou u door willen in deze rol in het nieuwe kabinet?

‘Daar kan ik niets over zeggen. Dat is een onderwerp voor de formatie.’

Als u een televisietoespraak zou mogen houden voor alle gedupeerden, wat zou uw boodschap dan zijn?

‘Dat ik het ontzettend afschuwelijk vind wat hun is overkomen. En dat wij alles op alles zetten om hun recht te doen, om hun het vertrouwen in de overheid weer terug te geven, maar vooral ervoor te zorgen dat ze zo snel mogelijk hun leven kunnen vervolgen.’

Ze hebben geen vertrouwen meer in u, of in de overheid.

‘Dat snap ik heel goed. Er is zo veel kapotgegaan in dat vertrouwen dat het ook stapsgewijs moet terugkomen. Daarom moeten we geen beloften doen die we niet kunnen waarmaken. En daarom kan ik ook niet zeggen: over twee maanden is het klaar.’

Staatssecretaris Alexandra van Huffelen: ‘De gesprekken die ik voer met ouders vallen nooit mee.’ Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Staatssecretaris Alexandra van Huffelen: ‘De gesprekken die ik voer met ouders vallen nooit mee.’Beeld Jiri Büller / de Volkskrant