Aldrin ging niet voor koekepan naar de maan

'Het programma had niets te maken met kleine technologische vindingen zoals Teflon. Daarom zijn we niet naar de maan gegaan.'..

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Buzz Aldrin, de tweede man die voet op de maan heeft gezet, weet ook niet beter of het Tefal-pannetje waar hij zijn eitje in bakt is te danken aan zijn eigen vlucht met de Apollo 11. Het is een hardnekkige mythe: de Tefal-pan als een van de tastbare bewijzen dat de maanvluchten ook economische voordelen hebben gehad.

Maar bij de Tefal-importeur weten ze beter. Nog voor de eerste Spoetnik omhoog werd geschoten, laat staan de eerste Apollo van de grond kwam werd in de Tefal-fabrieken de pannen van het antiaanbaklaag voorzien.

Maar welke economische voordelen heeft deze 'reuzesprong voor de mensheid' dan wel opgeleverd? Welk rendement heeft de investering van 25 miljard dollar (vergelijkbaar met 100 miljard dollar nu) in de maanlanding gebracht? Met die vraag worstelden economen ook al direct na het inzakken van de ruimtevluchten begin jaren zeventig en een overtuigend antwoord is nooit gekomen.

Amerikaanse economische instituten becijferden in die tijd de winst van het Apollo-project op zeven tot veertien dollar voor elke dollar die in de maanlanding was geïnvesteerd. Maar aan dit rekenwerk werd toen al voorzichtig en nu zonder schroom getwijfeld. Al was het maar omdat een van de instituten later ook toegaf dat de sommetjes niet helemaal klopten.

De Amerikaanse ruimtevaart-organisatie NASA droeg bij aan de twijfel. Aanvankelijk werd geclaimd dat 90 procent van het bestede geld naar onderzoek was gegaan. Later werd dat de helft en werden miljarden dollar omgeboekt naar 'operationele uitgaven'.

Voor ir. B. Ambrosius, plaatsvervangend hoofd van de sectie ruimtevaart van de vakgroep ontwerpen, vliegmechanica en ruimtevaart van de technische universiteit Delft zijn de directe economische effecten ook niet het belangrijkste resultaat geweest van het Apollo-project. Wat volgens hem vooral is blijven hangen is de doelgerichte manier waarop bij bedrijven, maar ook bij wetenschappelijke instellingen, research plaatsvindt.

Ambrosius is er van overtuigd dat de reizen naar de maan de ontwikkeling van de personal computer of van lichtgewicht materialen heeft versneld. 'Zou dat ook niet zonder de Apollo-vluchten en de koude oorlog zijn gebeurd? Ik kan dat alleen intuïtief inschatten. Maar de miniatuur-elektronica en de lichtgewicht materialen zijn voor een belangrijk deel hieraan te danken. Waarom zou je anders dingen kleiner en lichter maken, zonder incentive?'

De ruimtevaart zit te wachten op een nieuw project dat het meeste geld, aandacht en research naar zich toetrekt. Het permamente ruimtestation is een goede kandidaat maar de twijfels over deze geldverslindende investering zijn groot. Bovendien, ruimtevaart is niet meer pionieren. Ambrosius: 'Ruimtevaart is establishment geworden. Het speelt geen voortrekkersrol meer. Dat is nu de microbiologie.'

Het voorbeeld van de micro-elektronica als een van de resultaten van het Apollo-project wordt ook genoemd door de woordvoerder van ESA, het Europese ruimtevaartcentrum in Noordwijk. 'Je kunt je afvragen of die ontwikkeling ook niet zou hebben plaatsgevonden als dezelfde miljarden rechtstreeks in de micro-elektronica zouden zijn gestoken. Alleen weet je zeker dat dat niet zou zijn gebeurd.'

Toen Neil Armstrong voet op de maan zette stond de ESA nog in de kinderschoenen. Inmiddels beschikt de organisatie over een jaarbudget van 5 miljard gulden dat door de landen van de Europese Unie wordt opgehoest. Met dit geld moet de bouw van satellieten, de ontwikkeling van de nieuwe Ariane-raket en de studie naar een permanent ruimtestation worden betaald.

Het grootste gedeelte van het geld gaat naar onderzoek. Bijvoorbeeld: Meer dan 600 van de 800 miljoen gulden voor een dure aardobservatiesatelliet is ontwikkelingsgeld. Van het omhoog schieten van satellieten met de eigen Ariane-raket wordt Europa ook niet slechter.

De economische voordelen van deze ruimtevaart-activiteiten zijn volgens de ESA niet te becijferen. Bedrijven zoals Fokker die meebouwen aan satellieten en raketten worden er ongetwijfeld beter van, maar het echte geldverdienen komt pas als de satellieten in de lucht hangen. Voor de hele telecommunicatie-industrie; van de PTT tot de fabrikanten van telefoons en schotelantennes. Ook van die winsten durft de EAS geen cijfer te geven.

Alleen voor Nederland wil de Europese ruimtevaartorganisatie zich nog wel aan een sommetje wagen. Nederland betaalt 100 miljoen gulden van het budget van vijf miljard. Daarvoor krijgt het ook voor hetzelfde bedrag aan opdrachten terug voor bijvoorbeeld Fokker, TNO, Hoogovens en computerbedrijven als BSO.

Maar in Noordwijk zit ook nog eens een vaste staf van 1200 werknemers en werken nog eens 800 man op de produktie-afdelingen die weer lokale leveranciers inschakelen. Volgens de ESA is de ruimtevaart voor Nederland in ieder geval profijtelijk. Van elke gulden die erin wordt gestopt komt drie tot vijf gulden terug.

Meer over