Albanese rechters zijn allemaal bang

Baftija Shehu zit achter het enige ongeschonden bureau in het uitgebrande districtsgerechtshof. Al zijn dossiers zijn verbrand, al zijn computers gestolen....

Van onze correspondent

Bart Rijs

FIER

Het gerechtshof stinkt naar rook. Het Albanese wapen van de dubbelkoppige adelaar op de muur van de rechtszaal is half verdwenen achter een laag roet. De deuren zijn uit hun hengsels getrokken en de ruiten gebroken. Tijdens het volksoproer begin dit jaar werd het gerechtshof bestormd door een woedende menigte. De rechters en de twee politiemannen die het gebouw bewaakten, sloegen op de vlucht. Rechter Shehu kon alleen nog helpen bij het blussen.

Inmiddels zijn de gemoederen in Fier bedaard. De 75 duizend inwoners van deze onaantrekkelijke industriestad in midden-Albanië hebben hun normale leven hervat. Op de markt wemelt het van de mensen. De winkels en zelfs de banken zijn open en de politie controleert het drukke verkeer. Baftija Shehu laat trots het gestucte muurtje zien als bewijs dat de renovatie van de rechtbank is begonnen. Hij doet het voorkomen alsof de rechtspraak weer helemaal is hervat.

De normaliteit is schijn. Vandaag staan er maar twee erfenissen, een echtscheiding en een eigendomsakte op de rol. 'Geschillen over grond doen we niet', geeft Shehu toe. Dat is te gevaarlijk. Diefstallen ook niet. Moord niet. Verkrachtingen niet. Geweldpleging niet. Het ministerie van Justitie heeft namelijk verordonneerd dat de rechtbanken zich alleen bezig mogen houden met administratieve procedures; alle andere zaken worden te riskant geacht.

Elke nacht worden de inwoners van Fier er door het schietconcert aan herinnerd hoeveel wapens er zijn buitgemaakt bij de plunderingen van de legerdepots. De politie patrouilleert, maar je moet wel een moedige politieman zijn om iemand te arresteren. En als het al gebeurt is er in Fier geen rechter die de arrestant durft te berechten.

Niet alleen de gerechtshoven, ook de de gevangenissen, de politie, de douane, de kadasters, de burgerlijke stand en de banken functioneren nauwelijks. De Albanese autoriteiten worstelen om de - soms letterlijk - totaal verwoeste staatsinstituties opnieuw op te bouwen.

Burhan Malevi, directeur van de inspectie-afdeling van het ministerie van Justitie, leest voor uit zijn laatste rapport. Tien rechtbanken zijn verwoest, drie gedeeltelijk, alle andere zijn geplunderd. De materiële schade bedraagt bijna drie miljoen gulden, een enorm bedrag voor een armlastig land als Albanië. De internationale gemeenschap heeft hulp beloofd, maar gearriveerd is er nog niets.

Vier van de zeven gevangenissen in Albanië zijn verwoest. Tijdens de chaos zijn de twaalfhonderd gevangenen vrijgekomen, waarvan er zevenhonderd vastzaten wegens moord, verkrachting en gewelddadige overvallen. De regering heeft aangeboden dat eenderde van hun straf wordt kwijtgescholden als ze zich vrijwillig melden.

Nog maar zestig gevangenen hebben van de amnestie gebruik gemaakt. Rechters in het zuiden van het land zijn bedreigd door mensen die ze hebben veroordeeld en nu op vrije voeten zijn. Inspectiehoofd Malevi heeft de rechters de opdracht gegeven verdachten van ernstige misdrijven over te brengen naar Tirana, waar rechtbanken en gevangenissen min of meer normaal werken.

'Daar bestaan', zegt Malevi, 'alleen psychologische effecten.' Psychologische effecten? Rechters kunnen vanwege de situatie tot een ander oordeel komen dan normaal. De rechtbanken zijn niet veilig. Mannen dragen colberts met zakken, vrouwen handtassen. Wat doe je als je bezig bent met een zaak en je hoort het geluid van een wapen dat onder tafel wordt geladen?

Het herstel van het vertrouwen in het juridische systeem zal nog moeilijker zijn dan het herstel van de materiële schade. Het aanzien van rechters in Albanië is laag. Vlak na de val van het communistische bewind werden veel mensen benoemd zonder noemenswaardige selectie. Oude rechters met vuile handen moesten snel worden vervangen.

Professionalisme was een minder belangrijk criterium dan het lidmaatschap van de regeringspartij.

Tot het volksoproer uitbrak was de regeringspartij van president Salih Berisha bezig haar greep op het juridische systeem te vergroten. Ondanks protesten van mensenrechtenorganisaties kregen openbare aanklagers de bevoegdheid mensen vast te houden tegen de uitspraak van de rechter in.

'De mensen in de gerechtshoven zijn amateurs die op politieke gronden zijn benoemd', zegt Njazi Jaho, een voormalige rechter, dissident en nu voorvechter voor de mensenrechten. 'Er zijn veel geruchten over corruptie. Rechters zouden processen vier, vijf maanden rekken totdat de familie over de brug komt met geld.'

Buitenlandse hulpverleners en diplomaten hopen dat er een eind komt aan de wetteloosheid met de vervroegde verkiezingen eind juni. Een nieuw, democratisch gekozen parlement, moet het vertrouwen van de Albanezen in de politie en de rechtspraak herstellen.

Maar oud-rechter Njazi Jaho is sceptisch over de mogelijkheden om het juridisch systeem snel te verbeteren. 'Deze rechters zijn mensen zonder ruggengraat. Ze zullen van partij veranderen om zichzelf wit te wassen en gewoon doorgaan met waar ze mee bezig waren.'

Meer over