ALARM: HOOFDLUIS!

De hoofdluis is niet klein te krijgen. Van alle basisschoolleerlingen is ruim een kwart door het met tentakels gewapende beestje bezocht....

door Sander van Walsum

HOOFDLUIS: het toverwoord voor privacy. Dat ondervond het meisje dat zich opmaakte voor de viering van haar zevende verjaardag. Zij stond net op het punt de cadeautjes uit te pakken die haar vriendinnetjes hadden meegebracht, toen haar moeder op de kraag een pediculis humanis capitis zag spartelen. En omdat deze beestjes in de regel door enkele tientallen vruchtbare soortgenoten worden vergezeld, sloeg zij met luide stem alarm: hoofdluis! De aanwezige ouders die taart waren blijven eten, trokken onmiddellijk hun conclusies uit deze correcte diagnose. Zij kozen mét hun kroost het hazenpad - de jarige ontredderd achterlatend.

De rest van de feestdag had een even memorabel verloop. Op het moment waarop de kaarsjes hadden moeten worden uitgeblazen, werd het ontklede kind naar bad gedirigeerd waar het, in gezelschap van een krijsend broertje, een Loxazol-behandeling onderging. Vervolgens werden de knuffels (net als het beddengoed en recent gedragen kleding) op 90 graden gewassen, waardoor zij definitief aan aaibaarheid inboetten. De pluchen beesten die te groot waren voor deze behandeling, werden in een hermetisch gesloten vuilniszak opgeborgen. Ten slotte moesten op maandag de kritische en vragende blikken van klasgenootjes worden getrotseerd. Want de kwalijke reputatie van de luis snelt het slachtoffer vooruit.

De hoofdluis mag zich in een opmerkelijke belangstelling verheugen. Tot voor kort werd het beestje vooral geassocieerd met crisis, kelderwoningen, geperforeerde fietsplaatsjes en loopgraven. Inmiddels is duidelijk dat de luis de vooruitgang heeft weerstaan. De grootschalige inzet van chemicaliën ten spijt. Van alle basisschoolleerlingen is ruim een kwart ooit door het beestje bezocht, blijkt uit onderzoek van Wageningen Universiteit (zoals de Landbouwuniversiteit tegenwoordig heet). En ruim 18 procent van deze leeftijdsgroep wordt er ten minste eenmaal per jaar door geïnfecteerd. Jaarlijks gaan ongeveer 250 duizend preparaten tegen hoofdluis over de toonbank.

Daarmee worden niet alleen jeugdige bewoners van randstedelijke achterstandsbuurten behandeld, maar ook kinderen van ouders die in de hoogmoedige veronderstelling leefden dat de hoofdluis zich alleen aan de andere kant van de inkomensgrens manifesteert. Voor deze groep is de nabijheid van de luis tamelijk ontluisterend, zegt de Wageningse entomoloog dr.ir. W. Takken.

En dat niet alleen. Het leven van de tweeverdiener kan er ernstig door worden ontwricht. 'Die wordt doorgaans nogal zenuwachtig van het verzoek van de school om de zoon of dochter bij wie hoofdluis is gesignaleerd onmiddellijk te komen ophalen. Die nervositeit slaat om in paniek als het besef doordringt dat de patiënt die middag dus ook niet naar de buitenschoolse opvang kan, en dat er ook nog een bezoek aan de apotheek moet worden gebracht.'

De hoofdluis legt, kortom, geen sociale voorkeur aan de dag. Vandaar dat 11 oktober dit jaar is uitgeroepen tot Nationale Luizendag. Op alle basisscholen wordt een themakrant verspreid met spannende verhalen over de biotoop van het kinderhoofd, scholieren worden uitgenodigd al hun inventiviteit te mobiliseren om de plaaggeest te verdrijven en deskundigen uit alle windstreken komen vandaag in Utrecht bijeen om de meest actuele inzichten over de hoofdluis uit te wisselen. Het gevoel van urgentie werd, aldus Takken (die ook een bijdrage zal leveren aan het congres), met name gevoed door de indruk dat de luis zich vaker manifesteert dan, zeg, twintig jaar geleden, en dat zij een resistentie heeft ontwikkeld tegen de meest gangbare bestrijdingsmiddelen.

VOOR HET eerste heeft Takken geen overtuigend bewijs gevonden. De luis lijkt wel steeds minder gevoelig te worden voor de meest courante behandelmethoden. In de jaren zestig ontwikkelde zij een immuniteit tegen chloorkoolwaterstoffen (zoals lindaan), en onlangs hebben deskundigen in Israël, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten ook resistentie vastgesteld tegen de stof permethrine - hoofdbestanddeel van de meeste tweede-generatie bestrijdingsmiddelen. Uit het onderzoek dat Takken met twee Wageningse collega's heeft uitgevoerd, blijkt dat 31 tot 44 procent van de behandelingen faalt.

Deze cijfers kunnen niet zonder meer als bewijstlast voor resistentie worden opgevoerd. Ze hangen mogelijk ook samen met ondeskundig gebruik van bestrijdingsmiddelen. Veel ouders zijn overgevoelig voor de smeekbede van hun geïnfecteerde kinderen om de haarlotion eerder uit te spoelen dan de bijsluiter voorschrijft. De fabrikanten dragen daarnaast zelf bij aan de krachteloosheid van hun middeltjes door zich op de vlakte te houden over de wenselijkheid van een tweede behandeling. En die is, aldus Takken, altijd nodig. Bij een wasbeurt, hoe grondig ook, blijven de meeste neten achter in hun harsachtige cocon. Zij moeten te grazen worden genomen voor ze voor nakomelingen hebben gezorgd.

De pediculus humanus capitis is een uiterst taai en hardleers beestje dat al in de oudste bijbelboeken van zich deed spreken. De derde plaag waarmee God zich tegenover de Egyptenaren openbaarde (Exodus 8:16-19), wordt doorgaans met muggen in verband gebracht, maar in de oorspronkelijke teksten zou nog over luizen zijn gesproken. En indien de zeven plagen ten doel hadden de onderdanen van de farao tot het uiterste te kwellen, is daar ook wel wat voor te zeggen.

Anders dan de mug, is de luis niet gevoelig voor de wisseling der seizoenen, en is zij niet met een klamboe of een welgemikte tik tot staan te brengen. Ze nestelt zich met de tentakels waarmee haar poten zijn uitgerust tussen de hoofdharen van de gastheer - altijd een mens, meestal een kind - en voedt zich enkele malen per dag met diens bloed. Daarbij komt speeksel vrij dat jeuk veroorzaakt. De luis kan zich alleen lopend verplaatsen. Zonder menselijk bloed kan zij hooguit 48 uur overleven.

Voorzover bekend, is de creatie van de luis een doel op zichzelf geweest. Dat wil zeggen: ze vormt geen schakel in de voedselketen en is andere schepselen niet behulpzaam bij de voortplanting. Ze zuigt alleen maar bloed uit de hoofdhuid van de gastheer, ontwikkelt daarbij een lengte van maximaal drie millimeter (de schaarse mannetjes bereiken die omvang niet), neemt de kleur van haar omgeving aan, legt vier tot acht eitjes per dag en laat zo'n twee maanden na de verwekking het leven.

Al deze activiteiten zijn voor de gastheer hinderlijk, maar in beginsel onschadelijk. Gezondheidsrisico's ontstaan pas als de luizen zich lange tijd ongehinderd kunnen vermenigvuldigen, en hun biotoop zich ontwikkelt tot een zogenoemde plica polonica (Poolse vlecht): een koek van haar, neten, luizenfeces en ingedroogd serum. Bij aanhoudend krabben van de gastheer kan deze ongerechtigheid zich tot onder diens hoofdhuid uitstrekken.

Een enkele dakloze wil het nog weleens zover laten komen, maar daarbij wordt zelden meer de smerigheid geëvenaard die in de Middeleeuwen nog betrekkelijk gangbaar was. Pas bij de introductie van de pruik werd de luizen epidemie tot beheersbare proporties teruggebracht. Sterker nog: de sierpruik, die het modebeeld eeuwenlang heeft beheerst, dankte zijn ontstaan aan de luis. Om niet elke nacht doorwaakt te hoeven doorbrengen, lieten de notabelen - zoals koningin Elizabeth I van Engeland - zichzelf kaalknippen, en maakten zij van de nood een deugd door zich uitbundige pruiken te laten aanmeten.

DE GEWONE man en vrouw die zich deze weelde niet konden veroorloven, gingen kortgeknipt of blootshoofds door het leven, of bewerkten de geplaagde delen van het lichaam met petroleum of alcohol. Deze paardenmiddelen waren, zeker als ze bij kleine kinderen werden toegepast, vaak erger dan de kwaal. Maar ze hielden de hoofdluis enigszins op afstand.

Ze bleef de menselijke misère echter trouw vergezellen. In 1871 teisterde ze Parijs tijdens het Pruisisch beleg. In de Eerste Wereldoorlog hielden de hoofd-, wand- en kleerluis - de drager van de beruchte trench fever - huis in de loopgraven van Vlaanderen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog completeerden zij de ellende van de getto- en kampbewoners. Aan geallieerde zijde ging men de luis effectief te lijf met DDT. De snelle opmars van de Amerikanen in Italië wordt mede met de inzet van dit middel in verband gebracht. Twintig jaar later had de luis zich er reeds tegen gewapend. En nu wordt dus ook getwijfeld aan de deugdelijkheid van nieuwe bestrijdingsmiddelen - verkrijgbaar onder ongezellige merknamen als Crinopex-N, Loxazol, Prioderm, Para-speciaal en Noury.

DAARMEE is de hoofdluis opnieuw tot onderwerp van aanhoudende zorg geworden. Op internet wisselen bezorgde ouders ervaringen uit. De een weet dat het geïnfecteerde hoofd met aromatische oliën moet worden bewerkt. Daarmee zou de hoofdluis een zachte maar effectieve verstikkingsdood worden bereid. De ander poneert de stelling dat hoofdluizen zich bij voorkeur in een propere omgeving nestelen. Hoe kan anders worden verklaard dat háár kinderen er last van hebben? Het advies: was die haren niet te vaak, dan gaan ze vanzelf weg. Andere ouders beweren, met even weinig reden, het omgekeerde. En je hebt natuurlijk ook degenen - een kleine minderheid, het moet gezegd - die het beestje een luiswaardig bestaan gunnen, en de overdreven aandacht voor het verschijnsel toeschrijven aan het menselijk onvermogen om zich te voegen naar de natuur.

De scholen kunnen zich een dergelijk standpunt niet veroorloven. Zij brengen, vaak onder aandrang van ouders, protocollen in stelling tegen de hoofdluis. Soms voorzien deze in de vervanging van kapstokken door kluisjes, zodat de luis niet van de ene jas naar de andere kan wandelen. Andere scholen distribueren, om dezelfde reden, kleurige kledingzakken onder de kinderen.

Takken verwacht van dergelijke maatregelen niet veel heil. Althans: zolang ze niet worden geflankeerd door andere maatregelen. Hij bepleit de herinvoering van de periodieke luizencontrole door de GGD, en moedigt ouders aan de luizenkam zonder gêne te hanteren. Kinderen die op school als drager van de hoofdluis worden geïdentificeerd, moeten discreet van hun klasgenoten worden gescheiden.

Maar hoe doe je dat als het slachtoffer niet naar huis kan omdat de ouders onbereikbaar zijn? De docent van een basisschool in het midden des lands heeft er wat op gevonden. Een leerling bij wie hij meer dan honderd luizen had aangetroffen, werd onmiddellijk tot klassenkoningin gekroond. Die waardigheid behield ze tot de ouders konden worden gealarmeerd. Ondertussen zat zij op haar troon - op eenzame hoogte, onbereikbaar voor haar onderdanen, en onbewust van de bovenmenselijke inspanningen die de docent zich moest getroosten om het volk op gepaste afstand te houden.

Meer over