Alarm ging af in cockpit van Turks ramptoestel

Onderzoeksraad publiceert tussenrapportage...

AMSTERDAM De piloten van het op 25 februari bij Schiphol neergestorte vliegtuig van Turkish Airlines hebben tijdens de laatste fase van hun vlucht meermaals waarschuwingssignalen gekregen. Dat staat in een tussenrapportage die de Onderzoeksraad voor Veiligheid dinsdag openbaar maakte.

Volgens de raad kregen de piloten boven Flevoland de eerste keer het geluidssignaal te horen dat de zogenoemde landingsconfiguratie (de stand van het landingsgestel, de vleugelkleppen en dergelijke) moest worden aangepast. Daarna klonk de waarschuwing nog een paar keer, constateert de raad op basis van de gegevens die op de cockpit voice recorder staan.

De geluidssignalen werden automatisch afgegeven als gevolg van een defect van de linker radiohoogtemeter, die de afstand meet tussen het toestel en de grond. Op 1.950 voet (594 meter) hoogte gaf het apparaat opeens aan dat het toestel vlak boven de grond was. Het bleef op die waarde steken tot kort voor de crash.

Omdat de piloten niet overgingen op een handmatige landing, handelde het automatische gashendelsysteem alsof het toestel bijna was geland en nam het gas terug. De snelheid werd daardoor te laag. De piloten kregen dit vermoedelijk te laat door. De onderzoeksraad had al een week na het ongeluk bekendgemaakt dat het trage reageren van de piloten op het defect de vermoedelijke oorzaak van de crash is. De reactie van de piloten wordt nog nader door de raad onderzocht. Vast staat dat tijdens twee eerdere vluchten wel goed op het defect is gereageerd.

Bij de crash in een weiland kwamen vijf passagiers en vier bemanningsleden om het leven en raakten 86 mensen gewond.

Meer over