'Al-Qa'ida' eist aanslag op in brief

In een brief aan een Arabischtalig dagblad in Londen, claimt Al-Qa'ida de aanslagen in Madrid waarbij donderdag zeker 190 mensen zijn gedood en 1247 mensen gewond raakten. Het is niet vastgesteld of de brief inderdaad afkomstig is van een groepering uit het netwerk van al-Qa'ida.

De afzender noemt zich de Brigades Abu Hafs al-Masri. De naam is afgeleid van een 'nom de guerre' van Mohammed Atef, een man die door zijn huwelijk familie werd van Osama bin Laden. Mohammed Atef werd in 2001 gedood bij een raketaanval door de Amerikaanse strijdkrachten in Afghanistan.

De Spaanse regering sluiten niet langer uit dat islamitische militanten achter de reeks dodelijke aanslagen in Madrid zitten. De autoriteiten maakten donderdagavond bekend dat er in de buurt van de Spaanse hoofdstad in een gestolen bestelwagen zeven ontstekingen en een bandje met Koran-teksten in de Arabische taal zijn aangetroffen.

Voor zover bekend bevat het bandje geen aankondiging van of waarschuwing voor een aanslag. Het voertuig was op 28 februari in Madrid gestolen en is teruggevonden in Alcala de Henares, 35 kilometer ten oosten van de hoofdstad. Vanuit deze plaats vertrokken op donderdag alle vier de forensentreinen die het doelwit van de terreur werden.

Minister Acebes van Binnenlandse Zaken verklaarde op een persconferentie dat hij opdracht heeft gegeven 'in alle richtingen' onderzoek te verrichten. Madrid beschouwt de Baskische afscheidingsbeweging ETA nog steeds als hoofdverdachte, omdat de bommen waren gemaakt van het soort springstof dat de terreurorganisatie vaker gebruikt.

De aanslagen zijn de bloedigste uit de Spaanse geschiedenis. 'Dit is massamoord', zei premier José Maria Aznar, na een spoedzitting van het kabinet. Hij zwoer de daders te zullen opsporen en betuigde zijn medeleven aan de nabestaanden van de slachtoffers. Zondag zijn in Spanje parlementsverkiezingen. De campagne is stilgelegd, maar de verkiezingen gaan gewoon door, ondanks de drie dagen van nationale rouw die zijn afgekondigd.

De aanslagen in Madrid vonden donderdag plaats tijdens de ochtendspits. In totaal werden vier treinen getroffen op de lijn van Guadalajara naar het station Atocha, een belangrijk vervoersknooppunt nabij het Prado-museum en het museum Reina Sofia. Twee bommen ontploften rond 07.30 uur toen een trein Atocha binnenreed.

Twee explosies hadden plaats in een hogesnelheidstrein die vanuit de plaats Guadalajara rond half acht het Madrileense station Atocha binnenkwam. Twee wagons werden totaal vernield. Hier vielen de meeste slachtoffers. Atocha is een belangrijk treinverkeersknooppunt, waarvan veel forenzen gebruik maken. Ook bij twee andere stations op dezelfde lijn werden aanslagen gepleegd: in El Pozo en in Santa Eugenia. De Spaanse spoorwegmaatschappij Renfe legde na de aanslagen alle treinverkeer van en naar de stations Atocha en Chamartin stil.

De politie gebruikte taxi's en gewone auto's om de gewonden naar ziekenhuizen te brengen, omdat er te weinig ambulances waren. De autoriteiten hebben voor het station een veldhospitaal ingericht. Op de stations brak direct grote paniek uit onder de treinreizigers.

Ziekenhuizen riepen donoren op bloed af te staan voor de slachtoffers. Ook riepen zij de bevolking op niet voor kleine ongemakken naar het ziekenhuis te komen, omdat de artsen de drukte niet aankunnen.

De meeste doelwitten van de ETA tot nu toe waren politici, gezagsdragers of andere vertegenwoordigers van het gehate centrale gezag in Madrid. Bij de aanslagen van donderdag werden vooral forensen en andere burgers het slachtoffer. In tegenstelling tot de gebruikelijke handelwijze van de organisatie waarschuwde de ETA donderdag klaarblijkelijk niet voor de aanslagen. In de regel gaat elke ETA-bomaanslag gepaard met een telefonische waarschuwing, soms maar enkele minuten voor de explosie, om burgers te sparen.

Volgens Europol onderscheidt de reeks van donderdag zich van voorgaande terreurdaden van de Baskische afscheidingsbeweging. De aanslagen komen niet overeen met de door de ETA gehanteerde 'modus operandi', concludeert directeur Storbeck van de Europese politieorganisatie.

Zegslieden van de politieke vleugel van ETA, konden donderdag eenvoudig niet geloven dat de ETA achter deze aanslagen zit. Een van hen, Arnaldo Otegi, zei dat zijn politieke groepering, Sozialista Abertzaleak, deze acties volledig verwerpt. Hij wees erop dat de ETA altijd van te voren doorgeeft waar ze bommen heeft gelegd. Deze aanslagen waren volgens Otegi bedoeld om een bloedbad aan te richten onder de burgerbevolking. Dat zou in zijn ogen niet de werkwijze van ETA zijn. Hij dacht hardop aan lieden uit 'Arabisch verzet'. Spanje is van de VS een bondgenoot van het eerste uur bij de verovering van Irak.

Vele tienduizenden Spanjaarden hebben donderdag in steden en dorpen betoogd tegen geweld en terreur. Nagenoeg alle bijeenkomsten waren gericht tegen de Baskische terreurgroep ETA. Veel manifestaties waren van korte duur.

De regering in Madrid heeft drie dagen van nationale rouw aangekondigd voor de slachtoffers. Aznar riep de Spanjaarden op tot massale steunbetuigingen vrijdagavond om 19.00 uur in alle Spaanse steden. Daarmee moet Spanje in zijn ogen duidelijk maken nimmer te zullen buigen voor de terreur.

Meer over