Al in de 18e eeuw werd met dedain gesproken over beurshandelaren in Londen

Wat houdt de literaire wereld in het buitenland bezig? Onze correspondenten houden het bij. Deze week Patrick van IJzendoorn over de Londense City. Die had in de literatuur altijd een slechte naam.

De Bank of England in de City in Londen Beeld reuters
De Bank of England in de City in LondenBeeld reuters

Sinds het begin van de financiële crisis, tien jaar geleden, heeft the City of London met haar bankiers, quants (kwantitafief analisten) en derivatenhandelaren een slechte naam. Bij Engelse schrijvers, echter, gaat die antipathie veel verder terug, is gebleken uit een onderzoek van de Amerikaanse Stanford University. Aan de hand van 5.000 boeken uit de 18de en 19de eeuw is geanalyseerd welke delen van de Britse hoofdstad het meest beschreven zijn en op welke toon. Aan kop gaat het zakencentrum, gevolgd door het West End en Midtown, het onbestemde gebied tussen het geld en het amusement.

The Square Mile is altijd de plek geweest waar het geld wordt verdiend, maar auteurs zagen vooral de schaduwzijden van het oudste gebied in Londen. In William Thackeray's Vanity Fair hekelde Becky Sharp de vulgariteit van de City-werkers, terwijl ook in Jane Austens Pride and Prejudice met dedain wordt gesproken over de handelaren. In de boeken van Charles Dickens wordt de City geassocieerd met lommerds en werkhuizen voor schuldenaren, een plek waar het in december om 3 uur 's middags al donker is, zoals in A Christmas Carol.

Positiever zijn schrijvers van oudsher over het West End, terwijl Midtown, waar wijken als Holborn en Clerkenwell onder vallen, altijd het decor is geweest van criminaliteit. Hoewel Londen in die eeuwen rap groeide werden de buitenwijken genegeerd door schrijvers, al was Dickens een pionier door Camden Town te benutten als plaats van handeling. Tegenwoordig ziet de literaire kaart er anders uit. Als de onderzoekers niet waren gestopt bij het begin van de 20e eeuw, zouden ze hebben ontdekt dat juist de wijken rond het centrum populair zijn.

Sommige straten en wijken worden sterk geassocieerd met schrijvers. Zadie Smith met Kilburn bijvoorbeeld, of Monica Ali met Spitalfields, waar haar Brick Lane ligt. Relatief veel boeken spelen zich af in - het relatief goedkope - Zuidoost-Londen, het literaire jachtterrein van onder meer Blake Morrison, Graham Swift en John Lanchester. Laatstgenoemde zette de anonieme straat Pepys Road op de literaire kaart met de Zeitgeist-roman Capital, waarin de investeringsmanager Roger Yount niet het meest sympathieke personage is. Wat dat betreft is er niets veranderd.

Meer over