Al het onheil komt per gsm, weet Poltavets

In krap een maand raakte Kosta Poltavets zijn schaatsploeg kwijt en bracht hij Jan Bos terug aan de top. Innerlijke worstelingen van een voormalig vluchteling uit Oekra, aan de vooravond van de WK afstanden....

De telefoon, weer die telefoon. Al het onheil komt tegenwoordig per gsm, weet Kosta Poltavets, de trainer van Jan Bos. Maar hij moet opnemen.

De fysiotherapeut is boodschapper van het slechte nieuws. Bos moet zonder racefiets naar de wereldkampioenschappen afstanden in Korea. De schaatser krijgt ook geen massagetafel mee. Te duur, vindt sponsor DSB.

Poltavets' gezicht betrekt. Bos heeft zich met veel geluk geplaatst voor de WK afstanden. Een rampseizoen kan toch nog eindigen in euforie eindigen. En nu dreigt nota bene de eigen geldschieter de voorbereiding te verstoren.

Hij moet bellen.

Bij DSB vinden zijn argumenten geen gehoor. Suggesties klinken door de hoorn. Kan Bos de fiets van Erben Wennemars niet lenen? Of van Gerard van Velde?

Zoveel onwetendheid kan Poltavets (42) niet verdragen. Efiets delen met rivalen voor het goud op de 1000 meter? Kortaf: 'Ik wil geen gedoe meer, geen gezeik. Morgen vertrekken we, met de fiets.' Dan, woedend. 'Als het niet snel geregeld is, zeg ik straks op televisie wat hier allemaal aan de hand is.'

Hij moet zich niet zo laten gaan, zegt hij even later verontschuldigend. Hij had zich nog zo voorgenomen om zich constructief op te stellen. DSB heeft de ploeg weliswaar opgedoekt, maar misschien blijven ze Bos toch sponsoren. En Bos wil hem als trainer.

De ergernis kan hij dus beter voor zich houden. Zijn toekomst staat op het spel. Bovendien wil hij niet in woede leven. Dat heeft hij zich vast voorgenomen toen hij in 1994 van Oekra naar Nederland vluchtte, uit weerzin tegen de discriminatie die hij ondervond vanwege zijn joodse achtergrond.

Was hij blijven denken aan de narigheid uit zijn verleden, meent hij, dan had hij in Nederland nooit het geluk gevonden. Zo zal het hem ook niets opleveren als in wrok omziet naar de tweealf jaar als trainer bij DSB. Hij kijkt vooruit, uit lijfsbehoud. 'Als ik had willen vechten, was ik wel bij het vreemdelingenlegioen gegaan.'

Maar toch. Optimisme kan niet alle ergernis teniet doen. Soms welt de woede in hem op. Dan verdringen de recente gebeurtenissen zijn dankbaarheid aan Dirk Scheringa, de miljardair die het aandurfde hem, een vluchteling met een geringe reputatie als trainer,te benoemen tot hoofdcoach.

Neem nou het opheffen van de schaatsploeg. Hij moest dat besluit telefonisch vernemen van zijn vrouw, die het op televisie had gehoord. De manager gaf pas drie weken later uitleg. 'Je moet menselijk blijven. Dit was niet menselijk.'

Of neem dat gedoe met de racefiets van Bos. Een fiets is onontbeerlijk voor schaatsers. Ze brengen doorgaans meer tijd door op een zadel dan op ijzers. Waarom muggenziften over een paar honderd euro als een wereldtitel op het spel staat? 'Er spreekt geen kennis van schaatsen uit.'

Een ware topsportmentaliteit heeft bij DSB nooit geheerst, vindt Poltavets. Een eigen budget kreeg hij niet. Steeds was er gebakkelei over geld, want gulheid ging gepaard aan schraperigheid. Tegenover de hoge winstpremies voor schaatsers stond bijvoorbeeld een verplichte bijdrage voor het gebruik van toiletpapier en wasmiddelen in de onderkomens die DSB huurde.

Mismanagement is de term die hem voor in de mond ligt, al wijst hij niet alleen naar anderen. 'Er zijn door ons fouten gemaakt. Ons ja. Ik ben ook DSB.'

Afgezien van het mismanagement denkt Poltavets dat twee missers de ploeg fataal zijn geworden. Het splitsen van sprinters en allrounders. En het vertrek van Ids Postma twee jaar geleden, kort voordat DSB het opleiden van jonge talenten voor de Spelen van 2006 als missie formuleerde.

De splitsing van sprinters en allrounders ging ten koste van de onderlinge chemie, meent hij. In het eerste jaar zorgde de wisselwerking tussen hem en sprinttrainer Jeroen Otter voor opmerkelijke resultaten. Na de scheiding afgelopen zomer stokte de progressie van de meeste jongeren. Zelfs routinier Jan Bos deelde, tot afgelopen maand, in de malaise.

Alleen Tom Prinsen kwam tot bloei. Hij schaarde zich op de lange afstanden bij de wereldtop en werd bij zijn debuut op de wereldkampioenschappen allround zesde. Plotsklaps was de 21-jarige Tukker het boegbeeld van de ploeg. Poltavets: 'Als Ids Postma niet was weggegaan had Tom iemand naast zich gehad om mee te trainen. Iemand van zijn niveau. Dan was hij gebleven.'

Nu was Prinsen gevoelig voor de toenadering van TVM, waar hij veel denkt te kunnen leren van Rintje Ritsma en Jochem Uytdehaage. Volgens Poltavets vroeg de Tukker eind december om ontbinding van zijn contract.

De trainer, die begin jaren tachtig als schaatser behoorde tot de Sovjet-kernploeg, heeft nog geprobeerd Prinsen te behouden door met zijn meest talentvolle schaatsers aansluiting te zoeken bij een andere ploeg (Sponsor Loterij en DPA). Tevergeefs. Ook een poging van DSB om Ids Postma terug te halen liep spaak. 'De boel stortte in als een kaartenhuis', zegt hij.

Over het gedrag van de schaatsers na Prinsen zochten ook andere talenten hun heil elders is Poltavets mild. 'Als je jong bent, denk je dat je alles weet. Sporters gaan weg. Dat hoort erbij.'

Voor de ploegleiding van TVM heeft hij echter geen goed woord over. Hij beschuldigt ze van slinks gedrag en gekonkel. 'In Oekra zeggen we: als je menselijk vertrouwen wilt testen moet je bergbeklimmen. Dan zie je wie je helpt in nood, en wie je laat vallen. Met TVM ga ik niet bergbeklimmen.'

Ondanks zijn recente ervaringen ziet Poltavets toekomst in de schaatssport. Vooral de wederopstanding van Jan Bos heeft hem vertrouwen gegeven. Sinds hij de sprinter in januari onder zijn hoede kreeg, rijdt Bos weer hard.

Bij de WK afstanden is Bos titelkandidaat op de 1000 meter. 'Laatst in Thialf reed Jan zijn beste race sinds het zilver bij de Olympische Spelen van Salt Lake City. Dat is zo mooi. Nu Seoul nog.'

Meer over