Al blij met één paling in de fuik

Bart Kraan uit Urk heeft het heft in eigen handen genomen. Hij zet gekweekte paling uit, om zo de vis te redden....

Wie twijfelt aan de onheilspellende berichten over de palingstand moet een ochtend gaan vissen op de Westeinderplassen. Een gebied bij Aalsmeer dat ooit ook wel Palingmeer werd genoemd.

Bijna alle fuiken die beroepsvisser Theo Rekelhof aan boord van zijn kleine motorsloep haalt, zijn leeg op enkele rivierkreeftjes en een meerval na. ‘Niet te veel paling eten hè,’ roept Rekelhof de meerval na als hij de vis terugzet. ‘Meervallen zijn echte veelvraten.’

Bij de vijftiende fuik heeft Rekelhof eindelijk beet. Een moddervette paling glibbert in het net. Voor het eerst die ochtend breekt er een glimlach door op zijn gezicht.

‘Tegenwoordig ben ik al blij als ik één paling aantref. Vroeger kronkelden er zeker vijf tot tien in het net’, aldus Rekelhof (50), wiens vader, opa en overgrootvader ook hun brood verdienden met de palingvisserij. ‘Die hebben nog gouden tijden beleefd.’

Om het tij te keren heeft Rekelhof vorige maand deelgenomen aan een reddingsoperatie. Op initiatief van palingroker Bart Kraan uit Urk zijn vijftigduizend gekweekte palinkjes uitgezet onder meer in het IJsselmeer en de Westeinderplassen.

De operatie is ambitieus. De kweekpaling moet zich zien te handhaven in de natuur, binnen zeven tot acht jaar geslachtsrijp worden, ontsnappen aan de visfuiken, vanuit Nederland zijn weg vinden naar het paringsgebied van de paling (de Sargassozee bij Bermuda) en zich daar tenslotte voortplanten zodat het nageslacht weer naar Europa kan trekken.

‘De natuur een handje helpen,’ noemt palingroker en -handelaar Kraan zijn reddingsactie. ‘Als dit op grote schaal navolging krijgt, kan de palingstand in enkele jaren weer op het niveau van tien jaar geleden zijn.’

Het initiatief van Kraan komt op een moment dat de onderhandelingen in Europa over een reddingsplan op niets zijn uitgelopen. In de afgelopen vijftig jaar is het aantal palingen in Europa met 90 procent afgenomen. Volgens wetenschappers is het voortbestaan van de soort in gevaar.

Dat kweekpaling in het wild wordt uitgezet, is volgens Kraan niet nieuw. ‘In Duitsland en enkele Oost-Europese landen wordt het al enkele jaren op redelijk grote schaal toegepast. Ook in Nederland is vorig jaar al wat kweekpaling uitgezet.’

Kweekpaling is overigens niet het juiste woord voor de vis die in kwekerijen is vetgemest. Paling laat zich niet fokken. Kwekerijen kopen wilde glasaal in, die is gevangen voor de kust van Zuid-Europa. In acht tot twaalf maanden wordt de paling in grote plastic bakken op gewicht gekweekt.

Visserijbioloog Willem Dekker van gelooft niet in de reddingsoperatie. ‘Hoe moet een dier dat als glasaaltje in Frankrijk is opgevist en in Nederland met duizenden lotgenoten onnatuurlijk snel is vetgemest, zijn weg terugvinden naar de Atlantische Oceaan?’

Volgens Dekker zijn er ‘realistischer’ maatregelen nodig. Zoals het instellen van een algeheel vangstverbod en het op gezette tijden stilleggen van waterkrachtcentrales. ‘En dan nog duurt het zestig jaar voordat de stand is hersteld.’

Voor Theo Rekelhof duurt dat te lang. Terwijl hij zijn dagvangst sorteert (vier kilo) om te gaan roken in zijn eigen rokerij, zegt hij: ‘Ik denk dat de palingvisser eerder uitsterft dat de paling zelf.’

Meer over