Akademie dwingt onderzoeksinstituten tot zinloze verhuizing

Het onderbrengen van het NIOD en drie andere instellingen in het Tropeninstituut is een onzalig plan van het KNAW-bestuur.

In de Volkskrant van 14 februari maakten bestuur en directie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) enthousiast bekend dat er een 'Humanities Center' komt in het leegstaande Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) te Amsterdam. In dit oude Tropeninstituut worden vier geesteswetenschappelijke instituten van de KNAW bij elkaar gebracht. Maar niet iedereen is blij. Dat geldt zeker voor het NIOD Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidestudies.

Tijdens enkele, soms rumoerige vergaderingen in het Trippenhuis, de zetel van de KNAW, zijn hierover kritische vragen gesteld. Een inhoudelijke onderbouwing voor fusie of clustering is er tot op heden nooit gekomen. Intussen lijkt de KNAW-directie steeds minder als beheerder van de zelfstandige instituten op te treden en steeds meer op de stoel van de instituutsdirecties te gaan zitten door zich inhoudelijk met de missie van de instituten te bemoeien. Dit laatste heeft tot grote onrust geleid in de Afdeling Letterkunde van de KNAW, waaronder de geestes- en sociale wetenschappen ressorteren. Zo propageerde de KNAW-directie de afgelopen jaren met kracht de 'e-humanities' en het gebruik van digital tools bij onderzoek. Het leek haar ook een geweldig idee om alle instituutscollecties te centraliseren in één pand, ongeacht de plaats waar het instituut zijn onderzoekers huisvest.

Zo'n scheiding van onderzoek en collecties is echter schadelijk, zowel voor de wetenschapsbeoefening als voor de publieksfunctie van praktisch alle instituten. Vooral voor het NIOD, dat belangrijke diensten aan de Nederlandse samenleving verleent voor de verwerking van het oorlogsverleden, kan het de doodsteek zijn. Je haalt toch ook geen onderzoekers weg uit hun laboratorium? Onlangs heeft een internationale evaluatiecommissie met gerenommeerde wetenschappers - onder wie de Britse historicus Jonathan Israel - het NIOD als excellent instituut beoordeeld. De naam 'NIOD' is bovendien een nationaal en internationaal kwaliteitsmerk dat niet mag verwateren in een amorf Center. Never change a winning team.

Eind 2013 kwam het leegstaande KIT in beeld. Zonder dat een deugdelijk bedrijfsplan is geformuleerd heeft het KNAW-bestuur vorige week een 'letter of intent' met het KIT ondertekend. Het ING/Huygens Instituut en het NIAS verhuizen vanuit Den Haag en Wassenaar naar de hoofdstad; het Meertens Instituut en het NIOD blijven in Amsterdam, maar moeten wel naar het KIT. Het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden is ontmanteld: de collectie is in de Universiteitsbibliotheek van Leiden opgenomen; een deel van de onderzoekers is ontslagen en de rest werkt in een ander pand. Het IISG verhuist niet maar moet wel deel uit maken van het Humanities Center. Er kan blijkbaar ook 'geclusterd' worden zonder verhuizing.

Wat overblijft zijn vier instituten in één gebouw die weinig gemeenschappelijk hebben. Zo is het NIAS geen geesteswetenschappelijk instituut. Het biedt wetenschappers van verschillende disciplines uit binnen- en buitenland ruimte en geld voor een rustig onderzoeksverblijf.

Inhoudelijk kan het KNAW-bestuur deze beperkte clustering nog steeds niet met argumenten onderbouwen. Evenmin lukt het om bedrijfstechnisch de financiële voordelen aan te tonen via een doortimmerd businessplan. Het ministerie en de gemeente Amsterdam zien uiteraard graag dat het KIT een zinvolle bewoning krijgt. Maar dat kan toch niet de enige reden zijn om goed lopende instituten zo grondig overhoop te halen? Het KNAW-bestuur trekt 15 miljoen uit om de geesteswetenschappen te stimuleren. Wie zou daar niet blij mee zijn? Maar de kans bestaat dat circa 10 miljoen wordt besteed aan reorganisatie (met verlies van banen), verhuizingen, verbouwingen en herinrichting. Het KNAW-bestuur heeft inmiddels toegezegd dat het NIOD zijn hele collectie mee kan nemen naar het KIT. Maar daar schiet het NIOD weinig mee op. De verhuizingen en de afstemming met de andere instituten kosten zoveel tijd, geld en energie, dat de wetenschappelijke productiviteit en de maatschappelijke dienstverlening in gevaar komen.

De kennelijk louter op digitale technologie gefocuste overwegingen van de KNAW-directie tonen een schrijnend gebrek aan inzicht in de manier waarop gevoelige zaken als het oorlogsverleden onder wetenschappers en bij het bredere publiek worden bestudeerd en beleefd. Heeft het KNAW-bestuur wel enige voeling met de realiteit van en de nauwe samenhang tussen historisch onderzoek, erfgoedbeleid, herinneringscultuur en identiteitsvorming, vier domeinen die gezamenlijk de huidige historische wetenschap en het werkingsveld van de geschiedenis in de samenleving bepalen?

Juist de KNAW zou oog moeten hebben voor de belangen van de wetenschap in de samenleving in bredere zin en op de langere termijn. Wij roepen het KNAW-bestuur daarom op: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Het misstaat niemand op een verkeerd besluit terug te komen.

WILLEM FRIJHOFF EN MARIA GREVER zijn historici en leden van de KNAW.

Humanities Centre

Het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING/Huygens), het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS), het Meertens Instituut voor taal en cultuur en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) gaan op in het Humanities Centre. Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) ook, maar dat verhuist niet mee naar het KIT.

Meer over