Column

Ajax mag hopen dat het wordt onttroond

Ex-Ajacied Vermeer (l) troost zijn voormalige ploeggenoot Van Rhijn na Ajax-Feyenoord van afgelopen zondag. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Ex-Ajacied Vermeer (l) troost zijn voormalige ploeggenoot Van Rhijn na Ajax-Feyenoord van afgelopen zondag.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Johan Cruijff had op zijn vakantieadres in Afrika niets kunnen zien van Ajax - Feyenoord, maar gelukkig was iemand zo aardig om hem de statistieken te sturen. Hij schrok van het aantal schoten op doel, het aantal hoekschoppen en het percentage balbezit van Ajax, zo liet hij zijn spreekbuis De Telegraaf optekenen.

Gelukkig bleef Cruijff, in de herfst van 2010 initiator van wat de fluwelen revolutie ging heten, de rauwe werkelijkheid van het geploeter van de hoofdact van zijn experiment bespaard. Aantal kansen, gelukte acties, flair; alles ontbrak zondag. Cruijff zou onthutst zijn geweest. Wie weet, was zelfs hij gaan twijfelen aan de opstand.

Het is best opvallend hoe kritisch Cruijff zich de laatste tijd uitlaat over het zichtbare leger van zijn revolutie, het eerste elftal. Vorig seizoen sloot hij al aan in de rij klagers over dat eeuwige, hemeltergende rondspelen van de bal.

Deze jaargang gebruikt hij zijn podium in de krant om vleugjes kritiek te laten doorsijpelen. Zo sprak hij vorige week, over de bezetting van het middenveld, na een paar alinea's tactische uitleg: 'Toch vreemd om te zien hoe de basis van ons denken zo los wordt gelaten.'

In november: 'Daarom ziet de 4-1 tegen Heerenveen er op papier goed uit, toch heeft de wedstrijd vooral duidelijk gemaakt hoe het niet moet.' Cruijff verwoordt het gevoel van het verveelde volk, dat steeds vaker mort en bij minder belangrijke wedstrijden thuisblijft. Ajax-publiek is tegenwoordig meer resultaatgericht dan in bijvoorbeeld de jaren zeventig, toen meeslepend spel als eis werd gesteld, maar de ondergrens is zelfs voor het Arenavolk doorbroken.

Ajax zingt telkens hetzelfde liedje: uitverkoop houden, onrijpe talenten opstellen. Het aankoopbeleid, voor zover daarvan sprake is bij het eerste elftal, is ondermaats, met types als Van der Hoorn, Duarte, Viergever en Zimling als pionnen op een schaakspel met dertien stukken in een dozijn.

Bij Ajax pochen ze over individuele training, een van de aandachtspunten van de revolutie, maar aan bijvoorbeeld Van der Hoorn valt niet af te zien dat hij eens is geïnstrueerd door pakweg Jaap Stam. Hij lijkt zonder lasso losgelaten op de prairie van het onvermogen.

Trainer Frank de Boer sprak zondag onverbloemd zijn ongenoegen uit, door het stempel lamlendigheid op Ajax te drukken. Hij was niet eens meer echt boos en merkte op dat zijn schoonmoeder het tempo ook kon bijhouden.

Het lijkt er zowaar op dat De Boer zich langzaam beweegt naar de uitgang. Hij staat open voor een andere baan, mits die baan interessant is, zo herhaalt hij zichzelf. Met het spel leek het dit seizoen even de goede kant op te gaan, dankzij de frivoliteit van Kishna en El Ghazi, maar de laatste wedstrijden gaven kramp krijgende mannen zonder initiatief te zien, zonder vorm en volhardend in risicoloos gepriegel.

De reeks van vier kampioenschappen op rij temperde het gemor. Over de werkelijke vruchten van de revolutie valt nog weinig te zeggen, omdat het anders opleiden van jeugd meer tijd vergt dan een paar jaar. Maar zoals puike resultaten van het eerste elftal de weeffouten van een andere aanpak in de jeugdafdeling kunnen verdoezelen, zo legt het uitblijven van resultaten onvrede bloot.

Een seizoen zonder titel zou daarom helemaal niet zo slecht zijn voor de club. Sterker, Ajax zou moeten verlangen naar een jaar zonder schaal. Al was het maar om weer helder te leren kijken, om zin van onzin te onderscheiden en om Frank de Boer de beslissing te laten nemen die misschien beter is voor hem en voor Ajax: toegeven aan het latente verlangen naar een andere club.

Meer over