Ajax gaat nog eens ten onder aan zijn eigen creatie

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Al zappend stuitte ik laatst op de wedstrijd Schalke 04-Ajax. Ik keek de wedstrijd uit en kwam erachter dat Ajax een ziel heeft. Een door gevoelens van spijt getekende ziel. Voor de buis rook ik de stank van berouw voor de daad van lang geleden. De wedstrijd was van begin tot eind het ultieme vertoon van schuldbesef.

Wijlen wetenschapper Alfred Nobel vocht tegen soortgelijke schuldgevoelens en dacht er in de laatste jaren van zijn leven onderuit te kunnen komen door aan omkoping te doen. Hij liet in zijn testament opnemen dat de renteopbrengsten van zijn vermogen elk jaar moest worden uitgedeeld aan wetenschappers die uitblonken in hun werk. De man had zijn leven gewijd aan de uitvinding van dynamiet, verloor zijn broer bij een ontploffing in het laboratorium, wist desondanks niet van ophouden en moest uiteindelijk met lede ogen toezien wat zijn uitvinding in de oorlogen deed.

Mochten jullie midden in de nacht een oude man een lege babywagen zien voortduwen, weet dan dat de eeuwig dolende geest van de Zweed in jullie woonplaats is neergestreken. Steekpenningen helpen niet tegen gewetenswroeging.

Aan de handen van Ajax kleeft ook bloed. De uitvinding die het kwaad bracht, hebben ze bij Ajax in de jaren zeventig gedaan. De dood die door toedoen van de vernuftige Amsterdammers kwam, was een langzame. Voor Ajax zich ermee bemoeide, was een rechtsback een rechtsback. Het zou nooit bij hem opkomen zich te bemoeien met wat voorin gebeurde. Dat tegenwoordig zelfs de voorstoppers steekpasses geven is belachelijk en vroeger deden ze dat dan ook niet.

De keeper van ons stadje in de Kaukasus bijvoorbeeld; die was scheel. Door de uitzonderlijke stand van zijn ogen miste hij bij hoekschoppen zogenaamd de bal. In plaats van de bal stompte hij op het hoofd van de beste spits bij de tegenstander en verdedigde zich door te zeggen dat het aan zijn ogen lag. Alle begenadigde spitsen van die club zijn inmiddels vergeten, de schele Hasmet niet. Toentertijd had je verdedigers die zich vijftien jaar lang vastklampten aan de tegenstanders, nooit een keer de middenlijn overstaken en juist daarom voor altijd in het hart van de supporter bleven voortleven.

Het grote plan van Ajax maakte aan al dit moois een einde. Met de mond vol tanden keek de wereld naar het 'totaalvoetbal' van de Nederlanders. Bij Ajax moest iedereen kunnen aanvallen én verdedigen. Balbezit was heilig. In het land met de florerende industrie moest ook het voetbal als een voortreffelijke machine zijn. In dit systeem werd zelfs de keeper verguisd als hij niet goed genoeg was met de bal aan de voet.

Op den duur deed de hele wereld mee aan de waanzin. Met het walgelijke tikitakavoetbal perfectioneerden de Spanjaarden dit spel en verviel het voetbal van de comatoestand in de dood. Het voetbalpubliek werd een gehypnotiseerde massa die naar het mechanisch rondspelen van een bal keek. De factor mens werd ontstolen aan het prachtige voetbal van weleer, dat verwerd tot een computerspelletje. In het nieuwe systeem geen plek voor schele keepers. Evenmin voor de alcoholistische George Best of de sluwe veertiger Roger Milla.

Het begon dus allemaal met Ajax en we weten dat iedere misdadiger met een beetje geweten vroeg of laat om vergiffenis komt smeken. Zoals gezegd, keek ik naar de kwartfinalewedstrijd van Ajax tegen Schalke 04 en zag dat Ajax' optreden niets anders was dan een welgemeend 'sorry'. Want in het moderne voetbal betreed je het veld in de return van een thuis met 2-0 gewonnen wedstrijd niet met drie lichte aanvallers, een fragiele spelverdeler die de duels niet durft aan te gaan en twee andere fysiek zwakke middenvelders die liever niet meeverdedigen.

Iedere andere trainer had die dag in plaats van de jonge Kluivert een verdedigende middenvelder opgesteld om vervolgens achterover te leunen en aan de volgende tegenstander te denken. Maar bij Ajax gaan ze dus voor zelfkwelling. Wat Nobel is met zijn geldprijzen aan de nieuwe lichting wetenschappers, dat was Ajax in Gelsenkirchen met zijn jarenzeventigtactiek. Ajax was de moordenaar die terug was gekeerd naar de plaats delict om boete te doen. Met die irrationele opstelling deed men aan zoete melancholie en vroeg om vergiffenis.

Derhalve, beste mensen, gooi een sjaal over de schouders van de oude man die in de nachten een lege babywagen voortduwt. Hij heet Alfred Nobel en heeft het koud. En klap voor Ajax, dat verteerd wordt door spijt en op hartverscheurend oude wijze de Europacup wil winnen.

Meer over