'Aïda': Van den Ende overtreft zichzelf

In de megaspektakels die dikwijls van Verdi's opera Aïda worden opgevoerd, komen niet zelden levende olifanten voor en het scheelt maar weinig of er stroomt echt Nijl-water over het podium....

Geheel in tegenstelling tot de edelkitsch die dit genre vaak overheerst, is soberheid troef. Het gebeurt zelfs regelmatig dat de show wordt teruggebracht tot zijn essentie: een zanger zingt een lied, gevangen in één enkele lichtspot. Meer niet. Maar dan wel een geweldige zanger (of zangeres), en een heel mooie lichtspot.

Het gebrek aan imposante decorstukken is het eerste dat opvalt in de musical Aïda die vanaf nu - dat kan haast niet anders -een kassakraker gaat worden in het Scheveningse Circustheater. Het is zonder twijfel de beste voorstelling die Joop van den Ende in dat theater heeft geproduceerd. De infrastructuur in Nederland-Musicalland is kennelijk zo goed dat nagenoeg alles tot in de puntjes klopt - alleen het acteren blijft van schooltoneelniveau.

Aïda is een op en top Disney-product dat in Amerika werd ontwikkeld, op Broadway nog steeds een groot succes is, en nadat Van den Ende de rechten verwierf, in Scheveningen volledig onder de kopieermachine ging. Dezelfde kostuums, dezelfde decordoeken, misschien zelfs wel dezelfde loopjes van de artiesten.

Maar die artiesten zijn Nederlands en na een lange zoektocht bijeen gebracht. Zij zijn een van de belangrijkste pijlers waarop deze musical rust. Aan de basis daarvan ligt natuurlijk het werkstuk van Elton John en Tim Rice zelf. John heeft ronduit enerverende muziek gecomponeerd, van melodieuze ballads tot stevige rock, inclusief die heerlijke pathos van hem en die fraaie pianoriedeltjes. De teksten van Tim Rice (die zijn beste werk aflevert sinds Evita) zijn zeker in het Engels toonbeelden van lieddichtkunst. Ze zijn door Martine Bijl voor het merendeel soepel vertaald, zonder ongepaste rijmelarij, en met vooral in de liefdesduetten ronduit poëtische passages.

Want Aida is poëzie, Aida is liefde. Man wordt verliefd op vrouw, maar heeft al een andere vrouw. Dat is simpelweg het verhaal en tevens de kern van het drama. Die man is Radames, kapitein van het Egyptische leger.Hij verliest zich in slavin Aïda, dochter van de koning van Nubië, het land dat door zijn leger wordt onderdrukt. Maar Radames moet trouwen met Amneris, de dochter van de farao, waardoor hij zelf heerser van zijn land wordt. Voorwaar een dilemma.

Dit op zich tamelijk clichématige thema wordt nergens larmoyant, vooral omdat vaart en momenten van inleving elkaar goed afwisselen. Prachtige kostuums, strakke rockdance, geloofwaardige inheemse dansacts, smaakvolle achterdoeken en soms betoverende lichteffecten doen de rest.

Bastiaan Ragas, tot voor kort zanger van een boyband, is de ideale Radames, stoer met gevoelige kantjes, blond en sterk, en met een stem om bij weg te smelten - met zo'n klein raspje erin. Een ontdekking is ook Antje Monteiro die de chique farao-dochter speelt, over swing en klasse beschikt en humor heeft. Haar nummer Mijn pakkie an (My strongest suit) is het hoogtepunt van de show en mondt uit in een uitzinnige modeshow met de meest ravissante hoeden.

Chaira Borderslee is na een slopende reeks audities geworden tot wat ze wilde zijn: Aïda. Zeker getalenteerd en barstensvol energie, maar te jong om die rol diepte, kracht en reliëf te geven. Over vijf jaar kan zij de ideale Aida zijn. Hopelijk is haar die tijd gegund.

Meer over