Ahold koestert al dertig jaar klant, leverancier en personeel

Ahold, eens een bescheiden Zaanse grootgrutter, is uitgegroeid tot een van de grootste spelers in de VS en 'waarschijnlijk het meest internationale van alle grootwinkelbedrijven', zo schreef The Wall Street Journal afgelopen december....

Supermarktbedrijven zijn in theorie enorme geldmachines: de duizenden klanten betalen contant, de honderden toeleveranciers krijgen hun geld pas na dertig dagen. Maar in de praktijk werkt die machine alleen als hij goed wordt bediend.

'Ahold heeft altijd een sterke cultuur gehad', zegt Fred Lachotzki. 'Het is een soort moederschoot.' De huidige Nijenrode-hoogleraar werkte er van 1970 tot 1983, en daarna voor de concurrenten Unigro en Asko (uit Duitsland). 'Heel dicht bij de klanten blijven staan, en durven', zo typeert Lachotzki de Ahold-cultuur. Dat begon met het besluit om overal in Nederland Albert Heijn-supermarkten te openen. 'Ahold deed dat als eerste. Het kostte veel geld, en het succes was destijds nog onzeker.'

De koestering van de klant beperkte zich niet tot een winkel op iedere straathoek. Reeds in de jaren zeventig, toen de beurs nog in een diepe slaap was gedompeld, kwam Ahold met 'klanten-obligaties', een vroege voorloper van het huidige Vaste Klantenfonds.

Behalve de klanten koesterde het Zaanse concern zijn toeleveranciers. 'Die werden beter behandeld dan elders', weet Lachotzki uit ervaring. 'De inkoop was daardoor soms duurder, maar in moeilijke tijden, zoals begin jaren tachtig, kon Ahold ook een beroep doen op hun trouw.'

Ahold gunde de leverancier zijn winst, en de eigen manager zijn fouten - het koesterde ook zijn eigen medewerkers. Niemand weet het meer, maar ooit openden de Zaankanters de eerste Europese McDonald's-winkels - niet in de binnensteden, maar in de buitenwijken van Nederland. In Spanje stampte het eigen supermarktketens uit de grond, in een tijd waarin de Spanjaarden hun voedsel nog hoofdzakelijk op de markt kochten. Beide activiteiten mislukten en werden weer beëindigd.

Intussen vergat Ahold zijn wortels niet. 'Uitgangspunt bleef altijd de kracht van Albert Heijn', het Nederlandse oerbedrijf, zegt Gregor Witteveen, van 1986 tot 1991 financieel directeur bij Ahold en nu bestuurder bij de Achmea-bankgroep. De overname van kruideniersgrossier Schuitema, eind jaren tachtig, noemt hij 'de sleutel. Daardoor werd het voor buitenlandse concurrenten te duur om in Nederland te beginnen'.

Eenmaal thuis ingedekt, kon Ahold daarbuiten 'geduldig wachten op de juiste transacties', zoals Witteveen het uitdrukt. 'Ze kopen alleen als het past en toegevoegde waarde levert. Nu de eigen aanpak succesvol is gebleken, bieden de bedrijven zich te koop aan, en kan Ahold kieskeuriger zijn.' Als extra aanbeveling geldt dat Ahold overgenomen bedrijven al meer dan twintig jaar door lokale managers laat besturen.

Zo, met vallen en opstaan, ontstond Aholds groeistrategie. 'De bestuurders dragen die goed en consequent uit, zowel in eigen huis als naar buiten', aldus Witteveen. Het beleid wordt ook breed gedragen, bijvoorbeeld door een goede concernstaf in Zaandam. Een uitstekend team, vindt Witteveen: 'Bij veel bedrijven zie je dat stafmedewerkers te weinig gezag hebben: wat weten die nou van de business? Maar bij Ahold wordt er wel naar ze geluisterd, omdat ze het bedrijf kennen van haver tot gort.'

Nu Ahold zo groot is in de VS, ligt het voor de hand dat het concern verdere uitbreiding zoekt in Europa. Toch? Toch niet - Michiel Meurs, de huidige financiële man, kan het helder uitleggen. Engeland valt af. 'Prachtige supermarktbedrijven, maar veel te duur, want ze verdienen te goed: ze houden hun eiland potdicht en de prijzen hoog.'

Zo ook Frankrijk. Bedrijven als Promodes en Carrefour zijn simpelweg niet te koop. Bovendien is het een andere markt, met mega-zaken in de buitensteden: niet Aholds stiel.

Duitsland dan? 'Duitse supermarkten lopen jaren achter. Ga zelf maar kijken in de winkels.' Oost-Europa? 'Een gekkenhuis: hoge kosten, lage opbrengsten.' Zo resteren Italië - 'Helaas zijn de goede bedrijven daar niet te koop' - en Spanje, de belangrijkste Europese groeimarkt. Daar koopt Ahold sinds kort dan ook de ene na de andere supermarktketen.

Er mag een regel zijn dat de Aholds van deze wereld nu in Europa moeten investeren. Maar Europa moet zich eerst voegen naar de regels van Ahold.

Meer over