Agnes Kant

Het uniform van de socialistische partijleider onttrekt zich aan de regels voor uniformen...

Als liefhebber van mensen met een uitgesproken eigen stijl ben ik een groot voorstander van het uniform; een éígen uniform. Barack Obama heeft een uniform. De paus heeft een uniform. Neelie Kroes’ mantelpakjes vormen een goed uniform. De jagersjas van premier Balkenende en het driedelige pak van Piet Hein Donner ook. Een zelfgekozen uniform geeft de drager een prettig kalme uitstraling en het scheelt ‘s ochtend voor de klerenkast bovendien allemaal een hoop moeilijk denk- en keuzewerk. Wat een rust.

Zo ben ik ook een groot pleitbezorger van het schooluniform. Hoe prettig moet het als kind zijn om niet over de dagelijkse uitdossing na te hoeven denken? In België en het Verenigd Koninkrijk begrijpen ze dat beter dan hier in Nederland. Weg ook met de klassenverschillen; een uniform noopt de jeugd zich middels karakter uit te drukken, en dus niet via sneakers van Prada, Armani jeans of een groot G-Star-logo. Het lijkt me een volstrekt legitieme socialistische gedachte, en ik neem aan dat de partijleidster van de Socialistische Partij het helemaal met me eens is. Ik zie het schooluniform graag terug in het eerstvolgende partijprogram.

Maar dan het uniform van Agnes Kant zelf... Het kopstuk der arbeidende klasse heeft zich een nogal atypisch uniform aangemeten. Telkens als ik dezer dagen Kant op televisie zie, draagt ze een zwart leren colbertje over een wit overhemd, en het irriteert me. Ten eerste is het spelen met contrasten al gauw tot mislukken gedoemd. (Bijvoorbeeld: draag geen zwarte schoenen onder een witte broek.) En dan dat zwarte leer: hoe volks en ordinair kun je je kleden? Maar het zijn vooral de pasvorm en de snit van Kants uniform waarover ik bij menig uitzending van Pauw & Witteman en Den Haag Vandaag struikel. Kants witte overhemd heeft een gigantische kraag die wanhopig een weg zoekt uit het superstrakke zwarte jasje, waarvan de krappe schouder en mouwinzet lijken te moeten onderstrepen dat we hier te maken hebben met iemand wiens betoog geen millimeter onderhandelingsruimte kent. Ondertussen is het ongemakkelijk strenge jasje niet in harmonie met Kants toch behoorlijk uitbundige kapsel.

En bij die harmonie zit ‘m het probleem. Blijkbaar vraagt een uniform per definitie om een brave, voorspelbare invulling. Een moeilijk ontworpen kledingstuk laat zich niet in een rol als uniform drukken. Een overhemd met buitensporig boord en een krap leren jack doen dat evenmin. Neelie Kroes verschijnt niet in een asymmetrische jurk; de driedelige pakken van Donner zijn niet geel of roze. Om niet te irriteren en te detoneren is een persoonlijk uniform per definitie voorspelbaar en saai. Het dankt zijn succes aan de eindeloze herhaling.

Meer over