Agadir heeft zon, zee en geen oude binnenstad

Het heetste deel van de dag is voorbij en een groepje schooljongens gooit de rugzakken in het zand. Al voetballend veroveren ze hun terrein terug op de Europese badgasten. Al is dat niet echt nodig: op het kilometerslange schone zandstrand van Agadir is plek voor iedereen.


Over de boulevard, die oogt alsof hij gisteren is aangelegd, slenteren toeristen terug naar hun hotel. Sommigen met de schouders roodverbrand, al is het pas voorjaar. Agadir heeft een naam hoog te houden: dankzij een gunstig microklimaat laat de zon zich hier ruim 300 dagen per jaar zien. De stad ligt in een afgeschermde baai, waardoor de wind en de golven niet zo heftig zijn als elders aan de Atlantische kust.


Op de met palmbomen omzoomde promenade klitten verliefde gehoofddoekte tienermeisjes samen met hun vriendjes, niet gestoord door de vele verkopers van zonnebrillen, plastic horloges en leren portemonneetjes. Horen die dat je uit Nederland komt, dan klinkt het onvermijdelijke 'kaiken, kaiken, niet kopen', gevolgd door een gezellig verhaal over een broer in Zwijndrecht of een nichtje in Helmond.


Om hun gasten op het strand te vrijwaren van verkoperspraat, hebben chiquere hotels in Agadir een stuk strand afgezet. Daar staan strandbedden en parasols en loopt een ober rond. Wie in een goedkoper hotel verblijft, kan op Sunset Beach en Palm Beach een zonnebed huren voor een ongestoord dagje bakken.


Het zijn voorzieningen die je elders aan de Atlantische kust weinig tegenkomt. Het strandtoerisme in Marokko staat buiten Agadir nog grotendeels in de kinderschoenen. Hier biedt het culinaire aanbod zowel hamburgers van McDonald's als kreeft bij Le Flore - en alles daartussenin. In de clubs en restaurants wordt alcohol geschonken.


'Agadir is de minst Marokkaanse stad van Marokko', is op veel internetfora te lezen. Het werd ons ook al in het vliegtuig herhaaldelijk op het hart gedrukt door Hamid, een zakenman uit Gouda met Marokkaanse roots. 'Agadir heeft niet het traditionele eten, geen oude gebouwen, niet de drukke stoffige straatjes die Marokko tot Marokko maken.'


Qua architectuur is Agadir inderdaad een vrij identiteitsloze badplaats. De rijen middenklassehotels hadden ook in pakweg Alanya of Benidorm kunnen staan. Het is te wijten aan een aardbeving in 1960 die de oude binnenstad verwoestte. Daarna werd alles herbouwd met het toerisme in het achterhoofd.


Het enige dat overeind bleef is een deel van de kasbah, de oorspronkelijke stadsmuur, waar oude mannen met kamelen de wacht houden en hun hand ophouden als toeristen een foto maken. De stenen zitten onder de graffiti en achter de muur wacht een wildernis van onkruid en kapot glas, maar je hebt vanaf de muur een mooi uitzicht over de stad en de zee.


Modern, luxe, vrij, zo presenteert het Marokkaans Verkeersbureau de stad. Maar in de souk is dat plaatje even ver weg. Je kunt hier verdwalen in een wirwar aan winkeltjes met groente, fruit, aardewerk, leren tassen en kleding. Bij een paar zaakjes zitten vrouwen op de grond argannoten stuk te slaan. Het achterland van Agadir is de enige plek ter wereld waar de arganboom groeit. Uit de pitten wordt handmatig olie geperst. Volgens de verpakkingen is arganolie heilzaam voor zowat elke huidaandoening, van rimpels, psoriasis tot acne en zonverbranding. Al is die laatste claim vermoedelijk bedacht met het beeld van de roodgeschroeide strandtoeristen van Agadir in het achterhoofd.


Meer over