Afwezigheid van vader heeft gevolgen

DE AMERIKAANSE dichter en vertaler Robert Bly publiceerde in 1990 het boek De wildeman (Iron John) en wierp zich daarmee in een klap op als de nieuwe goeroe van de mannenbeweging in de Verenigde Staten....

In het nieuwe boek van Bly, De Adolescenten Maatschappij, gaat het in de eerste plaats over de moderne vaderloze maatschappij - zoals de psychoanalyticus Alexander Mitscherlich de na-oorlogse tijd karakteriseerde. Bly begon opgewekt aan dit boek te schrijven, vertelt hij in zijn nawoord, maar gaandeweg werd hij bevangen door een diepe mismoedigheid. Waar hij ook keek, nergens ontdekte hij ontwikkelingen ten goede. Wat in de jaren zestig begon met het afbreken van inperkende en knellende, overbodige en irrationele machtsverhoudingen - 'Waarom? Omdat ik het zeg' - heeft niet het paradijs tot gevolg gehad, maar rechtstreeks naar een nieuwe gevangenis geleid.

De teloorgang van het patriarchaat is uitgemond in nieuwe vormen van knechtschap. De moderne mens zucht niet meer onder de tirannie van de almachtige vader, maar onder de dictatuur van zijn gelijken - verweesde adolescenten, die weigeren volwassen te worden. Hoe is het zover gekomen?

Bly geeft een aantal verklaringen. Vanaf de jaren vijftig zijn ouders niet meer bereid hun kinderen een gedegen opvoeding te geven, waarin eisen worden gesteld. En hun kinderen zijn somber geworden, twijfelen aan zichzelf, verheerlijken de dood en luisteren het liefst naar de herrie van grunge-muziek, of ze besteden hun tijd aan zappen. Halfvolwassenen maken de dienst uit. De mensen zien er tegenwoordig jonger uit dan hun leeftijdgenoten uit de jaren twintig. Voor een deel komt dat door betere voeding en meer lichaamsbeweging, maar Bly geeft als verklaring het gestage slinken van ons vermogen volwassen te worden. En dat heeft weer te maken met de afwezigheid van vaders. Vaak zijn die daadwerkelijk vertrokken, en blijven moeders alleen achter. Vaak ook zijn vaders emotioneel afwezig, en hebben zoons daarom moeite om volwassen te worden. Ze kunnen zich dan niet meten met hun vader.

Afwezige vaders zijn een bron van eigentijdse problemen. Een ander kwaad is de alomtegenwoordigheid van die éénogige indringer, de televisie. Bly gaat ervan uit dat de kindertijd besteed behoort te worden aan spelen, aan omgang met de natuur, met planten, dieren, andere kinderen, de kosmos. In plaats daarvan zitten kinderen voor de buis, waardoor ze niets meer zelf ontdekken. De televisie, allerlei elektronische spelletjes, computers en Internet maken van kinderen zombies. Wanneer ze op school zitten, kiezen ze de makkelijkste vakken, schamen ze zich niet om andermans werk over te schrijven, en zijn ze verontwaardigd als daar iets van gezegd wordt, want iedereen doet het.

De derde door Bly gesignaleerde ramp is de voortdurende en onverhulde confrontatie met seksualiteit, waardoor voor kinderen niets meer te raden overblijft. Het feminisme heeft de zaak alleen nog maar verergerd, want mannen werden in de vrouwenstrijd gezien als de vijand. Voor jongens werd het daardoor moeilijker zich als man een positief zelfbeeld te verwerven.

Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, hebben jonge mannen het ook nog eens bijzonder moeilijk als het gaat om hun aandeel in de economie. Werkloosheid dreigt zelfs voor goedopgeleiden, en wie geen diploma's heeft, weet zich bij voorbaat uitgeschakeld.

Op het eerste gezicht lijkt Bly een grimmige cultuurcriticus, zoals elke tijd die kent. Christopher Lasch heeft in de jaren zeventig met zijn invloedrijke The Culture of Narcissism (1979) de samenleving een genadeloze spiegel voorgehouden. Philip Rieff was daarbij zijn leermeester met zijn psychoanalytisch geïnspireerde The Triumph of the Therapeutic (1966). Maar bij Bly ontbreken helaas helderheid, precisie en vooral relativering. Als maatstaf dienen in zijn boek allerhande al dan niet uit hun verband gerukte gedichten, sprookjes en legenden - Jack and the Beanstalk, en nog veel meer.

Als retorisch hulpmiddel is daar geen bezwaar tegen, maar als bewijsmateriaal schiet het tekort. Nergens lijkt Bly te beseffen dat hij niet de eerste is die van mening is dat de wereld niet deugt. Jongeren zijn daarvan in zijn visie zowel slachtoffer als dader, en voor hun ouders geldt hetzelfde. Het optreden van de Rode Gardisten tijdens de Culturele Revolutie in China in de jaren zestig en de moord op miljoenen Cambodjanen onder Pol Pot worden in een adem genoemd met het slikken van lsd - 'een symbolische moord op de ouderen'.

Het hele boek is een hutspot van beelden, voorstellingen, ideeën en invallen, zonder enige discipline. En juist dat laatste vindt Bly zo pijnlijk ontbreken in de Amerikaanse samenleving. De schrijver lijdt aan de ziekte die hijzelf diagnosticeert, en het is dan ook geen wonder dat zijn geneesmiddel er zo armoedig uitziet.

Wie zoveel ellende bij elkaar veegt en dan alleen maar vaagjes bezwerend hoopt dat nieuwe initiatieriten voor jonge mannen deze vloedgolf zullen keren, heeft alle reden aan het eind van zijn boek in zak en as te zitten. Waarom zijn boeken zo'n succes hebben is een raadsel, maar op een onaangename manier lijkt juist dat succes te pleiten voor de analyse die hij geeft: er wordt niet goed meer nagedacht door de mensen, verdoofd als zij zijn door, zoals Bly het omschrijft, de softenon van deze tijd: de televisie.

Bernard Kruithof

Robert Bly: De Adolescenten Maatschappij.

Vertaald uit het Engels door Han Meijer.

Van Holkema & Warendorf; 280 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 269 6757 8.

Meer over