Aftellen naar het Rijks (7)

Zaterdag gaat het Rijksmuseum weer open. Tot dat moment vertelt elke dag een conservator over dat ene werk waarmee hij een speciale band heeft. Aflevering 7: De kogel in de rug van Hendrik Casimir.

DOOR WIETEKE VAN ZEIL

Studeerde koloniale geschiedenis aan de universiteiten van Amsterdam en Leiden. Is sinds 2,5 jaar junior conservator geschiedenis en daarnaast sinds een jaar verbonden aan de afdeling educatie in het Rijksmuseum.

'Dit is op het eerste gezicht misschien een onaanzienlijk ding. Het heet een kolder; die draag je onder de wapenrusting. Deze was van Hendrik Casimir I. Hij was stadhouder van Friesland en stierf met deze kolder aan in juli 1640 bij Hulst. Het object zegt iets over de Tachtigjarige Oorlog, over wapenrustingen, maar vertelt ook een verhaal over de tijd die volgde op de periode dat Hendrik Casimir het in bezit had. De kolder is nogal een eigen leven gaan leiden.

'Er zit een gaatje in, bij de onderrug. Daardoor ging de kogel naar binnen waaraan Hendrik Casimir uiteindelijk stierf. De Friese stadhouders hadden niet zo'n gelukkige geschiedenis. Hendrik Casimirs vader sneuvelde bij Roermond door een Spaanse kogel in zijn hoofd. Zijn jongere broer zou later sterven omdat hij in de loop van zijn weigerende pistool keek, waarna het alsnog afging. En Hendrik Casimir kreeg dus een kogel in zijn rug. Die hebben ze nog wel eruit weten te halen, met botsplinters eraan. Maar goed, het was de tijd van vóór de antibiotica. Een week later was hij dood. De kogel hebben we ook; en een hemd vol bloed.

'In de 18de en 19de eeuw nemen de helden uit de Opstand en de Gouden Eeuw bovenmenselijke proporties aan in de beeldvorming. Michiel de Ruyter wordt een soort Superman. Hollanders kloppen zich op de borst met de daden van hun helden. Daar horen spullen bij, tastbare bewijzen die de status van de helden nog meer kunnen vergroten.

'De Friese stadhouders zijn de voorouders van de huidige koninklijke familie. Deze spullen waren voor hen een soort regalia, de bewijzen dat zij hun sporen hadden verdiend.

'Het wordt leuk als de Fransen binnenvallen en de stadhouders vluchten, in 1795. Een paar dingen wil Willem V niet in handen van de Fransen laten vallen: de dingen die met de Opstand en zijn familiegeschiedenis te maken hebben, dus hij laat ze naar het buitenland smokkelen.

'Dan gaan de Fransen weer weg en komen de spullen in het Koninklijk Kabinet, een voorloper van het Rijksmuseum. En dan zijn de mensen eigenlijk vergeten van wie die spullen waren. Met een enorm de-wens-is-de-vader-van-de-gedachtegevoel heeft de beheerder van het Kabinet ze toen aan Willem van Oranje toegeschreven.

'De 19de eeuw staat in het teken van vaderlandsgevoel, er is behoefte aan relieken van Willem van Oranje. Ze hadden deze spullen en brouwden er gewoon een verhaal omheen. Pas in 1879 was er een museumbeheerder die zich afvroeg: maar waarom droeg Willem van Oranje wapenrusting toen hij werd doodgeschoten, hij kwam toch van een lunch met zijn zus? Hij brandt het hele verhaal af en vindt de echte herkomst terug.

'De kolder vertelt dus over de manier waarop mensen lading geven aan objecten en over verzamelgeschiedenis. In de zalen met 'special collections' hebben we twee vitrines gemaakt met dit soort vaderlandse relieken. Objecten die waarde hebben omdat mensen het gevoel hadden er dicht mee bij hun helden te komen. Zoals men nu nog 5 duizend pond voor een sigaarstomp van Winston Churchill overheeft.

'Die objecten spreken niet voor zichzelf, zoals veel kunstwerken, ze worden pas leuk als je weet wat ze zijn. Van bijvoorbeeld de kist van Hugo de Groot is het zeer de vraag of dat dé kist is waarin hij vluchtte, maar deze kolder is wel zeker dé kolder van Hendrik Casimir. Al zijn de Friese stadhouders nu misschien geen helden meer, dit object geeft denk ik nog steeds een historische kick, hij brengt een veldslag uit de Tachtigjarige Oorlog heel dichtbij.'

undefined

Meer over