Aftellen naar het Rijks (3)

Zaterdag 13 april gaat het Rijksmuseum weer open. Tot dat moment vertelt elke dag een conservator over dat ene werk waarmee hij een speciale band heeft. Aflevering 3: de stoel van Gerrit Rietveld.

DOOR WIETEKE VAN ZEIL

'De stoel staat in een zaal die als thema 'machine' heeft. Toen deze Rietveldstoel voor het eerst werd gepubliceerd in het tijdschrift De Stijl in 1919, stond er een zinnetje bij van kunstenaar Theo van Doesburg, waarin hij stelde dat het ontwerp de 'stomme welsprekendheid als van een machine' had.

'De stoel is gemaakt op basis van de zaagmachine. Op de zaagtafel kun je lange, rechte latten zagen. Rietveld deed dat: allemaal latten van eenzelfde maat. De basis is simpel, een eenvoudige constructiemethode, maar de latten zijn zo ingenieus verbonden op de hoeken, dat je een heel mooie ruimtelijke constructie overhoudt. De constructie ís de stoel.

'De meeste mensen kennen de roodblauwe kleurstelling van deze stoel. Het Rijksmuseum kocht de witte, omdat die daaraan voorafging. Het bouwjaar van de roodblauwe stoel is niet bekend. Rietveld maakte het eerste exemplaar nog in blank hout, in 1919. Daarna gaf hij de stoelen kleur, eerst monochroom, later de beroemde meerkleurige. Van deze stoel weten we wanneer-ie besteld en gemaakt is: voorjaar 1923.

'Het is een stoel met geschiedenis. Bijna de hele Hollandse avantgarde heeft erop gezeten, en een goed deel van de Europese avantgardekunstenaars. Hij was van Til Brugman, een schrijfster die in avantgardekringen verzeild raakte. Ze kwamen allemaal bij haar over de vloer, in de Ligusterstraat in Den Haag, in een nieuwbouwappartement waar zij met haar vriendin Sienna Masthoff woonde. Ja, een beetje zoals Gertrude Stein. Mondriaan kende ze nog van dansles in Amsterdam.

'Theo van Doesburg ontwierp voor Brugman een gekleurde kamer in het appartement, Vilmos Huszár deed de muziekkamer voor haar vriendin, die zangeres was. Die kamer was beschilderd met rechthoekige vlakken in grijs, zwart en wit en daar stond deze witte stoel. En de bijzettafel van Rietveld, die wij ook in bruikleen hebben. Er zijn foto's van de stoel in die ruimte, met kussentjes erin, met de poes erbij, en ook dat Til Brugman er verkleed als kerstboom naast staat. De stoel vertelt óók een verhaal over een cultureel circuit in Nederland in de jaren twintig.

'Er is een briefje van Til Brugman aan Rietveld, waarin staat dat hij zich vergist moet hebben omdat ze maar één stoel had besteld, terwijl ze er twee bezorgd kreeg. Die tweede was voor kunstenaar El Lissitzky. Die was in het voorjaar van 1923 ook in Nederland, om de eerste Russische tentoonstelling in het Stedelijk Museum te bezoeken. Rietveld wist dat Brugman met Lissitzky bevriend was, dus hij dacht dat de stoel wel goed terecht zou komen.

'Brugman heeft haar stoel tot kort voor haar dood in 1958 bij zich gehouden. Ze was doodziek en straatarm en verkocht 'm aan een conservator uit het Gemeentemuseum. Hij kwam pas enkele jaren terug op de veiling.

'Ik vind de stoel vooral in wit zo mooi. De constructie is heel licht en transparant, Rietveld kleedde de leunstoel tot op het bot uit, je ziet eigenlijk het skelet van een stoel. De puurheid spreekt me erg aan. Ik ben qua persoonlijke smaak geloof ik ook wel een modernist.'

EXTRA: LUDO VAN HALEM

Studeerde kunstgeschiedenis aan de toenmailge Rijksuniversiteit Leiden.

Hij werkt sinds 2008 in het Rijksmuseum als conservator 20ste-eeuwse kunst.

undefined

Meer over