Nieuws

Afstandsmoeders en -kinderen eisen stopzetting onderzoek: ‘Alsof het om een pijntje in de speeltuin gaat’

Tussen 1956 en 1984 werden duizenden ongehuwde moeders gedwongen hun kind af te staan. Het overheidsonderzoek daarnaar ligt alweer ruim een jaar stil en heeft betrokkenen een nieuw trauma opgeleverd. Stop er maar mee, eisen ze nu.

Afstandsmoeder Will van Sebille. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Afstandsmoeder Will van Sebille.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

‘Als een kledingstuk kapot is, kun je het nog wel oplappen’, zegt Will van Sebille (72). ‘Maar het wordt nooit meer goed.’

Met dat ‘kledingstuk’ doelt Van Sebille op het onderzoek, in 2019 aangekondigd door minister Dekker (Rechtsbescherming) en uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut, naar ‘afstandsmoeders’ zoals zij, en hun - inmiddels volwassen - kinderen. Tussen 1956 en 1984 werden zeker 13 duizend ongehuwde vrouwen gedwongen hun kind af te staan. Omdat ze te jong zouden zijn om ervoor te zorgen, niet getrouwd waren, of op een andere manier de familie te schande zouden maken. Als labiel, onverantwoordelijk en zelfs als verstandelijk beperkt gingen ze de medische rapporten in, een keuze om hun kind groot te brengen kregen ze niet.

Vertrouwen weg

Twee jaar geleden werd het onderzoek aangekondigd. Het ligt nu alweer ruim een jaar stil. Stop er maar helemaal mee, drongen Will van Sebille, andere moeders en kinderen er maandag in een persoonlijk gesprek met Dekker op aan. Het vertrouwen in een eerlijke uitkomst van het onderzoek is weg.

Persoonlijke, soms nooit vertelde getuigenissen bleken verkeerd vastgelegd. Ook moest het ministerie toegeven dat de privacyregels waren geschonden: gespreksverslagen waren zonder te overleggen gedeeld met en opgeslagen door het ministerie.

Het waren andere tijden, moet Eugénie Smits van Waesberghe (56) vaak over haar geboorte horen. Ze werd in 1965 bij haar geboorte in de Bredase Moederheilkliniek ‘tussen de benen van mijn moeder vandaan getrokken’. ‘Maar ik herken in de huidige, bevoogdende, onpersoonlijke overheid nog steeds precies dezelfde mechanismen als hoe er met mijn moeder en mij is omgegaan.’

Intakegesprek

Het onderzoek heeft velen een nieuw trauma opgeleverd, zegt ze. ‘We moesten in gesprek met vertegenwoordigers van instanties die zelf verantwoordelijkheid dragen voor deze verschrikkelijke periode in onze levens: Fiom (stichting gespecialiseerd in onder meer afstammingsvragen), het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Raad voor de Kinderbescherming. Wie verzint zoiets?’

Ze vertelt over haar eigen, telefonische intakegesprek. ‘Binnen vijf minuten vroeg dat meisje me of mijn moeder psychische problemen had, of dat ik soms geboren ben uit een verkrachting. Waarom wil je dat eigenlijk weten, vroeg ik haar. Daar had ze geen antwoord op.’

Van Sebille: ‘Het contact met het ministerie ging op dezelfde toon als de landsadvocaat ons vorige week in de rechtszaak tegen de Staat vroeg: herinneren jullie het je wel goed? Alsof het niet gaat om het gedwongen afstaan van je kind, maar om een kapotte knie in de speeltuin.’

Tehuis voor ongehuwde moeders

Van Sebille beviel in 1967 op 17-jarige leeftijd van een zoon. Hoewel ze in Eindhoven woonde, gebeurde dat in een katholiek tehuis in Leiden. Haar zwangerschap had ze ook al verborgen moeten houden: aan klasgenoten vertelde ze dat ze zogenaamd een half jaar in Zwitserland ging wonen. Daar zat ze drie maanden bij familie, de rest van de zwangerschap bracht ze door in een tehuis voor ongehuwde moeders. Ze keerde na de bevalling terug in Eindhoven, zonder dat iemand van haar moederschap afwist. De hereniging met haar zoon zou 33 jaar op zich laten wachten.

Eugénie Smits van Waesberghe, kind van een afstandsmoeder. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Eugénie Smits van Waesberghe, kind van een afstandsmoeder.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Het interview doen Van Sebille en Smits van Waesberghe bewust samen. Van Sebille: ‘Want we zijn twee kanten van dezelfde medaille. Veel van de pijn en het verlies is voor ons precies hetzelfde. Ook al liet ik een kind achter en is zij als kind achtergelaten.’

Smits van Waesberghe kwam na een jaar in een instelling als baby terecht bij pleegouders. Haar biologische moeder zocht haar na 21 jaar op, maar zij is inmiddels overleden. Haar vader leeft nog steeds, ze noemt hem bij zijn voornaam. ‘Dat vinden mensen gek, maar wat moet ik dan zeggen: biologische vader? Eerste vader?’

Grove fouten en nalatigheden

Al veel langer wezen betrokkenen het ministerie van Justitie en Veiligheid op grove fouten en nalatigheden in het onderzoek. Na vragen van de Tweede Kamer stelde Dekker in november 2020 een onafhankelijke commissie in, die haar licht over de procedure liet schijnen.

De conclusies van ‘dat overheidsonderzoek naar de rol van de overheid in een overheidsonderzoek’, zoals Smits van Waesberghe het noemt, waren niet mis te verstaan. ‘Goede wil en intenties zijn niet genoeg. Het moet gaan om het internaliseren van de kernwaarden van betrouwbaarheid’, schreef de commissie. Smits van Waesberghe: ‘Dit onderzoek kan daarom geen waarheidsvinding opleveren. Terwijl dat juist zo hard nodig is voor de erkenning van deze geschiedenis.’

Vanwege de onrechtmatige verwerking van gegevens en schending van privacy vroeg advocaat Barbalique Peters deze week namens de 800 melders een voorschot op de schadeclaim van 2.000 euro per persoon. Van Sebille: ‘Geld kan nooit goedmaken wat er is gebeurd. Maar er is zo veel fout gegaan bij dit onderzoek.’

Erkenning

Van Sebille: ‘In mei 2020 lazen wij in een verslag dat wij als belangenbehartigers best wat meer vertrouwen konden hebben in het onderzoek en niet zo kritisch moesten zijn. Toen heb ik teruggemaild: wij zitten hier om kritisch te zijn. En we doen dit niet voor onszelf, maar voor een hele groep.’

Of het onderzoek inderdaad onbruikbaar is geworden en moet worden stopgezet, is aan Dekker. Het had nooit zover moeten komen, vindt Van Sebille. ‘Mijn angst is dat veel vrouwen met dit geheim hun graf ingaan. Daarom is het idee achter dit onderzoek zo belangrijk. Als erkenning dat dit niet onze individuele keuze was, maar dat er een heel systeem achter zat.’

Meer over