Afsplitsing van fractie onmogelijk maken

De afgelopen weken zijn steeds meer leden van de PVV-fractie in de Tweede Kamer in opspraak gekomen door daden uit hun verleden. Eric Lucassen is niet alleen veroordeeld vanwege een zedenmisdrijf in het leger en heeft boetes gekregen voor het intimideren van zijn buren, maar zou ook structureel wanbetaler zijn en ten onrechte een uitkering ontvangen.

Frans Weisglas

Hero Brinkman heeft als politieagent een alcoholcontrole ontdoken en zou een barman in Nieuwspoort hebben geslagen. Jhim van Bemmel is veroordeeld vanwege valsheid in geschrifte en zou nevenfuncties niet hebben aangemeld.


James Sharpe was directeur van een bedrijf dat vanwege misleiding is veroordeeld door de Hongaarse NMA en zou een collega-sporter met een spijkerschoen hebben geslagen. Marcial Hernandez ten slotte, zou een ambtenaar een kopstoot hebben gegeven.


Tekenend is de reactie van zijn advocaat dat dat niet waar kan zijn 'want als de heer Hernandez iemand een kopstoot geeft, overleeft die persoon dat waarschijnlijk niet' .


PVV- leider Geert Wilders doet dit alles nu af als een hetze van de media tegen zijn partij. Hij zal ongetwijfeld eerst op de website van de Telegraaf hebben gekeken, waar tientallen van zijn aanhangers hetzelfde zeggen. Toen diezelfde aanhangers bij de eerste kwestie Lucassen wel veel kritiek op Wilders hadden, speelde hij opeens de deemoedige politicus, met excuses en spijt. Over populisme gesproken.


Al deze affaires maken helaas duidelijk dat het niet altijd mogelijk is om de screening van kandidaat-Kamerleden volledig aan de politieke partijen over te laten, zoals thans het geval is. Een partij als de PVV blijkt daartoe niet in staat te zijn. De Kamer moet dit daarom zelf ter hand nemen.


Onder verantwoordelijkheid van de Kamervoorzitter zou het presidium of de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven het verleden van toekomstige Kamerleden moeten onderzoeken. Een verklaring van goed gedrag van de burgemeester en een antecedentenonderzoek door de AIVD moeten onderdeel van dit onderzoek zijn.


Dit gebeurt al tientallen jaren bij sollicitanten voor veel ambtelijke functies en zou ook moeten gebeuren bij toekomstige politici, die ook nog eens een openbare voorbeeldfunctie hebben. Wanneer bij een dergelijk onderzoek zaken naar voren komen waarmee de genoemde PVV'ers nu in verband worden gebracht, moet de Kamer dat Kamerlid niet toelaten.


Het is wel duidelijk dat Lucassen door Wilders in de PVV-fractie is gehandhaafd omdat hij anders als eenling in de Kamer zou zijn gebleven en de 'groep Lucassen' had gevormd. Wilders wilde daarmee niet het voortbestaan van het door hem gedoogde kabinet op het spel zetten.


Deze mogelijkheid tot afsplitsing van een fractie moet minder makkelijk worden gemaakt. Het is ongewenst dat iemand die zelf niet eens voldoende stemmen heeft gehaald om een Kamerzetel te kunnen innemen op ieder moment voor zichzelf kan doorgaan in de Kamer.


Om dit onmogelijk te maken, is een wijziging van de Grondwet nodig. Maar de Kamer kan beginnen om een 'afgesplitst' Kamerlid geen extra financiële vergoeding, spreektijd en lidmaatschap van Kamercommissies te geven. Het is merkwaardig dat thans het afsplitsen van een fractie ook nog eens wordt beloond met extra (ook financiële) faciliteiten.


Politiek zou ik trouwens de afsplitsing van een PVV-Kamerlid of dat van een van de coalitiefracties wel zeer toejuichen. Het kabinet en de PVV verliezen daarmee hun meerderheid in de Tweede Kamer. Het VVD-CDA kabinet kan dan doorgaan als een echt minderheidskabinet. Met het huidige regeerakkoord en het - al dan niet aangepaste - gedoogakkoord als basis moet het kabinet dan per onderwerp een meerderheid in de Kamer zoeken. Dat maakt een einde aan de onevenredig grote invloed van de PVV. Het zou ook het dualisme en daarmee de positie van de volksvertegenwoordiging als geheel sterk verbeteren, hetgeen een grote vooruitgang zou zijn .


Frans Weisglas

De auteur was van 2002 tot 2006 voorzitter van de Tweede Kamer. De affaires binnen de PVV hebben volgens hem laten zien dat de screening van kandidaat-Kamerleden niet aan hun partij kan worden overgelaten.


Meer over