Afscheid van de elfenwereld

Choreograaf en schrijver Rudi van Dantzig is vorige maand 75 jaar geworden. Het Nationale Ballet viert het met een hommage....

Hein Janssen

‘Ik zit er niet echt op te wachten, ik hou niet zo van feestjes. Of eigenlijk: ik hou niet zo van veel mensen om me heen. Dat heb ik mijn hele leven al: het liefst ben ik alleen. Maar Het Nationale Ballet wilde er toch iets aan doen, en uit loyaliteit met de groep heb ik ermee ingestemd.’

Choreograaf en schrijver Rudi van Dantzig is vorige maand 75 jaar geworden en dat wordt door Het Nationale Ballet, het gezelschap waarvan hij ruim twintig jaar artistiek leider was, gevierd met een hommage onder de titel Rondom Rudi van Dantzig. Samen met Ted Brandsen, de huidige directeur van de groep, heeft hij het programma samengesteld: drie balletten van eigen hand, en een van zijn grote vriend en collega Toer van Schayk. De première is vanavond in het Muziektheater in Amsterdam.

Het schoorvoetend ‘ja’ zeggen tegen een hommage betekende in elk geval dat hij weer eens veel tijd in de studio’s van Het Nationale Ballet heeft doorgebracht. De afgelopen weken was hij daar dagelijks te vinden om zijn werk met de nieuwe generatie dansers van HNB in te studeren. Ook dan zijn er veel mensen om hem heen, maar hij geniet er zichtbaar van. Hij veert voortdurend op, mengt zich tussen de massa, geeft aanwijzingen, deelt hier een daar een schouderklopje uit, en heeft het bovenal erg naar zijn zin.

Van Dantzig: ‘Hoe graag ik ook alleen ben, in de dansstudio voel ik me op mijn gemak. Het is een wereld die in zichzelf is opgesloten, zoals de danswereld dat ook is – zo eenzaam, zo uniek. De hele dag samen, of het nu de sterballerina is of een meisje van het corps de ballet. Van ’s morgens tien tot ’s avonds zes uur lessen volgen en hard repeteren. Samen werken, samen zweten, en dat allemaal heel intensief. Terwijl al die jonge mensen op voorhand weten dat het na hun dertigste afgelopen zal zijn, dat hun danscarrière hoe dan ook op zal houden. Het is een beroep dat je maar kort kunt uitoefenen, en daarna moet je maar zien wat je gaat doen. Ja, de danswereld is een soort elfenwereld, die zo maar ineens kan worden weggeblazen.’

Van de drie eigen choreografieën die worden hernomen, is Monument voor een gestorven jongen uit 1965 hem het liefst. Een expressief dansstuk over de twijfels die een jongeling kan overvallen bij het maken van gewaagde keuzes, en hoe de omgeving daarop reageert. Een van de nieuwe dansers, een Rus, wilde aanvankelijk de hoofdrol niet dansen, omdat het ook over homoseksualiteit gaat.

‘Toen Sacha liet weten niet aan Monument mee te doen, was mijn eerste reactie: o god, laat maar, ik heb geen zin meer om het allemaal nog een keer uit te leggen. Graag of niet. Ik schrok er ook van, omdat het kennelijk nog steeds zo gevoelig ligt. Maar we hebben er uiteindelijk samen goed over gepraat en hadden aan het eind van dat gesprek allebei tranen in de ogen. En nu danst hij.’

Of zijn werk zal overleven, eeuwigheidswaarde heeft, interesseert hem eigenlijk niet zo. Trots? Niet een woord dat meteen bij hem opkomt. In de studio heeft hij tot zijn genoegen ervaren dat de jonge dansers van nu zijn werk goed weten op te pakken, dat het stand heeft gehouden.

‘Zo’n ballet als Vier letzte Lieder, dat blijft misschien, en misschien nog een paar andere stukken. Ik ben in ieder geval blij dat ik het gemaakt heb. Hans van Manen, die blijft, ja, Hans blijft. Omdat zijn werk zo helder is, en daardoor betrekkelijk eenvoudig en correct is in te studeren. Veel beter dan mijn werk, waar ik toch echt zelf bij moet zijn om de intenties op de dansers over te brengen. Als dat niet met de juiste inzet en geest wordt ingestudeerd, blijft er weinig van over.’

Opmerkelijk op voorhand is het affiche van Rondom Rudi van Dantzig. Een foto in zwart-wit en grijs, met een gespierde, naakte man die wegrent uit een soort tunnel, en aan weerskanten wachtende mannen. De man op de foto blijkt Gertjan Evenhuis te zijn, al vele jaren Van Dantzigs partner, fotograaf en beeldend kunstenaar die in Vlissingen woont en werkt. ‘Ik zag die foto en wist meteen: dat moet het affiche worden. Men wilde eerst het portret van een oudere danser met een jonge danser naast hem, maar dat wilde ik niet. Dit is een veel sterker beeld dan die suikerzoete plaatjes die tegenwoordig op de affiches staan. Die inspanning die eruit spreekt, alles doen om een doel te bereiken, wat de een wel lukt en de ander niet, een groepje dat zit uit te rusten. Dat laat deze foto allemaal zien, en voor mij is dat de kern van de danswereld.’

Rudi van Dantzig is twee jaar geleden verhuisd van Amsterdam-Zuid naar een appartement in Oud-West. Daar woont hij alleen, zijn vrienden Gertjan Evenhuis en Toer van Schayk wonen elders. Ze zien elkaar soms tijden niet, maar bellen wel elke dag.

Van Dantzig is de afgelopen jaren veel op reis geweest om zijn balletten bij allerlei gezelschappen in te studeren. Canada, Amerika, Japan, China, Zuid-Afrika. Hard werken, ook als remedie tegen stilzitten en somber worden. Acht jaar geleden werd bij hem borst- en lymfklierkanker geconstateerd. Na een serie uitputtende chemokuren lijkt de ziekte nu onder controle. Maar vlak voor de zomer verscheen er ineens een berichtje in de krant dat Van Dantzig wegens zijn gezondheidstoestand met al zijn werkzaamheden zou stoppen – het bericht van een aangekondigde dood.

‘De NRC had dat overgenomen uit een interview in het blad van de Vrienden van Het Nationale Ballet. Ik was op dat moment heel down en moe, en had het gevoel dat alles een aflopende zaak was. Dat heb ik toen kennelijk gezegd, en dat heeft die man opgeschreven. Maar wat is dat nou voor nieuws? Het zou misschien nieuws kunnen zijn als ik was overleden.

‘Ik had toen een grote inzinking, vooral omdat al die chemokuren me een behoorlijke knauw hebben gegeven. Ik worstelde ook met de beslissing al dan niet met het zware danswerk te stoppen en me volledig op het schrijven te richten. Ik ben bezig aan een boek over Sonia Gaskell, de grondlegster van Het Nationale Ballet, en dat kost me ontzettend veel tijd en energie. Al met al was het een zeer uitputtende periode, die mij behoorlijk heeft gedeprimeerd. Ik dacht niet echt dat ik dood zou gaan, maar wel dat ik geestdood zou worden. Nu ben ik door die inzinking heen, de beslissing is genomen.’

En die beslissing luidt: Van Dantzig stopt met de danskunst. Misschien dat hij hier en daar bij een geliefd gezelschap nog een ballet zal instuderen, maar het is over met al dat reizen. Thuis zitten en schrijven, dat is zijn toekomst, en dat geeft rust en overzicht. Het was geen makkelijke beslissing, maar ouder worden is sowieso niet makkelijk. Wat hem de laatste tijd vooral stoort, is zijn vergeetachtigheid, dat zijn geheugen hem af en toe in de steek laat. Soms weet hij niet meer of hij dat ene boek nou wel of niet gelezen heeft. Laatst kreeg hij Man zonder eigenschappen van Robert Musil cadeau, een dikke pil, waar hij niet meer aan begint. Nee, dan liever de kale, klare taal van Elsschot.

Wat blijft, is zijn engagement, zijn verbazing en ook woede over het onrecht in de wereld. Daarover heeft hij balletten gemaakt met titels als Aartsengelen slachten den hemel rood, Onder mijne voeten en Want wij weten niet wat wij doen. Maar daarover getuigt hij ook persoonlijk, soms op het provocerende af. Ooit was hij in Zuid-Amerika te gast op een receptie; binnen was er eten en drank in overvloed, buiten bij het hek stonden hongerige mensen. Hij is toen tegen het protocol in met een schaal met hapjes naar die mensen buiten toegegaan. Velen bewonderen hem daarom, sommigen vinden het koket en aanstellerig – ‘komt Rudi weer aan met zijn zielige, arme mensen’.

‘Dat zal best, maar die arme, hongerige mensen zijn er nog steeds, in dat opzicht is er niets veranderd. Ik erger me kapot aan al die rijkdom, zeker ook in Nederland, waar nog steeds mensen zijn die hun eten bij de voedselbank moeten halen. Dat is toch krankzinnig? Een jaar of drie geleden heb ik een maand in China gewerkt en bij het afscheid kreeg ik een etentje aangeboden in een volkscafé. De groep heeft toen voor mij gezongen en ik moest voor hen een Nederlands lied zingen. Toen heb ik de Internationale maar gezongen, dat was het enige dat in me opkwam. En iedereen zong mee.’

Hij vindt overigens dat hij veel te weinig doet aan de misstanden in de wereld, behalve zijn mening geven. Dus daarom doet hij het maar in zijn werk. Zo heeft hij in het verleden twee grote klassieke balletten – Romeo en Julia en Het Zwanenmeer – in een eigenzinnige bewerking van hun romantiek en suikerzoete sprookjesimago ontdaan.

‘Die balletten behoren natuurlijk niet voor niets tot het klassieke repertoire, met al die mooie muziek, prachtige kostuums en schitterende decors. Fraaie bonbondozen zijn het, maar ik heb er sociale drama’s van gemaakt. Ik heb de tegenstelling tussen arm en rijk aangezet, en de prins in Het Zwanenmeer die het land van zijn moeder erft, gaat zich bij mij echt voor zijn volk interesseren. Zijn oude leraar is intrigant en homo, en de zwarte zwaan staat bij mij voor de consumptiemaatschappij. Maar ik prent dat de toeschouwers niet in, je moet echt wel doordenken en goed het programmaboekje lezen, wil je dat allemaal mee naar huis nemen.’

Als choreograaf heeft hij meer dan vijftig balletten gemaakt, als artistiek leider is hij van groot belang geweest voor de danskunst in Nederland. Niet alleen voor Het Nationale Ballet, maar ook voor een hele generatie dansers die daar is begonnen en zich heeft ontwikkeld. In het programmaboekje van Rondom Rudi van Dantzig dat vanavond wordt gepresenteerd, zegt Ted Brandsen: ‘Zijn leven staat in het teken van de dans – zonder hem zou de dans in ons land een ander gezicht hebben. Zijn naam zal voor altijd verbonden blijven aan Het Nationale Ballet, het gezelschap dat hij tot wereldfaam heeft gebracht.’ En Rachel Beaujean, voormalig prima ballerina van HNB, schrijft: ‘Hij is lastig, eigenwijs, hij sleurt aan dansers met een plan, en blijft ondanks alles dicht bij zijn gevoel. Zijn werk leeft! Zijn werk ontroert me.’

Van Dantzig: ‘Ik ben blij dat Sonia Gaskell mij, toen ik dacht dat ik nooit iets in de dans zou kunnen bereiken, toch die duw in de rug heeft gegeven. Dat zij mij heeft geïnspireerd en hongerig gemaakt, en dat het uiteindelijk gelukt is. Dat stemt mij gelukkig ja, dat ik toch nog zo lang in dit vak heb kunnen rondlopen.’

En nu dus het schrijven. Met zijn roman Voor een verloren soldaat vestigde Van Dantzig in 1986 meteen zijn naam als literair auteur. Later volgden de verhalenbundel Afgrond en biografische boeken over Rudolf Noerejev en Willem Arondéus. Zijn biografie over Sonia Gaskell verschijnt begin volgend jaar. ‘Daarna wil ik een verhaal schrijven over Arthur Rimbaud en Vincent van Gogh die als zestienjarige jongens tegelijk in Londen waren. Ze zijn een jaar na elkaar geboren en een jaar na elkaar gestorven, dat is toch wonderlijk. In mijn verhaal laat ik ze elkaar ontmoeten, en daaruit ontstaat dan een vreemde, wrede verhouding. Ja, fantasie natuurlijk – wat er met hen daar allemaal gebeurt, valt geheel onder mijn verantwoordelijkheid.’

Maar eerst vanavond Rondom Rudi van Dantzig – een hommage. ‘Ik kijk niet uit naar het gedoe eromheen, want dan moet ik ook weer nadenken over wat ik in godsnaam aan moet trekken. Maar ik vind het fijn dat er een balletavond is, dat er vanavond gedanst wordt. En er zullen vrienden en bekenden in de zaal zitten, onder wie het meisje met wie ik op de hbs mijn eerste choreografie heb gemaakt. Ik was toen 15, 16 jaar en had geen idee wat dat was, een choreografie, maar ik wilde dansen, dus die dans moest worden gemaakt. Zij woont nu al heel lang in Italië, maar het contact is gebleven. Vanavond zal ze erbij zijn, mijn eerste dansmeisje.’

Meer over