Afrikaanse voetbal is toe aan een oppepper

Op het laatste WK voor het eerste WK in Afrika (Zuid-Afrika 2010) dreigen vooral de landen bezuiden de Sahara ten onder te gaan....

Van onze verslaggever Willem Vissers

Wat er in de afgelopen week allemaal is gebeurd in het trainingskamp van Togo – spelersstakingen, een weglopende en weer terugkerende bondscoach, een met ijzeren hand regerende bondsvoorzitter – Europeanen schrijven er sappige verhalen over, maar het heeft niets te maken met de glorie van een WK.

Tunesië, dat meer Zuid-Europa is dan donker Afrika, speelde gelijk in de eerste ronde maar Ivoorkust en Ghana verloren ondanks goed spel van Argentinië en Italië, Angola van Portugal en Togo van Zuid-Korea.

Nog is niet alles verloren, maar het Afrikaanse voetbal heeft een oppepper nodig. Ivoorkust, het beste Afrikaanse land in Duitsland, móet vandaag van Nederland winnen om de trots te kietelen. Bondscoach Michel kondigde efficiënter spel aan dan tegen de Argentijnen te zien was.

Om vijf startbewijzen voor het WK heeft Afrika jarenlang gestreden, een lobby die werd ingezet toen Kameroen in 1990 de wereld verbaasde met een plaats in de kwartfinales. Sindsdien is de opmars gestagneerd.

Soms vraag je je af: waarom heeft Ivoorkust zo’n vreselijke doelman, die misschien veel kan behalve keepen? Waarom scoren de donkere landen zo moeilijk, ondanks hun reputatie van aanvalskracht en frivoliteit? Waarom verliezen ze als ze beter zijn?

Een zijstapje: de Derde Kamer, een schaduwparlement dat aandacht vraagt voor ontwikkelingssamenwerking, stelde deze week dat Nederland met 8-0 wint van Ivoorkust. Dat gebeurde door de zogenoemde millenniumdoelstellingen als uitgangspunt te nemen. Daarin zijn de voornemens van de VN om de armoede te beperken in criteria samengevat.

Dan blijkt logischerwijs dat Nederland op tal van zaken veel beter scoort dan Ivoorkust, bijvoorbeeld als het gaat om extreme armoede, basisonderwijs voor kinderen, sterftecijfer onder pasgeborenen en gebrek aan schoon drinkwater.

Op het oog heeft dat niet zo veel met voetbal te maken. De mare gaat immers dat talent wordt geboren op straat en zich juist ontwikkelt in armoede. Zorgwekkend is dat de vaak gebrekkige organisatie van het voetbal in Afrika voorkomt dat de kloof met Europa kleiner wordt. Techniek en atletisch vermogen hebben moeite te wedijveren met de Europese organisatiegraad op tal van gebieden in de sport.

Afrikaanse talenten hebben één droom: vertrekken naar Europa, naar het voetbalparadijs. Zo voetballen alle Ivoriaanse internationals in Europa. Op de derde doelman na geldt hetzelfde voor Togo, maar een aantal Togolezen speelt in lagere divisies van Frankrijk of Duitsland. Ze zijn daardoor niet competitief genoeg om op WK-niveau te kunnen meedoen. Slechts een doelman en drie verdedigers van Ghana spelen in de topliga.

Jonge Afrikanen besluiten soms als international uit te komen voor het land waarnaar ze zijn geëmigreerd. Vieira, nog steeds de motor op het Franse middenveld, is geboren in Senegal, oud-wereldkampioen Desailly kwam uit Ghana.

De pogingen van Salomon Kalou om een Nederlands paspoort te verwerven, waren mede ingegeven door de problemen in zijn vaderland. Het is niet gewaagd te veronderstellen dat in de toekomst een verdere uittocht van talent plaatsvindt, zelfs naar nationale ploegen van adoptielanden.

Pas nu Kalou geen paspoort krijgt, overweegt hij zich aan te sluiten bij de Olifanten. Zo hebben de millenniumdoelstellingen invloed op het interlandvoetbal.

In Ivoorkust woedt een burgeroorlog. Stemmen van hooggeplaatsten in het land opperden een paar maanden geleden zelfs niet aan het WK mee te doen als de problemen niet waren opgelost. Angola heeft nog jaren nodig om te herstellen van een burgeroorlog, die 27 jaar duurde en die het qua grondstoffen rijke land ruïneerde.

Togo is een landje dat al jaren wordt geregeerd door Fauré Gnassingbe, wiens familielid Rock voorzitter van de voetbalbond is. Beiden zijn weinig gesteld op inspraak. Ghana mag met enige goede wil een democratie naar Europees model worden genoemd.

Het is misschien jammer dat Senegal en Nigeria voor het WK werden uitgeschakeld door de kwalitatief mindere landen Togo en Angola. De Afrikaanse toppers in Europa willen nog wel eens een moeilijke kwalificatiewedstrijd in Afrika overslaan, als ze dat zo uitkomt en hun clubs het vragen.

Kameroen was in 1990 de tropische verrassing van het WK met een plaats in de kwartfinales. Nigeria liet zich in 1994 verrassen door Italië, nadat die ploeg bijna was uitgeschakeld in de achtste finales. Bij het laatste WK evenaarde Senegal kwartfinalist Kameroen.

Ivoorkust was in bepaalde fasen beter dan Argentinië, maar de Zuid-Amerikanen waren effectiever. ‘Ivoorkust kwam op een lullige manier achter’, zei Van Basten, die onder de indruk was het Afrikaanse spel in de eerste helft.

Mocht Afrika falen in Duitsland, dan moet dé doorbraak maar plaatsvinden in 2010, als Zuid-Afrika gastheer is van het WK.

Meer over