Afrika brengt Jezus terug

Zoals pater Frans Mulders in de jaren zestig het geloof naar Ghana bracht, zo verspreidt missionaris Tsagli Livingstone het evangelie nu in Nederland. De cirkel is rond.

'May you be blessed as you worship with us.' Frans Mulders leest de welkomsttekst op de muur hardop en knikt bedachtzaam. Terwijl hij de trap opgaat naar de 'Resurrection Power and Living Bread Ministries'-kerk, in Amsterdam Zuidoost, gaat boven een gezoem op. 'Gebed', mompelt Mulders, een man op leeftijd. Zijn g is zacht.

Binnen staat een groep mannen en vrouwen in een kring. Ze prevelen, schuifelen rond, roepen naar boven, wijzen omhoog. Kofi Tsagli Livingstone maakt zich los uit het gezelschap en geleidt ons naar zijn kantoor. Even wisselen de twee in het Engels wat beleefdheden uit, dan beginnen ze hartelijk te ratelen in een andere taal. 'Ewe', verduidelijkt Livingstone met pretogen. 'Meneer spreekt de taal van mijn geboortestreek!'

Frans Mulders werkte veertig jaar als missionaris in Ghana, onder meer in de zuidoostelijke Voltaregio. Kofi Tsagli Livingstone werd in die regio geboren, leerde als kind van Jezus houden op een missieschool en is nu missionaris in Nederland.

Mulders komt uit een katholiek gezin, zijn vader was klompenmaker. Van de zes kinderen moest minstens een zoon priester worden. Het werd Frans. Niet de vroomste thuis, wel de nieuwsgierigste. Hij las boeken over Afrika en maakte zich levendige voorstellingen van hoe het daar moest zijn. Op zijn dertiende ging hij naar de missionarisopleiding in Limburg. In 1964 werd hij naar Ghana gezonden, naar de Voltaregio in het zuidoosten. Het was er heet, er hing een visgeur in de dorpen en iedereen was altijd buiten. Frans was een bevoorrecht man, hij mocht het woord van God verspreiden.

Livingstones school werd gesticht door paters uit West-Europa. Als jongeman geloofde hij zijn oren niet toen hem op de priesteropleiding werd verteld dat datzelfde West-Europa niet meer in God geloofde. In 2006 stuurde zijn kerk hem naar Europa om het evangelie terug te brengen. Zijn vrienden van de priesteropleiding vestigden zich in Duitsland en Italië, hij streek neer in Amsterdam Zuidoost. Livingstone herinnert zich een bezoek aan een dienst in Rotterdam, kort na zijn komst. 'Het was een enorm auditorium, een prachtige ruimte. Weet je hoeveel mensen er zaten? Vijftien. Vijftien! Ongelofelijk.' In Utrecht bezocht hij een van de oudste katholieke kerken van Nederland. 'Zulke prachtige attributen hadden ze daar. Oude bijbels, glimmende kazuifels, een klassieke miskelk. Ik werd er stil van. Wat een traditie! Waarom omarmen jullie dit alles niet meer, zoals jullie voorouders?'

undefined

Vuilnisbelt

Dat was ooit wel anders. Ten tijde van zijn verhuizing naar Ghana, zegt Mulders, waren de kerken in Nederland vol. 'Op een gewone zondag werden in een kerk drie, vier diensten gehouden, er kwamen ook steeds nieuwe gebouwen bij.' In de vroege jaren zestig vonden er binnen de katholieke kerk grote veranderingen plaats. Het was de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie. Paus Johannes XXIII predikte aggiornamento, modernisering, een open blik waar het andere vormen van geloofsbeleving betrof. Die boodschap had zijn weerslag op het karakter van de missie. Mulders: 'In tegenstelling tot eerdere generaties missionarissen keken wij niet neer op traditionele godsdiensten. We spraken niet meer van wilden of heidenen, maar zochten juist de dialoog met andersdenkenden.'

In Ghana mengde Mulders zich tussen de lokale bevolking. Hij trok langs dorpen, preekte, bleef bij de mensen slapen en leerde hun taal. 'Mijn collega's en ik wilden vooral dingen dóén, onze boodschap vertalen naar de praktijk en de handen uit de mouwen steken. We gingen niet meer met een kruis in de hand naar de markt, maar hielpen waterputten, scholen en ziekenhuizen bouwen.'

Presence is more important than preaching, zegt Mulders langzaam. 'Toen en nu gaat het erom hoe je je als missionaris in de maatschappij profileert. Ik herinner me dat ik in Aflao was, een stadje in de Voltaregio. We kwamen met wat paters een nieuw kerkgebouw bezichtigen, alles glom en stond strak in de verf. Toen ik uit het raam keek, zag ik een jochie op een enorme vuilnishoop rondscharrelen, hij speelde met gevaarlijk afval, pakte allerlei viezigheid beet. Ik dacht: dat is het dus, het raam van de kerk moet openstaan. We zitten ons binnen aan pracht en praal te vergapen, maar moeten op die vuilnisbelt staan!'

Livingstone knikt instemmend. 'De aanwezigheid van mensen als mister Mulders was een zegen voor mijn dorp. Mijn ouders stuurden me naar een missieschool omdat ik dat zo graag wilde. Veel ouderen binnen mijn familie waren ertegen. Ik leerde Engels, las bijbelverhalen en raakte vervuld van liefde voor Jezus. Elke dag wilde ik niets liever dan de Bijbel bestuderen. Op die school werd het zaadje geplant. Zonder de missionarissen uit Europa had ik hier niet gezeten.'

undefined

Groot festijn

Ruim veertig jaar nadat Mulders zich als brenger van het christelijk evangelie in Ghana had gevestigd, maakte Livingstone als 'missionair pastor' de oversteek naar Nederland. Impliceert zo'n ontwikkeling dat de missie van de paters uit de jaren zestig is volbracht? Mulders lacht en vertelt over zijn recentste bezoek aan de Ghanese hoofdstad Accra, nu drie maanden geleden. 'Ik was uitgenodigd voor de viering van 120 jaar katholieke kerk in Ghana. Als je zag wat een festijn dat was, al die mensen die er waren... Zo veel, zo groot! Er werd gezongen en gedanst, ik heb zelden zo veel enthousiaste mensen bij elkaar gezien. De kerk staat in Ghana en grote delen van Afrika zó sterk. In een kerk die ik tijdens mijn missietijd heb helpen bouwen, zitten elke zondag twee keer achthonderd mensen, 's ochtends en 's middags. In een Nederlandse kerk zijn ze blij als er een keer honderd man komt opdagen.'

undefined

Vluchtgarage

Dat ligt er maar aan wat je een Nederlandse kerk noemt. Als voorganger in de Resurrection Power and Living Bread Ministries-kerk trekt Livingstone wel degelijk volle zalen. Zijn kerk, een voormalige garage, is een van ongeveer 120 migrantenkerken in Amsterdam Zuidoost. Zondags worden er twee, soms drie diensten gehouden. Een band verzorgt livemuziek, er wordt gezongen, gedanst en geklapt.

Maar het is vooral de Ghanese gemeenschap die komt. De pastor preekt in het Engels, gebeden en gezongen wordt er voornamelijk in het Twi, een taal die door ruim de helft van de Ghanese bevolking wordt gesproken. Het aantal autochtone Nederlanders dat regelmatig een dienst bezoekt is op een hand te tellen. Desondanks is Livingstone ervan overtuigd dat migrantenkerken als de zijne een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de herkerstening van Nederland. 'God is dit land nog niet vergeten, gesticht als het is op de Bijbel. Hij beweegt met de migranten mee, snap je? Wij kregen het evangelie van mensen als mister Mulders, nu proberen we het op onze manier hier terug te brengen.' Binnen zijn kerk is een belangrijke rol weggelegd voor jongeren. Zij zijn degenen die op markten en in winkelcentra met leeftijdgenoten in gesprek proberen te gaan over het geloof.

De missionaris belichaamt waar het christendom echt voor staat, menen Mulders en Livingstone. Je moet elkaar ontmoeten, niet denken in geografische, sociale of culturele grenzen. Christen ben je in de eerste plaats buiten de kerk. Mulders: 'Als ik naar de katholieke kerk als geheel kijk, kan ik maar één ding constateren: ze zijn te veel met zichzelf bezig, hebben de blik niet meer naar buiten gericht maar zijn naar binnen gekeerd. Juist die obsessie met de kerk als gebouw, als instituut met al z'n tierelantijnen en hiërarchische systemen, is de reden dat er 's zondags steeds minder mensen komen. Het gaat erom dat je als christenen samenkomt, of dat nu in een reguliere kerk is of in een huiskamer of garagebox.'

Die ochtend was Mulders in een gekraakte garage in Zuidoost waarin zo'n tachtig uitgeprocedeerde asielzoekers verblijven, de Vluchtgarage. Hij zag er hartverwarmende dingen. 'Buurtbewoners kwamen op bezoek en hadden dozen vol spullen bij zich. Eten, kleding, van alles. Ze gingen met die asielzoekers op de grond zitten, luisterden naar hun verhalen, toonden respect voor culturele verschillen, lachten samen. Bekommer je om mensen die naar de buitenkant van de gemeenschap worden gedreven, of ze nu in Afrika wonen of hier in Nederland. Dat is waar het om draait, dat is de christelijke gedachte. Zolang die blijft bestaan, maakt het niets uit dat de kerk als instituut afbrokkelt.'

Het christendom mag in Nederland dan niet meer zo sterk staan als in de vroege jaren zestig, als het ergens fier overeind blijft, is het wel in Zuidoost. Livingstone: 'God gebruikt de migrantenkerken om Zijn boodschap levend te houden. Het zou prachtig zijn als er meer autochtone Nederlanders naar mijn diensten kwamen, om eens te zien hoe het geloof in hun land óók kan worden beleefd.' Mulders knikt. 'Nederland is een multiculturele samenleving, het wordt nooit meer zoals vroeger. Alleen al in de Bijlmer zijn er 150 nationaliteiten, het is logisch dat het christendom ook kleurrijker wordt. De Nederlandse katholieke kerk heeft prachtige tradities, maar kan absoluut wat leren van charismatische voorgangers als Tsagli.'

undefined

missie

'WEESGEGROETJES ZIJN NIET MEER RELEVANT'

De boodschap van Jezus wordt niet oud, de kerk van Rome wel', zegt Liesbeth Glas. Ze is coördinator van Stap Verder, een diaconaal centrum in Amsterdam Zuidoost dat hulp biedt aan immigranten zonder geldige papieren of vaste verblijfplaats. Voor ze neerstreek in 'het epicentrum van het migrantenchristendom' werkte Glas namens de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën (SMA) negen jaar als missionaris in Liberia. De in 1856 opgerichte SMA houdt zich bezig met het werven, klaarstomen en uitzenden van missionarissen. 'Het traditionele beeld van de missionaris is dat van een man met een baard en een bijbel in de hand', zegt Glas. 'Zo is het allang niet meer.' De kerk hoeft in Afrika niet meer geplant te worden, een missionaris is nu hoofdzakelijk een ontwikkelingswerker. 'Hij mengt zich tussen de mensen, leeft met hen samen. Niet als een ngo-medewerker die met een royaal budget even een project komt runnen, maar als een local met oog voor de onzichtbaren in de maatschappij: vluchtelingen, straatkinderen, zieken.' Geloven is dóén, onderschrijft Glas de mening van Mulders. 'Wij zijn als katholieke missiestichting allang niet meer bezig met de vraag of en wanneer we een weesgegroetje moeten zeggen. Dat is totaal niet meer relevant.' Is de missie van oudgedienden als Mulders volbracht nu Afrikanen het evangelie komen terugbrengen naar Europa? 'Ja!', lacht Glas, om direct daarna te nuanceren: 'De missie is in elk geval veranderd. Waar missionarissen vroeger naar Afrika gingen om de lokale bevolking in positieve zin de les te lezen, gaan ze nu vooral om zélf iets te leren. De passie waarmee het geloof daar wordt beleefd, bijvoorbeeld.'

undefined

ziekten

GHANA, 'HET GRAF DER MISSIONARISSEN'

Al in de loop van de 19de eeuw begonnen landen als Frankrijk, België en Duitsland met het uitzenden van missionarissen naar Afrika. In Nederland kwam de katholieke missie na de Eerste Wereldoorlog serieus van de grond. Tijdens de ambtsperiode van paus Benedictus XV (1914-1922), bekend geworden als 'de missiepaus', werden uit heel West-Europa gelovigen opgetrommeld om in Afrika en Azië de katholieke kerk te stichten.

In de loop van de jaren dertig vestigden diverse missiegenootschappen, waaronder de SMA, zich in Ghana, dat toen nog de Goudkust werd genoemd. Het gebied stond te boek als 'het graf der missionarissen': ongeveer 10 procent van de uit Europa overgekomen missionarissen stierf binnen twee jaar, veelal aan tropische ziekten.

undefined

Meer over