Afleidingen van afleidingen van afleidingen bij Boulez

Doorgewinterde Pierre Boulezkenners zullen zaterdag in het Concertgebouw zijn bekropen door een déjà-vu. Op het programma stond de 'wereldpremière' van het ensemblestuk Dérive 2....

Roland de Beer

Niettemin: nóg doorgewinterder Boulezkenners weten dat een stuk van Boulez nooit af is. Wat er ook op papier staat, er zit in principe altijd iets anders aan vast dat wacht op nadere uitwerking, op nieuwe réalisation.

Wat de 76-jarige Boulez zo monter ten doop hield in de Matinee, met elf musici van zijn Ensemble Intercontemporain, was dan ook een Dérive 2 'in de versie 2001'.

Het bleek een uitbreiding van de 'versie 1988', die weer een afgeleide is van het kleiner bezette Dérive 1, een compositie uit 1984 die op zijn beurt een afgeleide is van het oudere, voor zeven cellisten gecomponeerde Messagesquisse uit 1977.

Voor de volledigheid, dát stuk is weer ontkiemd uit zes noten, die Boulez bij wijze van eerbetoon een keer ontleende aan de letters van de naam Sacher. Waarmee hij niet de uitvinder van de Weense chocoladetaart op het oog had, maar de Zwitserse muziekmecenas en manuscriptenverzamelaar Paul Sacher. Eigenaar (onder meer) van de tot nu toe voltooide delen van het in 1980 begonnen orkestwerk Notations, dat een uitwerking is van de Notations (1945) voor piano. Enzovoort.

Zo zetten drie strijkers, vijf blazers, een piano, een harp, vibrafoon en marimba zaterdag iets in klank om dat op een of andere manier dus al 24 jaar in de lucht hangt. Even lang als Stockhausen al bezig is met een cyclus van zeven opera's op basis van één luttele Formel, maar dan met andere pretenties.

Wat Boulez precies wil, laat zich moeilijk raden. Maar sierlijk is het wel, het spel van vluchtige frasen en motieven, van zich immer vertakkende melodische lijnen in voortdurend wisselende tempi, waarbij uit elke muzikale druppel weer een nieuwe nevel kan ontstaan, waarin het licht in vele kleuren weerkaatst.

Het beweeglijke Dérive 2 heeft een ander uiterlijk dan het korte Dérive 1 dat er zaterdag aan voorafging, en dat meer een spel is van beweging en stilstand. Maar het heeft, ongeduldiger gezegd, ook iets van een muzikaal worteltrekken, waarbij de toondichter zich eindeloos vermoeit met cijfers achter de komma, en het belangrijkste al lang is gezegd. In die zin had de première ook iets van een déjà-entendu, en de vraag is of Boulez er eigenlijk nog veel aan toe te voegen heeft.

Opmerkelijk, dat de dirigent Boulez deze muziek overwegend gewoon in vieren en drieën slaat, een optische strakheid waar zijn ensemble zich met verfijning aan onttrekt. Even soepel waren de uitvoeringen van Debussy's Danse sacrée, Danse profane, en Schönbergs Pierrot Lunaire. Met als zing-zegster de 61-jarige, niet meer zo krachtige maar kennelijk immer jeugdige sopraan Anja Silja.

Meer over