Afghanistan-veteranen voeren hun jihad wereldwijd

Ruim twaalfduizend buitenlandse moslims togen in de jaren tachtig naar Afghanistan voor de - deels door de CIA betaalde - jihad tegen de Sovjets....

D E OORLOG in Afghanistan, midden jaren tachtig. Twee Turkse mujahedin-strijders liggen met hun Afghaanse commandant tussen de struiken op een heuvel. Beneden zien ze Russische soldaten bij een kapotte truck. De Turken willen de vijand meteen afmaken. De commandant verbiedt dat, want de Afghanen en de Russen hebben het hier op een akkoordje gegooid: leven en laten leven. Met een mengeling van woede en onbegrip laten de Turken hun machinegeweren zakken.

'De vrijwilligers waren veel oorlogszuchtiger en ideologischer dan de Afghanen', sluit de Franse onderzoeker Olivier Roy de anekdote af. Het was een van de vele voorvallen waarvan hij getuige was tijdens zijn verblijf in Afghanistan, dat goeddeels samenviel met de militaire inmenging van de Sovjet-Unie (1979-'89).

De Turken behoorden tot het legioen buitenlandse vrijwilligers die zich vanaf midden jaren tachtig meldden bij de Afghaanse mujahedin om de communisten te bestrijden. Hun door religie en moslimsolidariteit gevoede fanatisme was angstaanjagend. 'Ze kwamen puur om de jihad te voeren. Duizenden zijn gesneuveld', zegt Roy.

Het totaal aantal buitenlanders in de Afghaanse jihad wordt geschat op ruim twaalfduizend. Ongeveer de helft van hen, onder wie 'superterrorist' Osama bin Laden, vocht daadwerkelijk mee met Afghaanse krijgsheren als Hekmatyar, Sayyaf en Massoud. De rest kreeg militaire en religieuze training in kampen in Afghanistan en Pakistan en werkte daarna voor hulporganisaties.

Het gros der vrijwilligers kwam uit Saudi-Arabië, Jemen, Egypte en Algerije. Volgens The Washington Post waren zeker vijftig nationaliteiten betrokken. Roy heeft zelfs zwarte moslims uit de VS gezien. 'De meeste vrijwilligers die ik ontmoette, waren goed opgeleid. Zo zaten de twee Turken in de laatste klas van de middelbare school. Hun families behoorden tot de middenklasse.'

Roy heeft Bin Laden nooit ontmoet, wel diens grote voorbeeld, de Palestijnse sjeik Abdullah Azzam, een van de eersten die uit solidariteit met hun moslimbroeders naar Afghanistan kwamen. 'Een aardige man', zegt Roy over de sjeik die in 1989 bij een aanslag om het leven kwam.

Azzam, voormalig docent sharia aan de universiteit van Amman, had één adagium: 'Slechts de jihad en het geweer; geen onderhandelingen, geen conferenties en geen dialogen.' Hij promoveerde de Afghaanse strijd tot een islamistische Internationale en ontpopte zich als de motor achter de recrutering van het vreemdelingenlegioen.

De centrale plaats van handeling was de Pakistaanse grensstad Peshawar. Daar, tussen de smokkelaars, drugs- en wapenhandelaars, zette Azzam zijn Mujahedin Services Bureau op, een doorgangshuis voor de duizenden vrijwilligers die dankzij het werk van de internationale Moslim Broederschap via Pakistan Afghanistan werden binnengeloodst.

Een netwerk van moslimorganisaties was in stelling gebracht, in Mekka, Caïro en Algiers, maar ook in Londen (Human Relief International) en op Atlantic Avenue in het New-Yorkse Brooklyn. Daar stond het Alkifah Refugee Center, waar het een komen en gaan was van Afghaanse vrijwilligers. Jaren later, in 1993, bleek dat de daders van de bomaanslag op het World Trade Center in New York Afghanistan-veteranen waren met nauwe banden met het Alkifah Refugee Center.

De VS erkennen dat zij een enorme blunder hebben begaan door de moslimstrijders in Afghanistan onbelemmerd hun gang te laten gaan. 'Je kunt geen miljarden dollars in een anti-communistische jihad pompen, deelname uit de hele wereld toestaan en dan de gevolgen negeren', zei een Amerikaanse diplomaat in Pakistan achteraf. 'Maar dat deden we wel. Ons doel was niet vrede voor Afghanistan, maar commies doden en de Russen eruit werken.'

Een half miljard dollar per jaar gaven de Amerikanen uit aan de jihad tegen de Sovjets. Het was de tijd dat de Iraanse Revolutie hun veel angst inboezemde. De regeringen Carter, Reagan, en Bush zagen in de door de CIA bedachte Afghanistan-strategie slechts voordelen: moslimfanaten die de communisten bestrijden!

De Pakistaanse Inter-Services Intelligence, ISI, voerde de CIA-plannen uit en verzorgde de militaire training. ('Leren omgaan met een kalasjnikov', volgens Roy) De aanwezigheid van de VS beperkte zich tot zo'n honderd diplomaten en CIA-medewerkers. Met de niet-Afghaanse strijders, de 'Arabieren', waren geen contacten: onhandelbare 'heethoofden'.

In 1989 vonden de Sovjets in Afghanistan hun Waterloo. Het was een haast heilige triomf voor islamitische strijders. Een Pakistaanse onderzoeker noemt het een 'persoonlijke rehabilitatie', een teken dat de moslims 'één volk' kunnen zijn en 'historische successen kunnen behalen'.

Maar de Afghaanse krijgsheren kregen het met elkaar aan de stok, en de 'Arabieren' vertrokken. Enkele honderden gingen naar Bosnië. Een VN-medewerker noemde hen 'de waanzinnigen van God'.

'Het hoogtepunt van de islam is de jihad. We zochten na Afghanistan een nieuwe jihad. Die vonden we in de Filipijnen en Kasjmir. En kort na de val van Kabul begon de crisis in Bosnië', zei commandant 'Barbaros' Aziz in een interview met de Arabische krant Al-Sirat Al-Mustaqeem.

Aziz, die met vier ex-Afghanen naar Bosnië ging, maakte daar deel uit van Kateebat al-Mujahedin, onderdeel van het zevende bataljon. De vrijwilligers speelden een hoofdrol bij de verovering van de berg Vlasic en de stad Vozuca. Maar populair waren ze niet, deze stugge, vrome mannen met baarden. 'Het zijn uitstekende vechters. Maar je kunt niet met ze discussiëren. Het best kun je ze links laten liggen', zei een radiotechnicus van het Bosnische leger.

Wat er van de 'Afghanen' in Bosnië is geworden, is in nevelen gehuld. Commandant 'Barbaros' Aziz zit volgens een ooggetuigenverslag op het Internet in een Saudische cel. Een groep van ongeveer tweehonderd man is vermoedelijk in Bosnië gebleven. Sommigen zijn naar Frankrijk vertrokken, waar ze zich hebben aangesloten bij Noord-Afrikaanse imams die de jeugd in de mistroostige buitenwijken bekeren.

Een andere groep 'Arabieren' ging na de Afghaanse oorlog terug naar hun vaderland. Vaak werd de jihad daar voortgezet. Een waslijst aan landen wordt genoemd waar ex-Afghanen in gewapende zin actief zijn (zie kaartje).

Alleen in Algerije en Egypte werd serieus getracht de zittende regimes omver te werpen. In Algerije gaf 'Tayeb al-Afghani' in november 1992 het startsein voor de gewapende opstand toen zijn mannen een politiepost bij de grens met Tunesië aanvielen.

In Egypte worden de terroristische groepen Gama'at Islamiyya en Islamitische Jihad geleid door Afghanistan-veteranen.

De opstanden in Algerije en Egypte mislukten, maar de opleidingskampen in Afghanistan bestaan nog steeds. Tussen 1992 en '96 hebben hier volgens Amerikaanse bronnen zeker nog 2500 buitenlanders een militaire training gekregen. 'Er zijn nog vijf of zes van die kampen over', zegt de Franse onderzoeker Roy. 'Het grootste hebben de Verenigde Staten vorig jaar gebombardeerd.'

Dat was de vergelding voor de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania, waarbij 257 doden vielen. Eén man zat volgens Washington achter de aanslagen: Osama bin Laden.

Meer over