Analyse

Afghaanse crisis is buitenkans voor Centraal-Aziatisch verbond waarin China en Rusland domineren

Het Westen heeft de in 2001 opgerichte Shanghai Cooperation Organisation (SCO) altijd smalend afgedaan als een Chinees-Russisch praatclubje van ondemocratische landen. De crisis in Afghanistan, min of meer in de achtertuin, geeft de organisatie ineens zicht op een hoofdrol.

Videobeeld van een bijeenkomst van de Shanghai Cooperation Organisation (SCO), met Rusland als voorzitter. Beeld Alexei Nikolsky / Tass
Videobeeld van een bijeenkomst van de Shanghai Cooperation Organisation (SCO), met Rusland als voorzitter.Beeld Alexei Nikolsky / Tass

Een kale boel wordt het wel, donderdag bij de jubileumvergadering van de twintig jaar oude Shanghai Cooperation Organisation (SCO). Wegens coronabesmettingen in zijn entourage zit de Russische president Vladimir Putin in quarantaine. Zijn Chinese collega Xi Jinping heeft al sinds het begin van de pandemie China niet verlaten. Ook de Indiase premier Narendra Modi vliegt voor de top niet naar Tadzjikistan. En dat terwijl die top bij voorbaat historisch is: niet eerder stond er zoveel op het spel voor de SCO als na de machtsovername door de Taliban in Afghanistan.

Naast besluiten over uitbreiding met Iran en het verwelkomen van mogelijke nieuwe aspirant-leden als Qatar, Saoedi-Arabië en Egypte, domineert Afghanistan de agenda van dit in het Westen relatief onbekende gezelschap. China en Rusland voeren de regie over de groep van acht landen, waarbij naast vier Centraal-Aziatische landen ook Pakistan en India hebben aangehaakt.

De SCO komt voort uit de Vijf van Shanghai. Dat zijn China, Rusland, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan, die sinds 1996 hun grensconflicten gezamenlijk aanpakken. De SCO is opgericht in 2001, toen China als nieuwkomer op het wereldtoneel graag gastheer speelde voor internationale samenwerkingsverbanden. Beijing had er destijds hetzelfde doel mee als vandaag: voorkomen dat Centraal-Aziatische buurlanden onderdak bieden aan Oeigoerse militanten, die China’s heerschappij over de westelijke provincie Xinjiang met aanslagen proberen te ondermijnen. De oprichtingsvergadering in juni 2001 draaide om het bestrijden van ‘drie kwade krachten’: terrorisme, separatisme en extremisme.

De doelstelling werd drie maanden later, na de aanslagen op de VS, brandend actueel, al stelde ze praktisch gezien weinig voor. De SCO werd een verzamelpunt voor landen die klaagden over de Amerikaanse invloed in Centraal-Azië. Al in 2008 wond de Chinese partijkrant Het Volksdagblad er geen doekjes om: ‘SCO-leden roepen westerse landen op Centraal Azië te verlaten’. Dankzij de SCO is de veiligheid in de regio in de beste handen, aldus de krant.

Stokpaardjes van Beijing

Wat de SCO dan concreet deed, bleef vaag. Wel sloten zich steeds meer landen, van Oost-Timor tot Turkije, als toehoorder aan. De SCO betekende immers een extra kans op een lijntje met het machtiger wordende Beijing. Het kwam de slagkracht van de organisatie zelf niet ten goede, ook al doordat Beijing de SCO gebruikte om uit te zoeken hoe je landen ertoe overhaalt je politieke stokpaardjes over te nemen. Zo pleitte de SCO voor internationale navolging van China’s model van internetcensuur . En de Chinese blauwdruk voor wereldwijde economische ontwikkeling, die gestalte kreeg in het Belt and Road Initiative (BRI), werd eerst aan 'de oude vrienden’ van de SCO gepresenteerd.

De SCO krijgt nu de kans haar hoogdravende woorden uit 2005 over veiligheid waar te maken. De legers van de leden zijn aan het leren hoe ze operationeel kunnen samenwerken. Sinds 2004 heeft de SCO een bureau voor terrorismebestrijding, maar grote gezamenlijke militaire oefeningen onder SCO-vlag zijn nieuw. De gigantische SCO-oefening in het Russische Orenburg, Peace-Mission-2021, duurt twee weken.

Ondertussen heeft Rusland, dat vanouds sterker op veiligheidsvraagstukken gericht is dan het in handel uitblinkende China, zelf al een militair pact, de Collectieve Veiligheidsverdragsorganisatie (CSTO). Moskou zal de ‘Alliantie van het Oosten’ dan ook slechts een beperkte rol toebedelen.

Voor Beijing is het zaak de SCO achter de Chinese agenda voor wederopbouw van Afghanistan te krijgen. De diplomatieke kanalen tussen Beijing en Kabul staan wijd open en de Taliban smeken China om economische hulp. Om de risico’s van meer Chinese betrokkenheid bij Afghanistan te spreiden, zoekt Beijing rugdekking van een collectief, zoals de Verenigde Naties – of de SCO.

Niemand wil dat Afghanistan een kraamkamer voor terrorisme wordt, maar verder lopen de meningen binnen de SCO sterk uiteen. Daarmee wordt de top in Dushanbe een lakmoesproef voor het Chinese overwicht in de regio. De kans is groot dat het bij verheven taal over vrede en veiligheid blijft.

Meer over