Afgetroggelde vrijwilligheid

Vrijwillig is een rekbaar begrip. Vrijwilligerswerk komt niet altijd voort uit een intrinsiek verlangen. Nergens wordt dat mooier geïllustreerd dan in de strip Asterix en Obelix....

Mensen op de man af vragen of ze iets willen doen, is een effectieve manier om vrijwilligers te werven. Toch gebeurt dat relatief weinig. De Amerikaanse politicoloog Robert Putnam heeft furore gemaakt met zijn boek Bowling Alone. Hij beschrijft de achteruitgang van het maatschappelijk middenveld.

Steeds minder Amerikanen zijn de afgelopen decennia lid geworden of gebleven van een vereniging. Ze zijn minder geneigd zich actief in te zetten voor de buurt of een ander goed doel. Ze brengen zelfs minder tijd door met vrienden. Vandaar de titel van zijn studie: Mensen bowlen niet meer in verenigingsverband maar in hun uppie. Na Bowling Alone raakte Putnam geïnteresseerd in voorbeelden die haaks stonden op de trend van een afkalvend verenigingsleven.

In zijn boek Better Together beschrijft hij een succesvolle vakbond en geeft hij voorbeelden van goede buurtinitiatieven. Door de succesverhalen loopt een rode draad: Weg met de papieren en elektronische communicatie en leve het menselijk contact.

Bij de succesvolle vakbond krijgen mensen nooit per mail of per post een uitnodiging voor een bijeenkomst. Een aantal mensen wordt persoonlijk gebeld en gevraagd een aantal collega’s mee te nemen. Sociale controle werkt. Een persoonlijk verzoek van een collega leg je minder snel naast je neer dan een anonieme uitnodiging en dus komen er mensen op de bijeenkomst die te laat ‘nee’ hebben gezegd.

De les van Putnam is eenvoudig en wordt toch weinig ter harte genomen. De eerste barrière is de hunker naar efficiëntie.

Tegenwoordig is het een fluitje van een cent om per e-mail duizenden mensen een uitnodiging te sturen. Maar deze efficiëntie is bedrieglijk. Via een e-mail of een brief heb je mensen wel geïnformeerd, maar niet gevraagd. Niemand krijgt het gevoel dat hij of zij speciaal is uitgenodigd. En dus is de respons laag. Hoe groter en professioneler organisaties zijn, hoe groter de verleiding van de efficiëntie. Ze worden kampioenen in het verspreiden van informatie, maar kwakkelaars in het leggen van persoonlijke contacten.

Maar het is niet alleen de hang naar efficiëntie die ons parten speelt. Mensen hebben ook last van schroom. Als je je buurman op de man af vraagt of hij je dochter bijles wilt geven, is het voor hem moeilijk ‘nee’ te zeggen. Maar de keerzijde is dat, als hij toch weigert, het voelt als een persoonlijke afwijzing. Bovendien voelt het niet prettig om mensen een gunst af te troggelen. Zeker als je weet dat die ander het al zo druk heeft. Maar schroom is niet de enige verklaring waarom we niet op mensen afstappen om ze te vragen iets te doen. De grootste valkuil voor instellingen, en zeker voor overheidsinstellingen, is onderschatting van de betrokkenen. Het zelfbeeld van ambtenaren en medewerkers van bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie is dat zij iets voor de bewoners doen. Ze willen mensen ter wille zijn, ze willen mensen helpen. Bewoners zijn blijkbaar mensen die hulp nodig hebben, niet mensen die anderen uit de brand kunnen helpen. Dus komt het niet in hun hoofd op om bewoners in te schakelen bij bijvoorbeeld het beheer van een complex.

Een versterking van de civil society ontstaat niet vanzelf. Het is een illusie te denken dat als de overheid taken afstoot en zich terugtrekt, het particulier initiatief automatisch de gaten opvult en automatisch onderlinge zorg ontstaat. Dat kan alleen bij een mentaliteitsverandering. In de verzorgingsstaat worden mensen getraind om hun rechten op te eisen. In de civil society moeten mensen en instellingen leren om gunsten te vragen. Mensen hoeven geen bijles te geven of voetbaltrainer te worden, maar ze zullen meer doen dan je zou verwachten als je ze het op de man afvraagt. Het vrijwilligerswerk floreert bij het oprekken van de idee van vrijwilligheid. Ook mensen die te laat ‘nee’ zeggen, zijn welkom.

Meer over