Afgekeken van de eskimo's

Het is hard werken, maar wie zijn eigen iglo heeft gebouwd kan een romantisch weekeinde tegemoet zien. 'Geloof de sprookjes niet dat het in een iglo verrassend warm is.' Door Wil Thijssen

Hij ritst onze jassen open en stopt bij iedereen een zender in de binnenzak. We gaan off-piste, 'toch prettig als ze jullie na een lawine kunnen terugvinden', merkt hij droogjes op. Daarna deelt hij grote sneeuwscheppen, zagen, slaapzakken en isomatjes uit. 'Geloof de sprookjes niet dat het in een iglo verrassend warm is', zegt berggids Baldo Pazzaglia in zijn kantoor naast de gondelbaan. 'Het wordt vannacht koud-koud-koud!'


De Breitenberggondelbaan voert tot halverwege de Breitenberg bij Pfronten in de Allgäuer Alpen, vanwaar we met de stoeltjeslift verder omhooggaan. Op de top bindt iedereen sneeuwschoenen onder zijn winterlaarzen. Opgewekt wandelen de gasten als eendjes achter de twee berggidsen over de piste omhoog, tot achter de horizon.


De lucht is mistig, koud en ijl, sparren laten hun takken zwaar hangen onder een deken van sneeuw. Waar de helling minder steil is, staan twee ingesneeuwde iglo's van een vorig bezoek. Pazzaglia steekt een peilstok in de sneeuwlaag en constateert dat die 1.70 meter dik is.


'Okee jongens, hier gaan we onze iglo's bouwen', zegt hij. De twee gidsen spreiden een groot, groen tentzeil uit, sommeren iedereen er rugzakken en uitrusting op te leggen en waarschuwen dat we de sneeuwstokken altijd rechtop in de sneeuw moeten priemen, omdat ze anders wegzakken en zoekraken.


'Het bouwen van een iglo duurt drie tot vier uur', benadrukt Pazzaglia. 'De meesten zijn de eerste twee uur altijd heel enthousiast en raken daarna uitgeput. Hou daar rekening mee met het verdelen van je krachten.'


De gids zet zijn gasten aan het werk: de helft van de groep moet de twee bestaande iglo's uitgraven, de andere helft moet net zolang rondjes lopen totdat drie grote, ronde, platte vlakken van samengeperste sneeuw ontstaan waarop nieuwe iglo's kunnen worden gebouwd.


De samenwerking verbroedert en de stemming is jolig. Günther uit Berlijn heeft zijn kersverse echtgenote Hannah dit igloweekend voor hun huwelijk cadeau gedaan. 'We hadden al een huis, nu bouwen we samen toch iets nieuws', licht hij toe. Andreas uit Annsbach kreeg het weekeinde van zijn vriendin Lisa als verjaardagscadeau, Hannes en Monika uit München vinden het 'gewoon leuk om samen extreme dingen te doen'.


Iedereen stampt sneeuw aan, graaft iglo's uit of zaagt grote blokken bevroren sneeuw uit de berg. Er wordt gekust en gekroeld - er was een romantisch weekend beloofd en romantisch zal het worden, lijken de gasten zich te hebben voorgenomen.


Na twee uur flink doorzagen en graven bereidt gids Hannes Boneberger de lunch op een zelfgemaakte tafel van sneeuw, waaroverheen hij een vrolijk zeil met felgekleurde bloemetjes uitspreidt. Zijn collega Pazzaglia zet koffie en thee van gesmolten sneeuw op een primus ('zorg altijd dat je witte sneeuw gebruikt, en geen gele!'), de gasten smeren broodjes met huisgemaakte worst, kaas en jam uit Pfronten. Tussen twee skistokken hangt een vastgeknoopte plastic zak voor het vuilnis, ernaast is een ruimte gegraven om de proviand in te bewaren. Pazzaglia keek eens een vos recht in zijn ogen toen hij hier overnachtte, vertelt hij. 'Sindsdien bewaar ik 's nachts geen voedsel meer in mijn iglo.'


Tijdens de lunch begint het zacht te sneeuwen. Kleurige skipakken en sneeuwstokken steken af tegen het witte landschap en de mistige hemel. De korrelige ijssneeuw valt tikkend op de goretex winterjassen en in de koffie.


'We gaan weer aan de slag', gebieden de gidsen. 'We moeten voor het donker klaar zijn.'


Via een menselijke keten worden de uitgezaagde sneeuwblokken doorgegeven naar de aangestampte plekken, waar ze in steeds kleinere cirkels naar boven, in koepelvorm, worden opgestapeld. Baldo Pazzaglia raakt helemaal 'ingemetseld'. Het geluid van buiten verstomt en zodra het laatste blok, het 'deksel', bovenin is geplaatst, wordt alle geluid gedempt.


Zijn collega Boneberger graaft van buitenaf een gang door de sneeuw en maakt een ingang onder de iglomuur, om te voorkomen dat de snijdende wind naar binnen waait. Volgens de mannen bouwen eskimo's in het Arctisch gebied op deze zelfde manier al eeuwenlang hun onderkomens.


De iglootjes zien er kwetsbaar uit met hun grove bouw, onregelmatige bouwstenen en openingen tussen de ijsblokken. Om elke ongerustheid weg te nemen, gaat Baldo bovenop een van de bouwsels staan. Hij steekt zijn hand uit om de pasgetrouwde Hannah naast hem op het dak te trekken, maar zij bedankt gevoeglijk voor de eer. 'Ik hoef niet zo nodig de eerste iglo-dode in Duitsland te zijn', lacht ze.


Als de laatste iglo is voltooid, trekt het gezelschap op sneeuwschoenen naar de dichtstbijgelegen berghut voor het avondeten. De koude wind wervelt rond de Aggensteinberg, die de grens met Oostenrijk markeert. In de hut klinkt Dúúú, du bist alles van Peter Maffay en knettert een groot haardvuur dat koude wangen en vingers doet tintelen. Boven een kachel hangen tientallen handschoenen en mutsen te drogen. De groep iglobouwers bekijkt elkaars foto's op kleine cameraschermpjes terwijl zuurkool met spek wordt geserveerd.


'Vannacht wordt het koud-koud-koud', herhaalt Baldo Pazzaglia. 'Een iglo is niet zo luchtdicht als een tent, het is er hooguit 2 graden. Als je het koud krijgt zit er maar één ding op: kruip dicht tegen elkaar aan en hou elkaar warm.'


Op de terugweg is het donker en helder. Met zaklantaarns zoekt de groep zijn weg terug. De gasten, inmidels getooid met hoofdlampjes, slapen in paren in de vijf iglo's. In de grootste worden alle scheppen en zagen, stokken en sneeuwschoenen geschoven. De brandende kaarsen binnen rechtvaardigen het 'romantische' weekend dat de folder beloofde, de iglo's zien eruit als lampionnetjes in de nacht.


Terwijl buiten de wind giert door de dennen en dikke vlokken sneeuw de kieren tussen de bouwstenen dichten, gaan binnen de flessen wodka open.


's Nachts klinkt het gehuil van een wolf door de stilte. Het water in de fles waarmee we onze tanden poetsten, bevriest. We praten en lachen en ritsen slaapzakken aaneen om warm te blijven.


's Ochtends zijn alle voetstappen uit het landschap verdwenen.


Skiën en langlaufen in Pfronten

Pfronten ligt in de zuid-Duitse Alpen, vlak bij de grens met Oostenrijk. Het is een kleine zeven uur rijden vanuit Utrecht en een uur rijden vanaf de luchthaven Innsbruck. Het dal is een kleinschalig wintersportoord met 7.700 inwoners en drie skigebieden: de Breitenberg , Skicentrum Pfronten-Steinach en skigebied Pfronten-Röfleuten. Die hebben gezamenlijk 13 gondelbanen en skiliften en 22 kilometer skipiste, die ook geschikt zijn om op te snowboarden. De hoogte van de skigebieden varieert van 850 tot ruim 1650 meter. Daarnaast is er 65 kilometer aan routes voor langlaufers in verschillende moeilijkheidsgraden en 45 kilometer aan winterwandelpaden. Sinds dit jaar kunnen alle skiërs in Pfronten gratis met hun gastenkaart, de Pfrontencard, gebruikmaken van de lijnbussen, die dertien dorpen en de gondelbanen in het dal met elkaar verbinden. Meer informatie: www.pfronten.de, onder BusundBahn en Anreise.


Zonder sneeuw

Indoorsporten


Pfronten herbergt een zwembad (50 meter plus een aantal glijbanen, sauna's, een fitnessruimte en een solarium), een ijshal (met 1800 m2 ijsbaan) en een tennishal met drie tennisvelden en drie squashbanen.


Heimathaus & Villa Goldonkel


Het Heimathaus is, samen met de naastgelegen oeroude boerderijk Villa Goldonkel en de barokke St. Nikolauskerk, een bezichtiging waard. Het dorpshuis werd in 1473 gebouwd als hospitaal en diende tot laat in de vorige eeuw als armenhuis. Bezoek ook het streekmuseum en de bibliotheek die erin zijn ondergebracht.


Burchtruïne Falkenstein


Falkenstein is met 1277 meter de hoogste slotruïne van Duitsland. Er is een uitkijktoren met schitterend uitzicht en een burchtmuseum. Hier kun je wild spotten of vanaf 1.268 meter hoogte abseilen onder toezicht van een berggids.


Alpentuin


Voor wie eens edelweiss in het echt wil zien: In de Alpentuin in Pfronten groeien meer dan 450 plantensoorten uit de Alpen. De tuin won in 2006 de Beierse Milieuprijs.


Meer over