Vijf vragenZaak Ridouan T.

Advocaten schaduwen tijdens hun werk, mag dat?

De politie heeft twee advocaten gevolgd tijdens de jacht op de toen nog voortvluchtige Ridouan T., die wordt verdacht van betrokkenheid bij een reeks liquidaties.  

Advocaten Nico Meijering, tweede van rechts en Leon van Kleef , rechtsBeeld Hollandse Hoogte / ANP

Beide advocaten, Nico Meijering en Leon van Kleef, zijn geschaduwd op Schiphol en in Dubai, in een poging de schuilplaats van Ridouan T. te achterhalen. Dat bevestigt het Openbaar Ministerie na berichtgeving van het AD

Mag dit?

Nee. Iedereen moet zich vrijelijk tot een advocaat kunnen wenden zonder dat dit zichtbaar is. Een advocaat die door de stad fietst of het vliegtuig pakt, mag niet gevolgd worden. Dit wordt gewaarborgd door zijn of haar geheimhoudingsplicht. Er zijn wel uitzonderingen mogelijk: er is een beleidsregel ‘Toepassing opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen tegen advocaten’. Die regel schrijft voor wanneer het OM een advocaat mag afluisteren of zijn pand doorzoeken, bijvoorbeeld als de advocaat zelf verdachte is geworden. Voordat het OM zo’n dwangmiddel mag inzetten, moet het zich wel aan strikte regels houden, zoals het raadplegen van de deken – de toezichthouder op de advocatuur.

Beroept het Openbaar Ministerie zich op die beleidsregel?

Nee. Het OM beroept zich op het feit dat de opsporing van Ridouan T. destijds topprioriteit had, omdat T. verantwoordelijk werd gehouden voor een groot aantal liquidaties en men vreesde dat hij nog steeds moordopdrachten kon geven. Hij stond op de internationale opsporingslijst en voor de gouden tip werd 100 duizend euro uitgeloofd.

Bovendien, zegt het OM in een officiële verklaring, waren Meijering en Van Kleef destijds – en nog steeds – niet de advocaten van Ridouan T. ‘Door hen te observeren zou daarom geen inbreuk worden gemaakt op de vertrouwelijke relatie van een advocaat met zijn cliënt’, stelt het OM.

Is dit argument steekhoudend?

Nee, zegt de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten, Evert Jan Henrichs: ‘Misschien wilde Ridouan T. wel overstappen naar deze advocaten. Ook dan geldt de geheimhoudingsplicht. En, veel belangrijker: een advocaat die voor zijn werk ergens naartoe reist, kan ook een ontmoeting hebben met getuigen, mede-verdachten of andere advocaten. Ook zulke ontmoetingen vallen onder de geheimhoudingsplicht.’

Henrichs vindt het onaanvaardbaar dat deze advocaten tijdens hun werk zijn gevolgd, en gaat met de landelijke orde van advocaten overleggen ‘hoe we helderheid kunnen krijgen over de vraag of dit opsporingsmiddel vaker door het OM tegen advocaten wordt ingezet’.

Wat vinden anderen van deze opsporingsactie?

‘Dit is het zoveelste symptoom van een ernstig overspannen rechtsstaat’, zegt Nico Meijering in het AD. Hij spreekt van ‘een losgeslagen opsporings- en vervolgingsapparaat’. Inez Weski, destijds al (en nog steeds) de advocaat van Ridouan T., zegt dat het OM ‘bereid en in staat is elke grens van nationale en internationale regelgeving rücksichtlos te negeren’.

De Nederlandse Vereniging voor Strafrechtadvocaten eist openheid van zaken van het OM-bestuur, het College van Procureurs Generaal, over de vraag of er meer opsporingshandelingen tegen advocaten zijn gepleegd. Plus de garantie ‘dat dit nooit meer zal gebeuren’.

Wat betekent dit voor het proces Marengo, waarin Ridouan T. terecht staat voor een reeks moorden?

Weinig. Het is niet voor niks dat het OM stelt dat het slechts ging om ‘kortstondige observatie’, zegt hoogleraar strafrecht Theo de Roos. Want kortstondige observatie valt onder de Politiewet, en niet onder de zwaardere Wet Bijzondere Opsporings Bevoegdheden (BOB). Langdurige observatie daarentegen, waarbij je een kijkje in iemands privéleven wilt, mag alleen met de verdenking van een strafbaar feit. Dat was er niet tegen deze advocaten, dus dat zou verboden zijn. Dus, zegt De Roos, moest het OM een afweging maken tussen kortstondige observatie van advocaten – ‘wat in principe ongewenst is’ – versus het zware opsporingsbelang. ‘Een rechter zal deze overweging van het OM begrijpen.’

Overigens leidde de achtervolgingsactie van justitie niet tot de vondst van Ridouan T.: de advocaten Meijering en Van Kleef hadden gewoon een afspraak, in Dubai, met een van hun eigen cliënten. Dat maakt dat Ridouan T. niet is geschaad in zijn rechten op een eerlijk proces. De kans dat het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt daarmee heel klein. En dus, zegt De Roos, is er weinig aan de hand.

Meer over