Advocaat Victor Koppe zag het als zijn taak de geschiedenis van de rode Khmer juist te herschrijven

Victor Koppe Aan de wandel met de honden Nhim en Phim. Beeld RV
Victor Koppe Aan de wandel met de honden Nhim en Phim.Beeld RV

Een afvallige is hij geworden. Victor Koppe, de advocaat van Rode Khmer-kopstuk Nuon Chea, gelooft niet meer in het internationale strafrecht. In feite, zegt hij, is dat niet meer dan een politiek instrument. 'Ja. Confronterend.'

Victor Koppe draait zijn laptop een stukje, zodat de camera de slaapkamer bestrijkt. Nhim ligt languit op het bed, en Phim staat in de deuropening met een oor opgetild te wachten op onraad, of bezoek. Hij spreekt via Skype, om een urenlang gesprek in Amsterdam nog wat aan te vullen, maar ook om zijn twee honden te laten zien. 'Dat zijn ze', zegt Koppe. 'Mijn hondjes.' De twee kleine, aardse wezens onderbreken een gesprek dat bij vlagen alleen nog maar in religieuze termen kan worden gevoerd.

De bekende strafpleiter Victor Koppe (53) is bekeerd, of van zijn geloof gevallen, het ligt er maar aan van welke kant je het bekijkt. Hij gelooft niet langer in het internationale strafrecht. En nu zit hij daar dan, weer in Phnom Penh, met lege handen, een laptop, en twee hondjes die het allemaal niets kan schelen.

Zijn huis in Nederland had hij verkocht, hij was uit zijn advocatenkantoor gestapt, zijn huwelijk liep stuk in Cambodja. Alles wat hij nog over had was het tribunaal, waar hij Nuon Chea, de beruchte 'Broeder nummer 2' verdedigde, en dit huis, waar hij met een Cambodjaans gezin woont dat zorgdraagt voor het huishouden. Zonder zijn twee hondjes had hij het hier niet gered, zegt hij: 'Die hebben mij erdoorheen gesleept. Zij zijn een beetje mijn kinderen.'

Op 23 juni heeft Koppe misschien zijn laatste woorden ooit in een rechtszaal gesproken. Hij sprak het slotwoord in de tweede rechtszaak tegen Nuon Chea, de hoogste nog levende leider van de Rode Khmer. Ergens volgend voorjaar volgt het vonnis, maar dat zal Nuon Chea's situatie niet veranderen. Hij is in de eerste rechtszaak al veroordeeld tot levenslang. Bovendien is hij al 91 en is het elke dag weer een verrassing dat hij nog leeft.

Nuon Chea liet zijn kans op een laatste woord voorbijgaan en daarom mocht Koppe, zijn advocaat, voor de laatste keer opstaan en het internationale tribunaal toespreken. Hij was zich ten volle bewust van de zwaarte van het moment. 'Je kon een speld horen vallen', zegt hij, maar hij weet niet zeker wat die stilte eigenlijk betekende. Misschien zat iedereen achter de glazen wand van de speciale rechtszaal in Phnom Penh alleen maar misprijzend zijn hoofd te schudden.

Dat is niet onwaarschijnlijk. Weinig mensen zijn blij met het werk van de Nederlandse advocaat. De rechters van het speciale tribunaal in Phnom Penh haten hem openlijk, en Koppe haat ze net zo openlijk terug. Jarenlang waren ze tot elkaar veroordeeld en hij is oprecht blij dat hij zijn kwelgeesten in toga nooit meer hoeft te zien. En zij op hun beurt zijn vast net zo blij dat zij voortaan van hem zijn verlost. Koppe verweet de Franse rechter Jean-Marc Lavergne in interviews openlijk het leveren van amateuristisch broddelwerk en de rechter diende een klacht over hem in bij de balie in Amsterdam. Die klacht leidde tot niets, maar Koppe kreeg later wel zijn gelijk: een rapport van de gerenommeerde Amerikaanse Stanford universiteit veegde de vloer aan met de eerste uitspraak van de rechters. Die was 'slecht geschreven en onder het niveau van andere tribunalen', aldus het rapport.

Nog één keer heeft Koppe ze toegesproken, en daarna heeft hij ze achtergelaten met zijn levenswerk: een pleitnota van 550 pagina's waarin hij de hele geschiedenis van het Rode Khmerbewind zoals wij die kennen heeft herschreven. Hij heeft naar eigen zeggen de vreselijkste tegenwerking moeten verduren om dat voor elkaar te krijgen. Daarover leest hij de rechters nog één keer de les: 'Gedurende de hele zaak is de rechtbank er op een of andere manier in geslaagd om haar schaamteloze desinteresse in de waarheid nog te verdiepen.'

null Beeld Claudio Montesano Casillas
Beeld Claudio Montesano Casillas

Beschuldigingen

Het was een Sisyphuskarwei en hij is daar zichtbaar trots op. 'Dit gaf me een enorm bevrijdingsgevoel' zegt hij, maar echt blij is hij niet. Het slepende tweede proces tegen Nuon Chea heeft hem het dierbaarste gekost wat hij bezat: zijn geloof in tribunalen en de onafhankelijkheid van het recht. Koppe is klaar met het strafrecht, met internationale tribunalen en met alles wat daarmee samenhangt. De verdediging van Nuon Chea is zijn laatste zaak geweest, zegt hij. Hij kan het niet meer opbrengen. Koppe zit voortaan liever thuis bij zijn twee Cambodjaanse honden. Hij noemt 'ik heb het gehad' nog een understatement. 'Ik ben diep gedesillusioneerd door het recht. Ik moet echt iets radicaal anders gaan doen. Een hondenuitlaatservice in Amsterdam of zoiets.'

Zelfs uit de mond van een van de meest besproken internationale strafpleiters van Nederland klinkt dit wat al te dramatisch, maar Koppe, die in 2015 al eens dreigde op te stappen, lijkt het dit keer te menen. Hij maakt deze zaak nog wel af, zegt hij, dat is hij nu aan zijn cliënt verplicht. Dat betekent misschien nog een hoger beroep, maar dat is niet echt een proces, het is meer een soort cassatie, zegt hij. 'Dan is het klaar.'

Eén reden om ermee op te houden is dat hij niet zou weten wat hij na deze megazaak nog zou moeten doen. Hij kan zich niet voorstellen dat er nog interessantere zaken bestaan. Nuon Chea, bijgenaamd 'Broeder nummer twee', tweede man achter Pol Pot en de veronderstelde ideoloog van de communistische Rode Khmer in de jaren zeventig, is de ultieme beklaagde, zegt Koppe. 'Er is geen grotere aanklacht sinds Neurenberg en Tokio. Zelfs Karadzic en Mladic niet. De beschuldigingen tegen hen zijn relatief gezien kinderspel vergeleken bij waar Nuon Chea van wordt verdacht.'

Nuon Chea is aangeklaagd wegens misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Als tweede man van de Rode Khmer zou hij in de jaren zeventig de hand hebben gehad in de dood van 1,8 miljoen Cambodjanen, een kwart van de toenmalige bevolking.

CAMBODJA - Victor Koppe (vooraan) en Nuon Chea (met zonnebril) in de rechtszaal van het Rode Khmer-tribunaal. Beeld ECCC
CAMBODJA - Victor Koppe (vooraan) en Nuon Chea (met zonnebril) in de rechtszaal van het Rode Khmer-tribunaal.Beeld ECCC

Betrouwbaarheid

De tweede reden is fundamenteler. Hij is tot de overtuiging gekomen dat de onafhankelijkheid van het tribunaal - en niet alleen die van dit tribunaal - niet echt is. Rechters en aanklagers volgen liefst platgetreden paden, en zijn kort gezegd wars van het zoeken naar de waarheid als die niet past in het verhaal zoals zij dat in hun hoofd hebben.

Zo kent de hele wereld het verhaal van de Rode Khmer. Zeg 'Killing Fields' en iedereen weet waarover het gaat. In Phnom Penh rijden de tuktuks je ernaartoe: naar 'Choeung Ek', waar je over menselijke botten loopt en iedereen aan het eind van de wandeling een foto maakt van de opgestapelde schedels in het monument. De tweede stop is het martelcentrum 'S21' in een voormalig schoolgebouw, waar de doden je vanaf wereldberoemd geworden foto's aankijken.

Killing Fields, S21, Rode Khmer, Pol Pot en Nuon Chea. Dat is het in een notendop. Op Wikipedia kun je nalezen hoeveel slachtoffers er waren tussen 1975 en 1979: 1,8 miljoen, 'een kwart van de bevolking': uitgehongerd, doodgeknuppeld en doodgeschoten door de Rode Khmer. Iedereen weet dat, en niemand zet er meer een vraagteken bij.

De documentaire Defending Brother No 2 gaat op 23 september in première op het Nederlands Film Festival en is op 17 oktober (22.50 uur) te zien via NPO2.

Niemand, behalve Victor Koppe. Tien jaar lang heeft de Nederlandse advocaat de rechters en de aanklagers van het tribunaal in Phnom Penh lastig gevallen met de vraag: is dat nu wel zo? Hij vroeg waar ze die 1,8 miljoen doden vandaan haalden, wie de doden in 'S21' eigenlijk waren en welke harde juridische bewijzen er waren voor de schuld van zijn cliënt. 'Dat was mijn taak.'

Hij zocht geen vrijspraak voor Nuon Chea, want 'de man was schuldig genoeg om twee keer tot levenslang te worden veroordeeld', zegt Koppe. 'Alles wat ik wilde, is de betrouwbaarheid van het bewijs toetsen en wat er is gebeurd in een historische context plaatsen. Uitzoeken welke rol Vietnam, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten speelden. Aantonen dat wat in Cambodja is gebeurd in de kern niet anders was dan wat de Fransen deden in Algerije, wat wij deden in 1949 in Indië, of wat Indonesië in 1965, met hulp van de Amerikanen, deed met vermeende communisten en hun sympathisanten. Maar dat kon niet. Dat ik probeerde de gebeurtenissen in een geopolitieke Koude Oorlogcontext te plaatsen, dat was voor al die mensen op het tribunaal al absoluut een brug te ver.'

Koppe was zelfs op zijn zwartste momenten gefascineerd door de complexe geschiedenis waarin de wandaden van de Rode Khmer zich afspeelden. 'Ondanks de diepe overtuiging dat het tribunaal inderdaad een complete farce was, is er geen moment geweest dat de geschiedenis, de feiten, mij niet meer interesseerden.' Hij beschouwde het als zijn taak de feiten in hun context te plaatsen en waarheid te scheiden van de mythen waarvan het Rode-Khmerverhaal was doortrokken. In zijn pleitnota noemt Koppe dat een manicheïstisch verhaal, 'een simplistisch verhaal over goed en kwaad'.

Als verdediger liep hij voortdurend tegen deze onbetwijfelbare 'wikipedia-versie van de geschiedenis' aan. Koppe: 'Het was alsof je op een zondag een diep gereformeerde kerk binnenliep en zei: nou jongens, misschien kon Jezus toch niet echt op water lopen. Dat was de reactie die ik teweegbracht.'

Carrière

Bijna tien jaar geleden vertrok Koppe voor het eerst naar Cambodja. De Verenigde Naties hadden in Phnom Penh samen met Cambodja een uniek, hybride tribunaal opgezet: niet internationaal en niet lokaal, maar iets ertussenin. Er zou recht gesproken worden volgens internationale maatstaven, en de Cambodjanen zouden het laatste woord hebben. Het Rode Khmer-tribunaal zou daarmee een voorbeeld worden voor nieuwe tribunalen over de hele wereld.

Het zou een kroon worden op Koppes toch al indrukwekkende carrière. 'Ik heb de laatste twintig jaar een ongelooflijk interessante praktijk gehad, misschien wel de mooiste van de hele wereld. Yvonne Basebya, die van genocide in Rwanda werd verdacht, de Hofstadgroep, Samir A., en Paul Watson van Sea Shepherd net zo goed als Huseyin Baybasin. Google ze maar. Ik heb alles gedaan van Tamil Tijgers tot ETA, anarchisten, activisten, terroristen - alles.'

Zijn specialisme bracht hem onder andere voor het Joegoslavië-Tribunaal en het Speciale Hof voor Sierra Leone. Hij geniet van het procedurele, zegt hij, maar ook van het verdedigen van mensen die stuk voor stuk het uiterste vergen van een verdediger.

Het korte antwoord op de vraag waarom hij vooral deze mensen bijstaat, 'zo'n typisch westerse vraag' ook, luidt dat iedereen recht heeft op een goede verdediging. Het lange antwoord is niet veel langer: 'Ik denk dat mijn beslissing om in 1997 naar het kantoor van Britta Böhler te gaan, een kantoor waar bijvoorbeeld ook Ties Prakken zat, advocaat van activisten, Koerden en leden van de RAF, in dezen doorslaggevend is geweest.' Als je er eenmaal aan begint, je er goed in bent en je het interessant vindt, dan wordt het al snel je specialiteit.

En het krijgt veel publiciteit, dus misschien speelt ijdelheid ook een beetje mee, geeft hij desgevraagd toe. 'Ik vrees dat niets menselijks mij vreemd is.' Ook zegt hij: 'Heb je dat interview met mij in de Mekong Review gelezen?', en: 'Er is ook een film over ons gemaakt, Defending Brother No2. Die moet je eigenlijk ook zien. Heel interessant.'

Koppe en zijn kantoorgenoot Michiel Pestman aarzelden niet toen hen werd gevraagd Nuon Chea bij te staan. 'Broeder nummer 2' verdedigen zou veruit de interessantste zaak worden van allemaal. 'Bij hem kwam alles samen: de ultieme strijd van een individu in een rechtszaal tegen de rest van de wereld.'

Kort voordat hij naar Cambodja vertrok, zat hij bij Pauw & Witteman. Ik zei daar: 'Dit is anders dan het Joegoslavië-Tribunaal. Inclusief hoger beroep gaat dit hoogstens drie jaar duren.' Koppe: 'Ik ging erheen als een true believer in het internationale strafrecht en internationale tribunalen. Ik was ervan overtuigd dat die goed zijn, dat ze belangrijk zijn.'

Koppe is, na tien jaar, de laatst overgebleven verdediger en inmiddels ook de prominentste. Alle anderen hebben het inmiddels opgegeven of zijn overleden. Ook Pestman is gestopt. Toen hij vijf jaar geleden vertrok, gebruikte hij dezelfde woorden: het tribunaal was een farce. Pestman had gelijk, zegt Koppe nu. 'Dit is een volkomen zinloze exercitie. Ja, dat is echt mijn heel treurige conclusie.'

De fascinatie is er nog wel. 'Het is bijzonder om de wereld te bekijken van de kant van Nuon Chea. Die man is nog altijd een overtuigd marxist-leninist. Zelf ben ik geen communist, en ik zal het ook nooit worden. Ik zit een beetje tussen D66 en GroenLinks in, dus zijn gedachtengoed staat heel ver van me af.'

Wel neemt hij de term 'Amerikaanse imperialisme' in de mond en is hij verbijsterd over 'de hoeveelheid doden die de Amerikanen op hun geweten hebben. Niet alleen in Cambodja, maar ook in Korea, Vietnam, Irak.' Hij ziet Amerika als een van de verspreiders van de 'manicheïstische verhalen', maar dat maakt hem geen complotdenker, vindt hij.

Pleitnota

De desillusie hakt er bij hem diep in, want Koppes ontzag voor internationaal recht en zijn fascinatie voor geschiedenis zijn bijna zo oud als hijzelf. Je zou kunnen zeggen dat hij het van zijn vader meekreeg. Die was als politieman vijftien jaar belast met het opsporen van nazi-oorlogsmisdaden in Nederland. 'Thuis, boven, had hij zijn kantoortje en daar lagen altijd authentieke stukken uit de RIOD-archieven. Nazi-telegrammen en dat soort dingen, met nazisymbolen erop. Ik vond dat altijd fascinerend. Ik had nooit kunnen bevroeden dat ik zelf later ooit dit soort zaken zou gaan doen. Het heeft zeker heel wat invloed gehad.'

Met dezelfde fascinatie van toen kon hij zich over authentieke Rode-Khmerdocumenten buigen, op zoek naar een waarheid die niemand wilde horen. 'Mijn closing brief is echt een herschrijving van de geschiedenis geworden. Ik ben daar heel trots op. Elk woord is gewogen en er is nog niet één voetnoot weerlegd.' In Koppes pleitnota blijft er weinig over van de lijst aanklachten tegen Nuon Chea. De lijst is lang: er is 'geen basis' voor Nuon Chea's betrokkenheid bij genocide op Cham en Vietnamezen; er waren geen massamoorden in Prey Veng en Svay Rieng; er was geen vervolging van boeddhisten; en dwangarbeiders werden niet bewust uitgehongerd of vermoord.

Het is geen vrijpleiterij, zegt Koppe. 'Uiteraard probeer ik de executies niet te ontkennen. Ik ben geen holocaustontkenner-achtige figuur. Ik probeer de Koude Oorlogcontext erbij te plaatsen, al maakt dat de executies natuurlijk niet minder strafbaar.' Die context was 'razend gecompliceerd' en 'razend interessant', zegt hij. Cambodja werd niet alleen geteisterd door de Rode Khmer, maar ook bedreigd (en later bezet) door Vietnam met steun van de Sovjet-Unie, gebombardeerd door de Verenigde Staten, en geplaagd door een burgeroorlog die tientallen jaren zou duren. En dan kom je op dat getal van die 1,8 miljoen doden. Lang niet al die doden kunnen volgens Koppe op het conto van de Rode Khmer worden geschreven. 150 duizend zijn er omgekomen door de Amerikaanse bombardementen en ook de burgeroorlog en de Vietnamese bezetting eisten hun tol. 'Maar dat wordt allemaal niet meegeteld', zegt Koppe.

'Internationaal strafrecht trekt een bepaald soort juristen aan. Activisten. Activistische juristen. Goede mensen met het hart op de goede plaats, maar het zijn geen strafrechtmensen. Geen mensen die in de rechtszaal verdachten hebben moeten bijstaan of die weten wat de problemen zijn; waarheidsvindingproblemen, problemen met bewijs. Ze zijn zo overtuigd dat ze het goede doen, dat ze niet meer in staat zijn om gewoon te kijken naar: wat is nu eigenlijk het bewijs, wat is nu eigenlijk betrouwbaar en wat niet? En altijd is er die volkomen weigering om iets toe te willen geven.'

Boek

Koppe weet best dat hij overkomt als een advocaat die alleen maar zijn gelijk probeert te halen, maar dat dat niet klopt bewijst het Stanfordrapport. 'Lees dat er maar op na'. Hij is er hoogleraar David Cohen van Stanford uitermate dankbaar voor. 'Ook aan Cohen heb ik te danken dat ik niet gek werd. Hij gaf mij gelijk, en gaf mij het bewijs dat ik het niet allemaal zelf maar had verzonnen.'

'Nu ben ik dus een afvallige. Ja. Zo is het. Die constatering, dat recht in feite niet meer is dan een politiek instrument, dat is heel confronterend. Je ziet pas hoe ons systeem werkt als je heel lang daarbuiten bent geweest.'

Het hondenuitlaatcentrum zal er niet komen. 'Dat was maar om aan te geven dat ik toe was aan iets totaal anders'. Wat hij wel gaat doen weet hij nog niet. 'Eerst even terug naar Nederland om bij te tanken. En dan, wie weet, terug naar de collegebanken om geschiedenis te gaan studeren.'

Nuon Chea zal in de gevangenis sterven, maar daarmee is Koppes werk niet voor niets geweest: 'Vanuit historisch perspectief is mijn bijdrage wel degelijk van belang. Hij heeft me zoveel verteld. Ik zou eigenlijk een boek over hem moeten schrijven. Dat is wat ik zou moeten doen, zou willen doen, maar of ik het zou kunnen? Ik weet niet of ik de goeie biograaf van Nuon Chea zou zijn, want voor iedereen ben ik ook na zijn dood altijd op de eerste plaats zijn advocaat.'

Meer over