Advocaat van armen en politieke paria's

De Amerikaanse advocaat William Kunstler genoot van de schijnwerpers. Bijna alle belangrijke zwarte leiders in de roerige jaren zestig hoorden tot zijn clientèle....

DE lijst van cliënten, die de afgelopen dertig jaar door William Moses Kunstler (1919-1995) zijn verdedigd leest als een index van moderne Amerikaanse geschiedenis. Noem een geruchtmakende, politiek of sociaal geladen rechtszaak, sinds het begin van de jaren zestig, en de kans is groot dat de naam van de kleurrijke jurist, agitator en showman Kunstler opduikt.

De tot hij ziek werd hyperactieve Kunstler stierf maandagavond na een hartaanval in een ziekenhuis in Manhattan, waar hij zijn hele leven ook heeft gewoond.

Malcom X, Martin Luther King, de Black Panters, Stokely Carmichael en Bobby Seale waren de zwarte burgerrechtenactivisten die door Kunstler werden verdedigd. De opstandelingen van Attica, de Zeven van Chicago die de Democratische conventie van 1968 in Chicago verstoorden, en Jack Ruby, de moordenaar van Lee Harvey Oswald, konden rekenen op Kunstlers talent als advocaat die zowel in als buiten de rechtszaal voor tumult kon zorgen.

Zelf noemde hij zich de advocaat van 'de armen, de vervolgden, de radicalen, de militanten, de zwarten, de pacifisten en de politieke paria's'. Kunstler was niet zo maar een advocaat, hij was een linkse radicaal, die zijn niet geringe juridische capaciteiten gebruikte om overijverige openbare aanklagers de pas af te snijden en zijn cliënten te beschermen tegen de onderdrukkende overheid. Kunstler was een advocaat met anarchistische trekjes: 'Ik geloof dat de overheid slecht is, de overheid is altijd de belangrijkste vijand'.

Hij geloofde met reden niet dat in de Verenigde Staten recht wordt gesproken zonder aanziens des persoons en zag het daarom als zijn plicht de 'onderdrukten' en met name zwarte burgerrechtenactivisten te helpen in hun strijd voor gelijkberechtiging. In dat opzicht staat de naam van Kunstler hoog op de lijst van blanke Amerikanen die zich consequent hebben verzet tegen racisme en segregatie. Als advocaat van dominee Martin Luther King maakte hij zich vooral in het zuiden gehaat.

Een van zijn grootste jurdische successen was de uitspraak van het Hooggerechtshof dat alle processen op het gebied van burgerrechten door federale rechtbanken en niet dor rechtbanken van de staten behandeld moeten worden. Kunstler verdedigde gedurende de grote Vietnam-demonstraties ook met succes het principiële argument dat het verbranden van de Amerikaanse vlag beschermd wordt door het Eerste Amendement, waarin de vrijheid van meningsuiting is vastgelegd.

In strafzaken was hij voor het openbaar ministerie een geduchte tegenstander. Een van zijn spraakmakende successen was de vrijspraak van El Sayyid Nosair, die ervan verdacht werd rabbi Meir Kahane in New York te hebben vermoord. Ondanks het feit dat getuigen zagen hoe Nosair Kahane doodde, werd Nosair vrijgesproken van moord. Hij werd wel veroordeeld wegens wapenbezit, een aanzienlijk lichter misdrijf.

Kunstler was net zo omstreden als bevlogen. Toen hij in 1963 de verdediging van Jack Ruby, de moordenaar van de moordenaar van president Kennedy op zich nam, werd hij overstelpt met kritiek. Vanity Fair noemde hem eens 'de meest gehate advocaat van Amerika'. Bij de verdediging van de Zeven van Chicago, onder wie Tom Hayden en Abbie Hoffman, lag hij op een ophefmakende wijze in de clinch met rechter Hoffman.

Zijn talrijke critici, die beweerden dat Kunstler vooral publiciteitsgeil was, zagen hun oordelen bevestigd toen Kunstler besloot mafiosi als John Gotti, moordenaars als Colin Ferguson, die zes treinpassagiers doodschoot, en islamitische terroristen, die de aanslag pleegde op het Wereldhandelscentrum in New York te verdedigen. Zij beschuldigden hem van een onbedwingbare hang naar aandacht en publiciteit.

Met zijn raspende stem, lange haar en de bril altijd op het kale hoofd geplant, gaf Kunstler ironisch lachend zijn critici een beetje gelijk. 'Daar schuilt een kern van waarheid in. Net als de meeste mensen hou ik van aandacht en van de schijnwerpers, maar aandacht is niet mijn hele raison d'etre. Mijn doel is te voorkomen dat de staat, de overheid, te machtig en te overheersend wordt', aldus Kunstler, die tot kort voor zijn dood behoorde tot die vast verschijningen op voorpagina's en het avondnieuws.

Hij trad ook op in films. In Malcolm X van Spike Lee speelt hij de rechter en in The Paper (1994) treedt hij op als zichzelf.

Welke criteria hij de laatste jaren hanteerde bij het aannemen van zaken, was inderdaad niet altijd even duidelijk. Maar de verdediging van Timothy McVeigh, die verdacht wordt van de bomaanslag in Oklahoma, zou hij nooit op zich genomen hebben. 'Ik verdedig geen extreem-rechtse fanatici', aldus Kunstler, die er onlangs aan toevoegde alleen 'linkse bommenleggers' te verdedigen, omdat zij altijd van te voren waarschuwingen gaven. Dergelijke uitspraken, waarin hij de waarheid nogal oprekte, zorgden steevast voor stormen van verontwaardiging en aandacht.

Ook van de O.J. Simpson-zaak moest hij ondanks de raciale ondertonen weinig hebben, 'want dat is in wezen een routinezaak'.

Kunstler was tot het laatst actief. Hij verdedigde deze zomer Qubilah Shabazz, dochter van Malxom X, die verdacht werd een moordkomplot te hebben opgezet tegen dominee Louis Farakkhan. Van Alan Dershowitz, die samen met Kunstler op de lijst van tien bekendste advocaten van Amerika stond, kwam gisteren de goedbedoelde boutade: 'Ik heb zeer met God te doen, want ik denk dat Bill zodra hij in de hemel aankomt, begint met het aanspannen van rechtszaken.'

Oscar Garschagen

Meer over