Nieuws

Adviesraden: nieuwe slavernijmuseum moet breder verhaal vertellen

De Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad bogen zich over de voorstellen van een groep verkenners voor het nog te bouwen slavernijmuseum in Amsterdam. De twee raden spreken waardering uit voor de ideeën, maar hebben ook kritiek.

Michiel Kruijt
Femke Halsema bij het Nationaal monument slavernijverleden in Amsterdam, waar zij in juli excuses aanbood voor het slavernijverleden van de stad.  Beeld Guus Dubbelman
Femke Halsema bij het Nationaal monument slavernijverleden in Amsterdam, waar zij in juli excuses aanbood voor het slavernijverleden van de stad.Beeld Guus Dubbelman

Het nog op te richten nationale slavernijmuseum moet in een ‘nieuw, groot en iconisch gebouw’ komen in Amsterdam of in de regio daaromheen. Het moet niet alleen de Nederlandse slavenhandel tonen rond West-Afrika, Suriname en de Caribische eilanden, maar ook die rond de Indische Oceaan, waar de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) actief was.

Dat staat in een gezamenlijk advies van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad dat maandag is gepresenteerd. Het Amsterdamse college van B en W wil dat het nieuwe slavernijmuseum in Amsterdam komt. Dat moet geopend zijn in 2025, als de stad zijn 750-jarig bestaan viert. De Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink (Diversiteit, GroenLinks) sloot maandag niet uit dat het later wordt. ‘2025 zou ik heel mooi vinden. Dat is wel heel snel.’

Demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) heeft zich eerder ook achter de oprichting van een slavernijmuseum geschaard. Dat moet bekostigd worden door het Rijk en de gemeente Amsterdam. Hoeveel het Rijk gaat bijdragen, wordt vermoedelijk tijdens de kabinetsformatie besproken.

De Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad waren gevraagd om gezamenlijk advies te geven naar aanleiding van het rapport Met de kracht van de voorouders uit mei van dit jaar, waarin een groep verkenners voorstellen deed voor een slavernijmuseum in Amsterdam. De twee raden spreken waardering uit voor dat rapport, maar hebben ook kritiek.

Zo spreken de verkenners van een museum dat alleen over de trans-Atlantische slavenhandel gaat. Dat was ook de opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam geweest. Later kwam de vraag op of een verbreding naar alle Nederlandse slavenhandel niet op haar plek is. De Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad menen van wel: ook de slavenhandel in ‘de Oost’ (de Indonesische archipel en Zuid-Afrika) moet in het nieuwe museum aan bod komen.

De twee raden wijzen het voorstel van de verkenners af om te beginnen met een pop-upmuseum. Beter kan eerst een onderzoeks- en kenniscentrum worden opgericht. Met kleine tentoonstellingen kan dan worden toegewerkt naar de opening van een echt museum.

Dit moet volgens de verkenners een vloeroppervlakte hebben van 7.000 vierkante meter. Om het gebouw moet een park komen. De twee raden denken dat zo’n plek moeilijk te vinden is in Amsterdam. Zij adviseren in een veel groter gebied te zoeken, de Metropoolregio Amsterdam. Daarin werken 32 gemeenten samen.

Meer over