Advies: grazers Oostvaardersplassen niet bijvoeren

Staatsbosbeheer moet beter passen op de kuddes grote grazers in het Flevolandse natuurgebied Oostvaardersplassen. De heckrunderen, edelherten en koninkpaarden hoeven niet te worden bijgevoerd, maar moeten zo nodig tijdig via afschot uit hun lijden worden verlost....

In de Oostvaardersplassen gaat de natuur zo veel mogelijk haar eigen gang. Zo moeten dieren hier zomer en winter zonder bijvoederen hun eigen kostje bij elkaar zoeken. Barre, lange winters kunnen zodoende een slachting onder te grote kuddes aanrichten. Vorig jaar nog verhongerden enkele honderden edelherten, konikpaarden en heckrunderen.

Het internationale gezelschap van natuurbeheerders en wetenschappers, dat op aandringen van de Tweede Kamer het beheer in het Flevolandse natuurgebied tegen het licht hield, heeft op zich niks tegen deze aanpak. In een gebied als de Oostvaardersplassen is het mogelijk om een ‘veerkrachtig, zelfvoorzienend ecosysteem’ met grote grazers te houden, rapporteerde deze commissie donderdag aan minister Cees Veerman (Landbouw).

Het natuurgebied is wat dat betreft ook niet uniek, blijkt uit het rapport Reconciling Nature and Human Interests. Zo zoekt op het Schotse eiland St. Kilda, dat qua omvang vergelijkbaar is met de Oostvaardersplassen, een kudde soayschapen zijn eigen weg. Weliswaar met enige schommelingen - een kudde kan in de slechtste jaren halveren - zal de omvang van de groep dieren zich volgens de deskundigen aanpassen aan de hoeveelheid voedsel in het gebied.

Wel adviseert de commissie de dieren niet geheel aan hun lot over te laten. Bijvoeren of kunstmatige geboortebeperking onder de grazers hoeft niet. Maar Staatsbosbeheer moet als beheerder van het natuurgebied via zogenoemd reactief populatiebeheer wel beter op de kuddes passen. Zieke, gewonde en verzwakte dieren moeten tijdig uit hun lijden verlost worden.

Het streven daarbij is dat 90 procent van de lijdende herten, paarden en runderen wordt afgeschoten, als ze nog kunnen staan. Aan het eind van de winter is er daarom werk aan de winkel. ‘Dat luistert buitengewoon nauw. Dat betekent dagelijks monitoren van de kuddes tussen februari en half april’, aldus voorzitter Gabor.

De deskundigen vragen zich wel af of er in de Oostvaardersplassen plaats is voor de heckrunderen. In de strijd om het voedsel met de konikpaarden en edelherten zullen zij geregeld het onderspit delven. De commissie adviseert daarom de kudde heckrunderen flink te verkleinen dan wel te laten uitsterven. Dat uitsterven zal volgens Gabor via ‘natuurlijk proces’ gaan.

Minister Veerman is tevreden met de adviezen van de commissie. ‘Het laat zien dat voor de Oostvaardersplassen wel degelijk mogelijk is onnodig lijden te voorkomen en tegelijkertijd natuurlijke processen de ruimte te geven.’ Ook Staatsbosbeheer ziet zich gesterkt in het gevoerde beheer tot nu toe. ‘We zijn blij met de erkenning dat zo'n natuurgebied als de Oostvaardersplassen een plaats verdient in Nederland’, aldus directeur Kees Vriesman.

De Dierenbescherming, die dit jaar nog via de rechter het bijvoeren van de grote grazers wilde afdwingen, is wat minder gelukkig met de aanbevelingen. Dat de dieren in tijden van voedselschaarste nog altijd niet bijgevoerd gaan worden blijft voor directeur Thomas Posthumus Meyjes van de Dierenbescherming een ‘akelig punt’. ‘Wat ons betreft zijn het gehouden dieren en blijft er een zorgplicht.’

Meer over