Adres

Het was een zachte avond. Het had geregend, maar nu was het droog. Het voorjaar hing in de lucht. De markt was opgeruimd....

De Albert Cuypmarkt.

Eigenlijk is er geen mooiere straat in Amsterdam. Zo breed ook, machtig verbindt hij de Van Woustraat en de Ferdinand Bolstraat. Wil je overdag de markt op, dan bedenk je je misschien twee keer, maar zo ’s avonds is het een heerlijke strook asfalt om overheen te zwieren.

Ik stond op de hoek van de Eerste Sweelinckstraat en de Albert Cuypstraat. Er was maar één hoek in deze buurt beroemder: Tweede van der Helst en Cuyp. Dat was meer richting Bol. Maar deze hoek mocht er ook wezen, vanwege de beroemde boksschool die er aan gevestigd is, vanwege het oude badhuis, tegenwoordig De Badcuyp, een sympathieke instelling waar soms een verrassend goeie band speelt en het Surinaamse restaurant dat naast de boksschool zit.

Goed, daar stond ik.

Achter me in de Badcuyp speelden Eric Vloeimans en zijn band. Zijn muziek was bijna te verlegen om naar buiten te komen, maar af en toe, als iemand even naar buiten kwam om een sigaret te roken, kon ik er een flard van opvangen. Het maakte de trompettist niet uit dat hij voor 24 betalende bezoekers en acht vrienden speelde. Wie zich over dat soort dingen druk maakt, is verkeerd bezig. Het is één voor één in de muziek, oor voor oor. Het gaat niet met stadions tegelijk, tenzij per ongeluk en tenzij je daarna nooit meer iets anders wilt doen dan jezelf herhalen.

Aan de overkant in de boksschool ging het rumoerig toe. De hoofden van de trainende jongens waren niet te zien, maar wel de zakken waar ze tegenaan sloegen. Om de zoveel slagen ging het tl-licht aan het plafond uit, riepen de jongens extra leuzen en werd er ritmisch op de zakken gebeukt.

Een mooi ritueel.

Ik moest inmiddels naar huis. Ik had graag langs de brede, uitgestorven markt gelopen, maar ik was alleen en zoiets is typisch iets om getweeën te doen, en dan ook nog veel later op de avond. Het was nu nog geen kwart over tien. Ik belde de taxicentrale. ‘Waar bent u meneer?’, vroeg de dame die opnam. Haar stem klonk vriendelijk, alsof ze er zin in had vanavond.

‘Hoek Tweede Sweelinckstraat en Albert Cuyp’, antwoordde ik.

‘Dat is geen adres’, zei de dame streng en ze hing meteen weer op ook.

Het komt wel eens voor dat je volkomen verbaasd bent over je eigen handelen, en over de reactie van een ander. Dat deed zich nu voor. Wat had ik verkeerd gedaan? Ik keek naar mijn telefoon, alsof die er iets mee te maken had. Ik stond op een plek die je een adres kon noemen. Tegenover de boksschool op de Cuyp zou al een adres moeten zijn. Ik draaide het nummer nog een keer.

Tot mijn verrassing kreeg ik dezelfde juffrouw. Zij zou aan haar nummerweergave ook wel kunnen zien wie zij aan de lijn ging krijgen. Ze was me dus te snel af. ‘Ik heb een huisnummer nodig meneer’, zei ze.

Ik keek om me heen.

De Bapcuyp had een mooi nummer. Tien. Ik gaf het door aan de juffrouw. ‘Taxi onderweg meneer’, zei ze en even later stopte er inderdaad eentje. ‘Bij de boksschool?’, vroeg de chauffeur toen ik om de wagen heen liep om in te stappen.

Ik knikte maar, of moest ik over nummer tien beginnen? Een vlaagje Voeimans dreef met me mee toen we wegreden over de lege markt.

Meer over