'Administratie is toch geen werk?'

Nederlanders moeten langer doorwerken. Niet iedereen vindt dat erg. Gerda Mens-van Pelt, (90) winkelier: 'Veel mensen hebben op hun 65ste rust nodig....

'Tot mei van dit jaar had ik twee Marskramer-winkels met huishoudelijkeartikelen in Gorinchem. Nu heb ik er nog een, en daar stop ik in januarimee. Ik kan niet meer in de winkel staan, ik wacht op een knieoperatie. Afen toe ga ik wel even kijken, er is gelukkig een goede bedrijfsleider. Ikben wel elke dag een paar uur bezig met de administratie. Dat is toch geenwerk? Werken doe je met je handen, vind ik.

'Ik was veertien toen ik van de mulo kwam. Ik had me stiekemingeschreven voor de MMS, maar mijn moeder zei: Nee, je gaat je vaderhelpen.' Mijn vader had een winkel in huishoudelijke artikelen enlederwaren in de Kalverstraat. Eerst was ik erg verlegen, ik verstopte mevoor de klanten. Maar al snel ging het beter. Ik kon ook de vreemdelingente woord staan, Fransen, Engelsen, Amerikanen. Die Engelsen pakten er eenstoeltje bij en gingen voor de toonbank zitten. Waar ik Engels had geleerd?Als ik op school' zei, waren ze verbaasd.

'Een paar jaar later kwam de crisis. De vreemdelingen bleven weg, hetgoed moesten we afprijzen en ten slotte moest mijn vader de winkelopdoeken. Hij werd handelsreiziger, sjouwde met koffers vol het land rond.Op een dag kwam hij thuis en zei: Ik kan niet meer.' Toen zei ik:Laat mij het maar doen.' Die koffers waren te zwaar, dus ik reisde meteen boodschappentas vol foto's. En met dienbladen waar het midden uit wasgezaagd.

'Mijn man ontmoette ik op de Jaarbeurs. Hij had in Tiel een warenhuisje,en hij sprak me aan met: Juffrouw, ik kom uw dag goed maken.' Ik dacht:wat een pedante kerel. Alsof die ene order van hem genoeg was. Ik heb mijnvader, die er ook stond, ingefluisterd dat hij geen korting mocht geven.

'Maar het bleek een leuke vent. We zijn in 1941 getrouwd en de dag ernastond ik in zijn winkel, want een van zijn juffrouwen was ziek geworden.Geen huwelijksreis, nee. Later, in de oorlog, kwam de zaak op een laagpitje. We hadden zo weinig goed dat we de etalages grotendeels moestendichtplakken.

'In 1944, na de evacuatie van Tiel, is de zaak en ons huis erbovenafgebrand. Ik heb alleen een gietijzeren pan teruggevonden.

'We hadden dus niks meer, maar onze kinderen waren ongedeerd, dat telde.Ik had een enorme drang om alles weer op te bouwen, en uiteindelijk haddenwe weer een zaak met twintig man personeel. In 1961 kwam de Hema langs enwerden we franchisenemer. Maar ik wilde expansie. Dus bouwden we inGorinchem een tweede Hema. Onze kinderen gingen naar een internaat en ikgaf leiding aan de juffrouwen in de zaak.

'Een van onze zoons is doorgegaan met de Hema, maar op mijn 65ste wildeik niet stilzitten. Ik heb toen die twee Marskramers en een Frank en Jeangeopend in Gorinchem. En toen mijn man overleed, ben ik daarmee doorgegaan.Ik had overal bedrijfsleiders, maar ik stond zelf ook veel in de zaak. Ikhou van leidinggeven, een zaak is net een huishouden. Je moet de taken goedverdelen en iedereen gemotiveerd houden. Ik heb nooit narigheid gehad metklanten of personeel, het was altijd gezellig.

'Dat mensen na hun 65ste verjaardag met pensioen willen, begrijp ik wel.Dan hebben ze rust nodig in hun hoofd. Voor mij geldt dat niet, maar ik stabuiten de wet. Als ik de Marskramer heb overgedragen, ga ik mijn dochterhelpen. Zij heeft een boekhandel.'

Carien Overdijk

Meer over