reportagehongaarse verkiezingen

Activisten gaan Orbáns mediamachine te lijf met hun eigen krant: ‘Ik heb kinderen en kleinkinderen. Ik doe dit voor hen’

Sinds Viktor Orbán in 2010 opnieuw aan de macht kwam in Hongarije, heeft hij de persvrijheid steeds meer aan banden gelegd. In 2017 begon een groep activisten een eigen krant, die inmiddels een oplage kent van 1,3 miljoen.

Arnout le Clercq
Activisten bekijken de krant ‘Nyomtass Te Is!’ op een parkeerplaats in Székesfehérvár, Hongarije op 26 maart. Beeld Akos Stiller voor de Volkskrant
Activisten bekijken de krant ‘Nyomtass Te Is!’ op een parkeerplaats in Székesfehérvár, Hongarije op 26 maart.Beeld Akos Stiller voor de Volkskrant

Een week voor de Hongaarse verkiezingen probeert de 71-jarige Ferenc zijn landgenoten van nieuws te voorzien. Op een zonnige ochtend stapt hij goedmoedig door de dorpsstraten van Zámoly, een grote stapel krantjes onder zijn arm. Het zijn A4’tjes, zwart-wit en dubbelgevouwen, met daarop artikelen van verschillende onafhankelijke websites en berichten over de Hongaarse oppositie, nieuws dat volgens Ferenc nooit aankomt in plattelandsdorpen als Zámoly, waar de door de regering gecontroleerde televisie, radio en lokale kranten de voornaamste bron van informatie zijn.

Het krantje heet Nyomtass Te Is!, Hongaars voor ‘Print het zelf!’. Deze week staat op de voorpagina een cartoon met premier Viktor Orbán als schoothondje van Poetin. Het eerste artikel gaat over een recente peiling waaruit blijkt dat 42 procent van de ondervraagden een andere regering wil, en 39 procent liever ziet dat alles bij het oude blijft. Rita Bolla, een kleine energieke vrouw en een van de organisatoren van Nyomtass Te Is!, hoopt dat de verkiezingen komende zondag verandering brengen. ‘Het is zo spannend.’

De krant begon als kleinschalig project nadat in 2017 de regionale pers onder controle kwam van de regering. Deze week telt de oplage 1,3 miljoen exemplaren, en Nyomtass Te Is! is daarmee de grootste publicatie in het land met nog geen tien miljoen inwoners. Het krantje wordt gefinancierd met donaties, onder meer van de Nederlandse ambassade, maar het blijft David tegen Goliath. In Hongarije is rond de 85 procent van de media in handen van de regering of bondgenoten van Orbán. Kritiek op de regering is in die media afwezig.

Maar David heeft een groeispurt gehad. Het dozijn activisten dat vandaag bijeen is gekomen op een parkeerterrein om met krantjes uit te waaieren over de dorpen in de omgeving, is slechts een fractie van het totaal aantal bezorgers. Er zijn nu zo’n 2.500 activisten, vertelt Bolla. In oktober waren dat er nog maar 150. ‘Voor veel van ons voelt het alsof deze verkiezingen onze laatste kans zijn’, verklaart Bolla de toename aan vrijwilligers. ‘Het is een zaak van leven en dood.’

Grote honden

In Zámoly, een dorpje op een heuvel vol vierkante huisjes, vertelt Ferenc over de kneepjes van het vak. Hoe om te gaan met de vele honden bijvoorbeeld, die iedere passant grommend en blaffend intimideren. ‘Kleine hondjes, daar is geen beginnen aan, maar de grote honden leren je na een keer of drie kennen, dan worden ze rustiger. En dat geldt soms ook voor de mensen’, zegt Ferenc terwijl hij een A4’tje in een brievenbus stopt.

Aan een bebaarde man in een overall is het niet besteed. Hij balt het krantje tot een prop, smijt het weg en dreigt zijn Duitse herder los te laten. Timea Kolma-Varga (34) en Csaba Kolma (38) zijn ontvankelijker. Het idee is goed, zegt Csaba, maar of het echt iets uitricht, valt te bezien. ‘Mensen lezen niet.’ Zelf kijken ze voor nieuws vooral op internet. Ze weten nog niet of ze gaan stemmen. De afgelopen jaren hebben goed voor ze uitgepakt. ‘We hebben een huis kunnen kopen met de familiesubsidies van de overheid.’ Hun jonge zoon begraaft zijn gezicht in de jas van zijn vader, in de bolle buik van Timea zit een broertje of zusje. Ze zijn niet per se voor Fidesz. ‘Als een andere partij zoveel voor ons had gedaan, was dat ook goed geweest.’

Activist Ferenc (71) brengt de ‘Nyomtass Te Is!’ rond in Zamoly, Hongarije, op 26 maart. Beeld Akos Stiller voor de Volkskrant
Activist Ferenc (71) brengt de ‘Nyomtass Te Is!’ rond in Zamoly, Hongarije, op 26 maart.Beeld Akos Stiller voor de Volkskrant

Ferenc houdt de pas er behoorlijk in, maar staat even stil als het gesprek over zijn drijfveren gaat. ‘Ik heb kinderen en kleinkinderen. Ik doe dit voor hen’, zegt hij met tranen in zijn ogen. Om diezelfde reden heeft hij liever niet dat zijn achternaam in de krant komt. ‘We wonen in een klein plaatsje. Ik ben bang dat ze in de problemen komen, omdat hun opa zo nodig de held uit moet hangen.’

Sommigen noemen Nyomtass Te Is! 21e-eeuwse samizdat, de ondergrondse pers uit de tijd van het communisme. Miklós Haraszti, die sinds een paar weken zelf ook krantjes rondbrengt, was eind jaren zeventig een van de oprichters van de Hongaarse samizdatbeweging. Tegenwoordig is hij als onderzoeker gespecialiseerd in persvrijheid. ‘Orbáns hele systeem is afhankelijk van de media’, vertelt hij in een café in het centrum van Boedapest. Media waren dan ook één van de prioriteiten van Orbán nadat hij in 2010 de verkiezingen won.

Einde persvrijheid

De politieke controle over de media nam in twee belangrijke fases toe, legt Haraszti uit. Eerst kreeg de regering controle over de publieke media via een nieuwe mediawet. Meer recent breidde de regering de invloed uit naar de rest van de markt, via overnames van titels door oligarchen en het onderbrengen van media in een aan de regering gelinkte stichting. ‘Het angstaanjagende van de situatie in Hongarije is dat persvrijheid en pluralisme vernietigd konden worden in een land met een democratie en een vrije markt.’

Woordvoerders van de Hongaarse regering zeggen al jaren dat Hongarije juist een ‘baken van licht’ is qua pluriformiteit, omdat in de Hongaarse pers standpunten te vinden zijn die je in links-liberale westerse media niet leest. Haraszti heeft een andere metafoor: ‘Het is een zwart gat waar niets uit komt. Orbán maakt aan de lopende band fouten, maar veel Hongaren weten van niets omdat het de media niet haalt. De regering liegt over alles, straffeloos. We leven in een land zonder debat.’

Activist Ferenc (71) brengt de ‘Nyomtass Te Is!’ rond in Zamoly, Hongarije, op 26 maart. Beeld Akos Stiller voor de Volkskrant
Activist Ferenc (71) brengt de ‘Nyomtass Te Is!’ rond in Zamoly, Hongarije, op 26 maart.Beeld Akos Stiller voor de Volkskrant

Dat werd onlangs duidelijk toen oppositiekandidaat Péter Márki-Zay werd uitgenodigd op de publieke televisiezender. Politieke partijen krijgen wettelijk vijf minuten zendtijd op tv. Dit waren de enige vijf minuten die de oppositie de afgelopen vier jaar kreeg. Voor en na het interview werd een lange speech van Orbán getoond. Dezelfde dag werd deze nog zeven keer herhaald.

Volgens organisator Rita Bolla is dit een van de redenen waarom de blaadjes van Nyomtass Te Is! politieker van toon zijn geworden. ‘We zijn de BBC niet’, zegt ze. ‘De overheid kan haar eigen politieke boodschap in bijna alle Hongaarse media rondpompen. De oppositie is er onzichtbaar.’